Wetenschap - 1 januari 1970

PGO: van droom naar desillusie

Probleemgestuurd onderwijs, ofwel PGO, werd ooit in Wageningen met open armen ontvangen. Inmiddels heeft deze warmte bij veel studenten en docenten plaatsgemaakt voor desillusie. De ambitie uit 1999 om dertig procent van het onderwijs als PGO te geven, is nooit gehaald. Het onderwijsinstituut buigt zich nu over de toekomst van deze werkvorm in Wageningen.

Studenten zoeken voor het vak Voedingskundige aspecten van levensmiddelen zelfstandig informatie op in readers en boeken en op websites. / foto Guy Ackermans

Bij probleemgestuurd onderwijs zoeken studenten aan de hand van een casus zelf vakinhoudelijke informatie op. Aan het begin van de week analyseren ze met zes tot twaalf groepsgenoten gezamenlijk de casus en delen deze op in vragen. Vervolgens zoekt iedere student voor zich de antwoorden op deze vragen. Aan het eind van de week leggen de groepsgenoten de resultaten bij elkaar en bespreken deze onder begeleiding van hun tutor. Om het geheel gestructureerd te laten verlopen wordt vaak gewerkt met een stappenplan, de zevensprong.
Probleemgestuurd onderwijs (PGO) wordt vaak verward met probleemgericht of projectonderwijs. Ook daarin werken studenten groepsgewijs aan een casus. De nadruk ligt dan alleen niet op het verwerven van kennis, maar op het toepassen ervan. In beide gevallen heeft de docent de rol van procesbegeleider.

Actief
Bij PGO, dat werd ontwikkeld op de Universiteit Maastricht, draait alles om de student. Nadat de leerdoelen gezamenlijk zijn vastgelegd kun je als student in je eigen tempo op zoek naar de benodigde informatie. Hiervoor richten docenten van tevoren het ‘studielandschap’ in: zelfstudieruimten met computers en boeken. Vaak helpen ze studenten een eindje op weg met een reader met geselecteerde artikelen. Desondanks wordt van studenten een grote inzet en zelfstandigheid verwacht.
Drs. Paul Deneer was als stafdirecteur van de afdeling Onderwijs betrokken bij de invoering van PGO. Deneer: ‘Destijds was er een groot draagvlak om veel meer met PGO te gaan werken. Het idee was studenten niet alleen te laten consumeren, maar actiever met de stof bezig te laten zijn. Ook wilden we in het onderwijs relaties leggen met de actualiteit en de maatschappelijke praktijk. Docenten voelden er veel voor om hun vakken op deze manier opnieuw in te richten.’
Na een verzoek van de toenmalige rector prof. Bert Speelman, besloten ook dr. Lidy van Kemenade en haar collega’s het vak Celbiologie 1 om te zetten naar PGO. ‘We hebben een paar keer gesproken met mensen van de afdeling Onderwijsondersteuning. Die waren heel enthousiast en hebben ons uiteindelijk overtuigd. Celbiologie is een echt kennisvak, maar dat wil niet zeggen dat het makkelijk is. Door studenten op hun eigen manier te laten leren, hoopten we dat ze de stof beter zouden opnemen’, aldus Van Kemenade.

Kanteling
Celbiologie gold lange tijd als schoolvoorbeeld van PGO in Wageningen. Desondanks kreeg het vak van studenten een lage waardering. ‘Wij zijn begonnen met de klassieke zevensprong. Die structuur hebben we nu losgelaten. Uit de Muggenenquêtes bleek namelijk dat een groot deel van de studenten ontevreden was over het vak. Ze vonden het erg moeilijk om vanuit een casus leerdoelen te formuleren en hier vervolgens informatie bij te zoeken. De stappen waren te groot.’
Ook op andere plaatsen binnen de universiteit bleek PGO de hoge verwachtingen niet te kunnen waarmaken. Na klachten van studenten hield studentenraadsfractie PSF een enquête onder een groot aantal studenten en docenten. De resultaten, die begin 2004 werden gepresenteerd, gaven een helder beeld: geen enkele opleiding bleek de streefwaarde van dertig procent gehaald te hebben. Studenten waardeerden de onderwijsvorm met een krappe voldoende en klaagden over onduidelijke leerdoelen en gebrekkige samenwerking binnen de groepjes. Deneer: ‘In 2004 kregen we inderdaad signalen van studenten en docenten dat ze niet meer wisten waar ze aan toe waren. Daardoor is de zaak op een gegeven moment gekanteld. Er ontstond een negatief beeld en het draagvlak ebde weer wat weg.’ Wat vooral tot onduidelijkheid leidde was dat verschillende soorten groepswerk onder de noemer PGO werden geschaard. Deneer: ‘Er zijn maar weinig vakken die precies volgens het Maastrichtse model zijn opgezet. Dat komt denk ik doordat de discussie over de definitie van PGO destijds niet ver genoeg is doorgevoerd. Daardoor was er veel vrijheid om andere vormen te ontwikkelen.’
Bij Celbiologie ging het docententeam met de klachten van studenten aan de slag en paste het vak aan. Van Kemenade: ‘De casus die wij ze nu meegeven is meer toegespitst op de leerdoelen. Daarnaast krijgen ze van ons een beperkt aantal bronnen waaronder een reader, waardoor studenten niet meer zoveel tijd verliezen bij het zoeken naar informatie.’ De nieuwe aanpak werpt zijn vruchten af. Dit jaar kwamen uit de Muggenenquête voor het eerst geen knelpunten meer tevoorschijn. Maar daarmee is de ontevredenheid bij studenten nog niet geheel verdwenen. Van Kemenade: ‘Wat ik regelmatig voel bij studenten is onzekerheid: ben ik wel volledig geweest, of heb ik juist teveel gedaan? Achteraf geven ze aan veel geleerd te hebben, maar op het moment zelf vinden ze het eng.’ Studenten bevestigen dat beeld. Maar als het puntje bij paaltje komt kiezen ze toch voor colleges. Joël de Visser, eerstejaars student Levensmiddelentechnologie: ‘Als ik echt moet kiezen, heb ik toch liever colleges. Dan weet je tenminste waar je aan toe bent.’

Onzekerheid
Nu, twee jaar na het PSF-rapport, maakt het bestuur van het onderwijsinstituut (OWI) alsnog werk van de conclusies van het rapport en bekijkt de toekomst van PGO. Na een eerste evaluatie stelde het bestuur in een intern discussiestuk dat het Maastrichtse PGO in Wageningen nauwelijks nog bestaat, en dat er weinig animo is om ermee verder te gaan. Die conclusie bleek bij nader inzien wat erg sterk. Op basis van de huidige ervaringen wordt nu bekeken in hoeverre Wageningen zit te wachten op probleemgestuurd onderwijs. De komende maanden zal het OWI-bestuur dit bespreken met de opleidingen. Ook wordt de bekostiging van de vele vormen van groepswerk die Wageningen kent tegen het licht gehouden en waar nodig aangepast.
Prof. Bert Speelman, die zich als rector destijds sterk maakte voor de invoering van PGO, zou het jammer vinden als het PGO zou verdwijnen. ‘Veel mensen zijn toch van mening dat het kwalitatief beter onderwijs oplevert. En ik zou het des te meer betreuren als deze onderwijsvorm ondergeschoffeld wordt omdat men het om praktische redenen niet van de grond kan krijgen. Het zou wel heel gek zijn als het elders wel lukt en in Wageningen niet’, reageert Speelman op de situatie.
Van Kemenade wil graag dat Wageningen de ambitie houdt om studenten ook verantwoordelijkheid te laten nemen voor het eigen leerproces. ‘Als ik zie hoe schools ze met dictaten om gaan, of hoe soms strategisch gestudeerd wordt: ‘hoeveel moet ik leren voor een zes?’ Ik vind het toch ook een uitdaging om studenten te stimuleren zelf op zoek te gaan en de verwondering erin te houden. Het zelfstandig formuleren van vragen, het zoeken van informatie en het interpreteren ervan zijn belangrijke academische vaardigheden. En daarvoor moet je misschien enige onzekerheid en daarmee gepaard gaande ontevredenheid van studenten accepteren.’
Eind 2004 kondigde Speelman tijdens een studentenraadsvergadering al aan PGO grondig te willen herzien. ‘We moeten weer terug naar Maastricht om te leren hoe het moet’, aldus Speelman destijds. Een gebrek aan kennis lijkt echter niet meer het probleem. Wageningen weet hoe het moet, maar moet nu bepalen wat het wil.

Jasper Harms

Re:ageer