Wetenschap - 5 november 2009

Over het wonder dat LEVEN heet

Het is een geluk dat hij in het onderwijs is terecht gekomen, zeggen mensen over Joop Schaminée. Via boeken en colleges draagt hij respect en liefde voor medeschepselen uit. Daarvoor ontving hij gisteren de Prins Bernhard Cultuurfondsprijs.

'Ik vind de meeste orchideeën tamelijk lompe, bomastische planten'
U bent plantensocioloog. Wat is er sociologisch aan planten?
Plantensociologie is een ander begrip voor vegetatiekunde, maar met de uitgangsgedachte dat die planten iets met elkaar doen, verbanden laten zien. Dat er duidelijk eenheden zijn te onderscheiden en dat je dus kunt spreken van plantengemeenschappen. De aanduiding sociologie wijst erop dat het gaat om het samenleven. Het geheel is meer dan de som der delen. Die planten helpen elkaar, pesten elkaar, die bouwen een organisatie op. Ze hebben elkaar ook nodig. In feite helemaal analoog aan de sociologie van de mensen.
Bijna alsof ze menselijk  zijn. Het zijn toch maar planten?
Ja, maar het zijn ook medeschepselen. Ik denk dat het belangrijk is om eerbied te hebben voor het leven om je heen. Ik dicht aan planten geen menselijke eigenschappen toe, maar het leven van planten houdt mij wel bezig. Net als dat van dieren en mensen. In die zin ben ik een echte bioloog. Het leven fascineert mij, de ongelooflijke complexiteit van het leven. En hoe meer je daar in doordringt, hoe meer dat wonder zich aan je voltrekt.
Zit er een religieuze gedachte achter uw eerbied voor het leven?
Net als veel andere mensen denk ik dat het leven meer is dan dat kleine moment dat we hier zijn. Het is een bijna niet te verdragen gedachte dat dit korte aardse bestaan alles zou zijn. Ik denk dat er een complexiteit en samenhang is die boven het nu en het tijdelijke uitstijgt. En die heeft erg te maken met het leven als verschijnsel. Ik denk dat alles als het ware geïnspireerd is. Ook planten en dieren zijn 'begeesterd'. Wij allen maken deel uit van een eeuwige cyclus. Maar ik denk niet dat daar een wijze oude heer met een baard op een troon achter zit.
Is dat ietsisme?
Het staat 't dichtst bij het boeddhisme denk ik. Respect en liefde hebben voor medeschepselen. Mededogen hebben en proberen goed met je omgeving en het leven om je heen om te gaan. Dat vind ik een belangrijk beginsel. Ook al is het zo dat ik net als iedereen wel eens flink mispeer. De natuur geeft ook troost. Als je ergens gewoon in een grasland zit met mooie bloemen om je heen. Dat is gewoon hartstikke mooi.
Is schoonheid iets universeels? Is bijvoorbeeld een orchidee mooier dan een paardenbloem?
Ik vind de meeste orchideeën tamelijk lompe, bombastische planten. Dat is dus niet zo'n gelukkig voorbeeld. De meeste orchideeën zijn niet verfijnd. Ik vind planten die een zekere tederheid bezitten mooier. Vaak zijn dat ook de zeldzaamste planten. Daar blijkt trouwens een simpel biologisch principe achter te zitten. Zeldzame soorten leven vaak in marginale milieus die weinig te bieden hebben. Het zijn asceten. Het gevolg is dat ze tengerder en minder grof gebouwd zijn dan hun grote broers die in vette en goed bemeste milieus gedijen. Van koppels planten die veel op elkaar lijken, zijn de zeldzame soorten altijd de mooiste. Denk aan hondsroos en egelantier, aan kruipertje en zeegerst. En in deze maatschappij wordt het fijne, het esthetische hoger gewaardeerd dan het grove en het bombastische.
'Door te weten, verandert de waarneming', schreef u in uw oratie. Wijkt uw gevoel voor schoon en mooi dan niet af van dat van al die anderen die er veel minder verstand van hebben?
Nee, dat denk ik niet. Iedereen heeft natuurlijk zijn voorkeuren. En het grappige is dat je daar ook in verandert. Toen ik kind was vond ik fresia's, dahlia's, monbretia's en afrikaantjes maar suffe bloemen. Ik vond vooral de dahlia een lompe bloem. Maar dat beeld is veranderd. Ik waardeer ze nu anders dan vroeger.
De context speelt ook mee. Mijn lievelingsbloem is de akkeranjelier. Zo noem ik 'm. Hij heet in het Nederlands bolderik, maar dat vind ik een geen mooie naam. Die bolderik is een roze bloem die vroeger in het graan groeide. Die soort is mijn lievelingsbloem geworden omdat hij mij herinnert aan mijn tante Ietje. Zij was bijna blind en woonde bij ons thuis. Zij zorgde voor ons, omdat mijn moeder ernstig ziek was. Zij vertelde me dat ze uit haar jeugd een plant kende die bloeide in het graan. Ze beschreef 'm, maar ik wist niet wat ze bedoelde. Later heb ik ontdekt dat het de bolderik was.
Waar is de kleine Joop begonnen van planten te houden?
Het heeft altijd in me gezeten, al moet ik bekennen dat ik van oorsprong meer een vogelman ben. In mijn jeugd op de middelbare school heb ik een vogelclub opgericht met zelfs een eigen tijdschrift. We hielden excursies met vogeltellingen en brachten broedgevallen in kaart. Maar ik had niet zulke goede ogen en ik kan slecht geluiden onderscheiden. Ik kon geen goeie broedvogelinventarisatie verrichten. Ik hoorde die vogels wel, maar ik wist niet wat het was. Uit frustratie ben ik mij vooral met planten gaan bezighouden. Eigenlijk ben ik een gemankeerde vogelaar.
En toen bent u maar biologie gaan studeren?
Ik denk dat ik heel verschillende dingen in mijn leven had kunnen gaan doen. Al was biologie wel mijn grote passie. Toen ik biologie ging studeren, was er nog een 'numerus clausus', een beperkte toelating. Als ik niet was toegelaten, was ik psychologie of Nederlandse taal- en letterkunde gaan studeren. Dan was ik voor mijn gevoel ook helemaal goed terechtgekomen. Eigenlijk heb ik altijd profvoetballer willen worden. Ik was goed in voetballen, klein en balvaardig, een echte spits. Toen ik op de middelbare school zat, zeiden de mensen: die gaat wel naar Roda, die gaat het helemaal maken. Maar dat is niet gelukt.
Joop kan heel goed inspireren en motiveren, zeggen mensen die u goed kennen. 'Het is een geluk dat hij in het onderwijs is terecht is gekomen.' Klopt dat?
Ja, dat klopt denk ik wel. In ieder geval doe ik het met veel plezier. Ik hou erg van het omgaan met mensen. Ik ben absoluut een sociaal beest. En het is fantastisch om kennis over te dragen. Het was een bewuste stap om hoogleraar te worden toen mij die kans werd geboden. Mijn idee was vanaf het begin: ik wil jonge mensen inspireren, ik wil met jonge onderzoekers aan de slag, cursussen opzetten voor een vakgebied dat een beetje in de vergetelheid is geraakt. Een vakgebied dat er volgens mij toe doet. Daarom ben ik ook ontzettend blij met de prijs van het Prins Bernhard Cultuurfonds. Het is een eerbetoon aan mijn werk en een eerbetoon aan het vegetatieonderzoek.
U krijgt 50.000 euro van het Prins Bernhard Cultuurfonds. Is daar al een bestemming voor?
Driekwart van het geld moet ik besteden aan projecten. Ik wil dat geld graag besteden in Afrika. Zo heb ik heb een promovendus in Egypte, die net is begonnen met  een onderzoek naar de vegetatie van de Sinaï woestijn. Jij lacht en ik zie je denken 'een bak zand'. Maar als er één systeem in de wereld werkelijk divers is, dan is dat wel de woestijn. Die jongen wil dat onderzoek graag doen, maar hij heeft geen cent te makken. Ook heb ik twee projecten in Zuid-Afrika die ik graag een steuntje in de rug wil geven. In principe moet het geld van het Prins Bernhard Cultuurfonds in Nederland worden besteed, maar ik heb goede hoop dat mijn voorstel wordt geaccepteerd. Prins Bernhard zelf deed immers ook veel in Afrika, en het geld is daar zoveel meer waard en meer nodig dan in Nederland.
U heeft De Vegetatie van Nederland geschreven, de Atlas van Plantengemeenschappen, de Natura-2000 reeks. U heeft de Landelijke Vegetatie Databank opgezet en het informatiesysteem SynBioSys, waarin onder meer al die informatie digitaal toegankelijk is gemaakt. Wat valt er nog te doen?
Er valt nog zoveel te doen! Ik wil graag het gebruik van SynBioSys in het mbo- en hbo-onderwijs bevorderen. Die stap zijn we nu aan het maken. Studenten in het groene onderwijs kunnen daar hun voordeel mee doen: hoe je kennis over soorten, levensgemeenschappen en landschappen met elkaar in verband kunt brengen. Aan SynBioSys worden nieuwe lagen en modules toegevoegd. Het is hartstikke leuk om daaraan te werken. Data-mining is een volgende stap. Je kunt op allerlei manieren aan al die informatie snuffelen, die enorme hoeveelheden gegevens laten spreken. Als je er even voor gaat zitten, heb je zo een nieuw project bedacht. Dat is gewoon een 'mer à boire'.
Verder is mijn internationale werk een uitdaging. Ik wordt gevraagd om lezingen te geven, om te komen praten, richting te geven of te helpen bij het opzetten van een informatiesysteem of een boekenreeks. Deze maand nog zijn we benaderd voor het ontwikkelen van een SynBioSys Qinling, in het leefgebied van de reuzenpanda in China.
Altijd weer die boeken...
Ik hou van boeken. Boeken schrijven voor mijn vak, dat is toch prachtig. Ik denk ook dat ik kan zeggen dat ik daar goed in ben. Ik schrijf veel en gemakkelijk. Maar dat is wel heel geleidelijk opgebouwd. Mijn leermeester Victor Westhoff heeft mij daarin gedrild. Hij was ongelooflijk gericht op het correct schrijven. Welhaast fanatiek. Mijn eerste manuscripten kreeg ik van hem terug met de opmerking: goed werk Joop, er zitten maar 87 fouten in. En dat meende-ie! Maar hij wist tegelijk ook wel: Joop slurpt het wel op.
Wat me ook erg boeit, is het schrijven van fictie. In 2007 heb ik de prijs voor het beste debuut van de provincie Gelderland gekregen. Korte verhalen, daar houd ik vooral van. Ik heb denk ik een expressionistische, een beetje zwartgallige manier van schrijven./Roelof Kleis
Schaminée bezet twee stoelen
Schaminée is in 1957 geboren in het Limburgse dorpje Wessem. Hij studeerde in Nijmegen cum laude af in de biologie. Sinds 1987 werkt hij bij Alterra en de voorloper daarvan, het Rijks Instituut voor Natuurbeheer. Schaminée schreef diverse lijvige standaardwerken op gebied van vegetatie, waaronder De Vegetatie van Nederland, Atlas van plantengemeenschappen in Nederland en Europese Natuur in Nederland. Als hobby schrijft hij ook fictie. In 2007 won hij de prijs van de provincie Gelderland voor het beste literaire debuut met het korte verhaal 'De kool en de geit'. Joop Schaminée is voorzitter van het mede door hem opgerichte Plantensociologische Kring Nederland en vicevoorzitter van de International Association for Vegetation Science. In 2006 werd Schaminée benoemd tot buitengewoon hoogleraar op de Westhoff dubbelleerstoel in Wageningen en Nijmegen. Schaminée is 'zeer gelukkig' getrouwd met Mariken Goris en is vader van 'twee prachtige dochters': Esther (14) en Sarah (12).

Re:ageer