Organisatie - 19 maart 2009

POPULAIRE DNA-LABS BEDACHT IN DE KROEG

nieuws_3051.jpg
Wat ooit in Wageningen begon als een noodgreep om studenten te werven, groeide uit tot een nationaal succesnummer. Reizende practica zijn razend populair bij middelbare scholieren en docenten. Inmiddels geven vijf Nederlandse universiteiten les op middelbare scholen met de Reizende DNA-labs. Komende week ontvangt de vijftigduizendste deelnemer een trofee van minister Plasterk.
De trofee wordt uitgereikt tijdens het Wageningse DNA-lab Prenataal onderzoek bij planten. Arjen Schots, universitair hoofddocent bij Plantenwetenschappen, is sinds 2003 betrokken bij de Wageningse promotiepractica. Schots: ‘In 1997 ging het niet goed met de studentenaantallen in Wageningen. Twee studenten, Jos Malda en Rogier Spoor, bedachten in de kroeg dat ze wel eens bij hun oude school langs konden gaan om een practicum te geven en zo leerlingen voor Wageningen te interesseren. Ze hebben dat toen in de vorm van een afstudeervak gegoten. De jongens reisden met stikstofvaten in een oude auto naar verschillende scholen. Ze isoleerden DNA uit een tomatenplant, dat als een soort snotje goed zichtbaar te maken is in de klas.’
Het DNA-practicum heeft in Wageningen model gestaan voor vier andere practica; een fotosynthesepracticum, een practicum over hemoglobine en zuurstofopname, een economiepracticum en een practicum over energie en voeding. Schots: ‘Met alle Wageningse practica samen bereiken we ongeveer twaalfduizend leerlingen per jaar, met ons DNA-practicum ongeveer vierduizend. De lessen worden verzorgd door studenten die daar zes studiepunten voor krijgen en een vergoeding. Zo doen studenten ervaring op voor de klas. Ze vinden het zelf geweldig leerzaam. Alles bij elkaar kost het Wageningen UR ongeveer honderdduizend euro per jaar.’
Het DNA-practicum waarmee het allemaal begon is in de loop der jaren verder ontwikkeld. Nu wordt DNA op een gel zichtbaar gemaakt en geanalyseerd. Schots: ‘We leggen een verband tussen genotype en fenotype. Daarvoor gebruiken we verschillende soorten paprika’s die leerlingen mogen snijden, proeven, ruiken, tekenen en voelen. Dan bekijken we het genenpakket van de paprika, vertellen over de geografische herkomst en over de voorkeuren van de consumenten. Ook laten we zien hoe dit soort technieken tot snellere veredeling leidt. En we starten een ethische discussie over de grenzen van genomics. We hebben een nieuw systeem aangeschaft waardoor je de DNA-bandjes uiteengetrokken ziet worden. Didactisch is het prachtig om te laten zien. Leerlingen vinden het echt spectaculair. Wij laten zien dat voedselproductie niet suf is. We geven leerlingen een Wagenings perspectief.’

Re:ageer