Wetenschap - 4 december 2008

PARANORMALE ONZIN

In het boek ‘Wat een onzin’ vegen de wetenschapsfilosofen Herman de Regt en Hans Dooremalen de vloer aan met het bovennatuurlijke. Wetenschappelijk gezien is het allemaal onzin, maar geloven in onzin zit ons volgens de schrijvers in het bloed. Een zinvol boek?

Ir. Anouk Brack van Educatie- en competentiestudies:
‘Het is erg kortzichtig allemaal. We weten nog zoveel niet, vooral van wat zich aan de binnenkant van de mens afspeelt. Er is bijvoorbeeld in het westen veel aandacht voor oosterse wijsheid. Moderne technieken van hersenonderzoek kun je loslaten op een mediterende monnik. Dan krijg je een beeld van het potentieel van de mensheid. Die mensen kunnen een bepaalde staat van zijn bereiken die een gemiddelde westerse mens nog niet kent. Het coole daaraan is het combineren van onze technieken met het verhaal over de innerlijke ervaring die daarbij hoort. Dan heb je data en ervaring samen; daar kun je écht wat van leren. Meer begrip over onze verborgen capaciteiten helpt ons beter te zorgen voor mens en planeet.
Ook ik ben sceptisch over paranormale ervaringen. Maar je kunt niet alles wegzetten als onzin. In onze maatschappij zijn we een beetje doorgeslagen. Alles wat we niet kunnen verklaren, bestaat niet. Daardoor is een gat ontstaan in onze menselijke behoefte aan zingeving, aan het niet-rationele. De mens heeft een ontwikkeling doorgemaakt van de wereld van het prerationele met zijn magie en het bovennatuurlijke, naar het tijdperk van de ratio en de verlichting. Maar we zijn doorgeschoten in ons reductionalisme. Als vervolg daarop is er een beweging de andere kant op. Die slinger terug zegt: er is meer te beleven dan alleen de ratio.
Het is moeilijk voor de mens om zich te ontworstelen aan de prerationele fase. Als de schrijvers dat bedoelen met ‘een neiging naar onzin’ dan kunnen ze best wel eens gelijk hebben. Zij keuren dat af. Maar met zo’n houding gooi je het kind met het badwater weg. Fantasie en magie leveren ons ook nieuwe ideeën op. Alles is met alles verbonden. Dat klinkt zweverig, maar dat is het niet.
Op de universiteit leer je niet je creatieve rechterhersenhelft aan te spreken. Daarom heb ik het vak intuïtieve intelligentie ontwikkeld. Daarbij gaat het erom intelligent gebruik te maken van je intuïtie. Met hulp van meditatietechnieken, creatief denken en informatie uit het onderbewuste of waar het dan ook maar vandaan komt.’

Re:ageer