Wetenschap - 1 januari 1970

PGO enige twistpunt bij studentenverkiezingen

PGO enige twistpunt bij studentenverkiezingen

PGO enige twistpunt bij studentenverkiezingen

Deze week vielen ze in de bus, de stembiljetten voor de studentenraad. Van 21 mei tot 4 juni hebben studenten de tijd om hun keuze te maken tussen drie partijen: de Progressieve Studenten Fractie (PSF), de Christen Studenten Fractie (CSF) en de Verenigde Studenten (VeSte)


Een student die zijn keuze wil maken op basis van de verkiezingsprogramma's van de fracties, zal moeite hebben de verschillen te vinden. Alle drie zijn ze ontevreden over het blokrooster en willen ze een derde examenmogelijkheid per jaar. Ook de vrije keuze ontbreekt in geen van de programma's. VeSte en CSF vinden een half jaar vrije keuze het minimum, de PSF wil iets meer: 28 studiepunten. Meer computers en ruimhartige bestuursbeurzen completeren het wensenlijstje van de fracties

Het enige twistpunt lijkt het probleemgericht onderwijs (pgo) te zijn. Onderwijs in werkgroepjes is bij de PSF duidelijk populairder dan bij Veste. De CSF neemt een middenpositie in. Dat bleek ook bij het verkiezingsdebat van de fracties op 12 mei. Veste vindt een hoorcollege eigenlijk zo gek nog niet, legde Geert Hurenkamp de dertig aanwezige studenten uit. Wat hem betreft maken de richtingen zelf uit hoeveel pgo ze opnemen in de programma's. Het huidige minimum van zes studiepunten is wel voldoende. In Maastricht, het Mekka van projectonderwijs, gaat de ene richting ook heel anders met pgo om dan de andere, wist hij. Matthijs van der Vorm (CSF) was het wel eens met VeSte. Anne Rottink (PSF) wilde juist meer probleemgestuurd, probleemgericht of studentgecentreerd onderwijs

Alle fracties maakten zich bezorgd over de interesse van studenten in de studentenraad. De opkomst bij het debat gaf daar ook alle reden toe. Slechts oon van de dertig aanwezige studenten stond zelf niet verkiesbaar op een van de drie lijsten. De CSF kwam met een interessant voorstel: kies de vertegenwoordigers in de studentenraad per onderwijsinstituut. Dan heeft elke groep studierichtingen een eigen aanspreekpunt in de studentenraad

Als de verschillen zo klein zijn, heeft het dan wel zin om te gaan stemmen, vroeg discussieleider Filip Haas de fracties tot slot. Jawel, vond Van der Vorm (CSF): het is goed dat drie verschillende groepen los van elkaar naar een onderwerp kijken. De uitgangspunten in de verkiezingsproramma's zijn van ondergeschikt belang. De C van CSF is in de praktijk van de studentenraad niet terug te vinden. K.V

Re:ageer