Wetenschap - 7 juni 2007

Overstroming verhult zware metalen

Regenwormen in uiterwaarden hebben wel degelijk last van zware metalen. Die conclusie trekken onderzoekers van Alterra in het tijdschrift Environmental Pollution. Daarmee gaan ze in tegen een wetenschappelijke trend. Een groeiende stapel studies vindt juist geen effect van zware metalen op regenwormen.

Er zijn in Nederland veel plekken waar meer gevaarlijke stoffen in de bodem zitten dan de normen toestaan. De overheid zou deze vervuilde grond eigenlijk moeten saneren, maar er zijn zoveel van zulke gebieden dat er geen beginnen aan is. Om die reden heeft de NWO een onderzoeksprogramma opgezet, waaruit het nieuwe Alterra-artikel is voortgekomen. Het NWO-programma moest duidelijk maken of de verontreiniging voor planten en dieren ook echt gevaarlijk is. De normen zijn immers gebaseerd op laboratoriumonderzoek. Misschien valt het in werkelijkheid allemaal wel mee, en zijn de giftige componenten in het leefmilieu minder beschikbaar. Het programma is bijna afgerond.
‘In het NWO-programma hebben aio’s en onderzoekers in De Biesbosch, De Ronde Venen en de uiterwaarden van de Waal de effecten van verontreiniging in kaart gebracht’, vertelt dr. Chris Klok, coördinator van het programma en eerste auteur van de zojuist verschenen regenwormenstudie. ‘Daar kwamen geen negatieve effecten uit. We vonden geen effect van zware metalen op de totale hoeveelheid regenworm in de bodem.’
Die conclusie was echter voorbarig, ontdekte Klok toen ze de gegevens nog eens analyseerde, maar daarbij ook materiaal gebruikte dat was verzameld buiten het NWO-programma om, in Belgische uiterwaarden. Uit die analyse bleek dat er wel degelijk minder regenwormen in een kubieke meter grond zitten naarmate de concentratie koper en zink hoger is. ‘De locaties die de aio’s voor het NWO-onderzoek hadden onderzocht liepen geregeld onder water’, zegt Klok. ‘Daardoor verminderde het aantal wormen in de grond. Het effect was zo sterk, dat het effect van de zware metalen onzichtbaar werd.’
Als wetenschappers proberen de eco-toxicologische invloed van contaminanten in de natuur te meten, moeten ze rekening houden met de ruis door andere stressfactoren, concludeert Klok. ‘Hoe sterker de ruis, hoe meer gegevens je nodig hebt’, aldus de onderzoekster. / Willem Koert

Re:ageer