Wetenschap - 1 januari 1970

‘Oudere werknemers niet afdanken’

Per december 2004 gingen drie leden van het team Stad, land en samenleving van Alterra geheel of gedeeltelijk met prepensioen. Ir Jan Bervaes stopte helemaal met werken. Ir Jos Jonkhof en dr Leo van den Berg gaan in deeltijd werken bij de leerstoelgroep Sociaal-ruimtelijke analyse. Het Zwitserlevengevoel is nog niet helemaal ingezonken, en ze willen alledrie graag jongere onderzoekers blijven helpen. 'Als collectief geheugen.'

'Ik slaap lekker uit tot negen uur. En ik ga een museumjaarkaart aanschaffen.' Jan Bervaes begint na drie maanden prepensioen te wennen aan zijn nieuwe situatie. In december heeft hij eerst uitgerust. 'Ik had de vorige zes maanden zoveel ellende achter de rug, al die discussie over of het nu wel of niet door kon gaan.'
Bervaes werd in november 2004 net 57 en dat maakte het tot op het laatste moment onzeker of hij gebruik kon maken van de prepensioenregeling die onderdeel uitmaakt van het reorganisatieplan voor Alterra. 'Op een gegeven moment sta je voor de keuze: ga je door tot je 62ste of stop je nu', vertelt hij. 'En ik had het helemaal gehad.'
'De eerste tijd had ik mij voorgenomen geen geestelijke arbeid te doen', vertelt Bervaes. 'Alle dossiers die ik op zolder en in de woonkamer had staan, heb ik naar de tweede verdieping verhuisd, waar ik een werkkamer heb gemaakt. Al die fysieke arbeid maakte wel dat ik op een gegeven moment een spier scheurde.' De vrijheid bevalt Bervaes wel. Hij heeft al plannen om in april zes weken naar het zuiden te gaan.

Mailtjes
Vakantie was ook het eerste waar Jos Jonkhof aan dacht in december. 'Ik was helemaal doodop.' Het prepensioen kwam wel goed uit, want de vakantiedagen waren bijna op. In januari heeft hij echter alweer zoveel werk verricht - 'opruimen, zowel thuis als op het werk' - dat zijn vriendin al bezorgd heeft gevraagd of het niet wat minder kan. 'De keuze voor de regeling was ook ingegeven om wat meer tijd met elkaar te besteden.'
Leo van den Berg merkt dat hij zich steeds minder druk maakt om organisatorische zaken binnen Wageningen UR. 'De mailtjes komen nog wel, maar ik klik ze nu meteen weg.' Van den Berg geniet van het feit dat hij nu meer vrijelijk zijn tijd kan besteden, al heeft hij het nog wel druk. 'Ik merk dat mijn vrouw meer een claim op me legt', vertelt hij, tijdens een pauze bij het slopen van plafonds. 'Zij had een verbouwing gepland.'
Maar Van den Berg heeft ook nog verplichtingen buiten de deur. Hij heeft net als Jonkhof de keuze gemaakt om het prepensioen - zeventig procent van het laatstverdiende loon - aan te vullen tot honderd procent. Beide wetenschappers gaan daarvoor werken bij de leerstoelgroep Sociaal-ruimtelijke analyse van prof. Jaap Lengkeek. Alleen de constructie die is verzonnen is voor beiden anders. Van den Berg was voor zijn prepensioen al bij de leerstoelgroep gedetacheerd. Hij werkt per december anderhalve dag als begeleider voor MSc-studenten Leisure, tourism and environment. 'Ik begeleid zo'n vijf à zes afstudeerscripties per jaar. Daarnaast begeleid ik studenten in de keuze voor een vakkenpakket.'

Klussen
Jonkhof moet officieel nog tot maart wachten, omdat hij niet eerder opnieuw door Wageningen UR kan worden aangenomen, maar hij is inmiddels al wel aan de slag. 'Het werk zat al in de pijplijn. En sommige opdrachtgevers hebben me verzocht om bij projecten betrokken te blijven.' De klussen die Jonkhof doet, zijn voor zijn oude team bij Alterra. Alterra betaalt de leerstoelgroep van Lengkeek vervolgens voor dat werk, en die zorgt weer voor het loon van Jonkhof.
Het is vooral voor Jonkhof en Van den Berg nog zoeken naar de juiste tijdsplanning. 'Ik ben er nog niet helemaal uit', vertelt Van den Berg. 'Ik kan nu wel mijn tijd vrijer besteden, maar je moet zuinig zijn op je dagen. Mensen ontdekken dat je vrij bent en zeggen dan 'kun je dit of dat niet doen?'. En je hebt nog allerlei hobby's waar je mee wilt beginnen.' Naast zijn werk bij de leerstoelgroep blijft Van den Berg - specialist op het gebied van stadslandbouw - ook betrokken bij enkele onderzoeksprojecten. Daar ervaart hij het als een bevrijding dat hij verlost is van het schrijven van productieve uren.

Coachende rol
Groenwonenspecialist Jonkhof heeft vergelijkbare ervaringen. 'In januari zat ik aan mijn taks', vertelt hij. 'In februari heb ik meer tijd genomen voor reflectie, veel boeken gelezen waar je normaal niet aan toekomt. In maart wordt het weer druk.' Bijkomend probleem is dat hij zijn conditie op peil moet zien te houden. Een vervanging voor de dagelijkse fietstocht van station Ede-Wageningen naar Alterra heeft hij nog niet.
Alledrie willen graag hun kennis blijven delen met oud-collega's van Alterra. 'Je moet oudere medewerkers niet afdanken, maar toegankelijk ergens neerzetten om ervaringen te delen', vindt Jonkhof. 'We hebben een enorme hoeveelheid kennis en ervaring. Ik zou graag een coachende rol willen vervullen, dat je betrokken wordt bij projecten als een soort collectief geheugen.'
Bervaes lijkt nog het meest een Zwitserlevengevoel te hebben, maar ook hij laat Wageningen nog niet los. 'Ik heb nog een klein interviewprojectje, en ik blijf adviseur van gemeente Amsterdam. En als ze iets willen weten, bellen ze maar. Dan wil ik best wel een brug proberen te slaan.'

Martin Woestenburg

Re:ageer