Student - 18 oktober 2007

Oude kippen wegen

Tineke Sol, vierdejaars Diergezondheidszorg aan Van Hall Larenstein in Leeuwarden, controleert de gezondheid van ‘oude’ kippen op biologische boerderijen. Haar werk maakt deel uit van een project van het Louis Bolk Instituut in Driebergen, dat moet leiden tot verbetering van het dierwelzijn in de biologische pluimveehouderij.

1452_nieuws.jpg
‘Het Louis Bolk Instituut kwam ik tegen in een map op school. Het is een onderzoeksinstelling die zich richt op biologische en duurzame landbouw. Op VHL is de aandacht voor biologische productie miniem. De interesse van het gros van mijn studiegenoten gaat toch vooral uit naar de gangbare veehouderij. Diergezondheidszorg is namelijk gekoppeld aan de opleiding Melkveehouderij en de meesten houden vast aan het traditionele patroon van thuis. Ik wilde ook wel eens wat anders dan melkkoeien, want de pluimveesector komt er ook een beetje bekaaid af in onze opleiding. Zo combineer ik twee zaken: bio en kippen.
Ik doe dit als projectstage, een soort voorproefje van het zelfstandige onderzoek dat je moet uitvoeren in de afstudeerfase. Het onderzoek van het Louis Bolk naar het welzijn van kippen heeft een looptijd van twee jaar. Daaruit heb ik weer mijn eigen deelplan getrokken. Ik heb ten slotte maar vier maanden de tijd.
Productiekippen worden doorgaans zeventig weken oud. In de dertigste week leggen zij de meeste eieren. Ik beoordeel de kippen van zestig weken, als hun hoogtepunt voorbij is en het leven er bijna op zit. Ik kijk bijvoorbeeld naar de kleur van hun kam, die wordt flets als ze ziek zijn. Net als bij zieke mensen die bleekjes zien. Verder controleer ik op wondjes en littekens, en ik weeg de dieren. Een gezonde kip weegt zo’n 1900 gram.
Ik probeer een rode draad te vinden: waarom hebben de kippen het in het ene bedrijf wel goed en in het andere wat minder. Bij elkaar loop ik zo’n 25 pluimveebedrijven af in mijn stageperiode. Ik neem een steekproef van vijftig kippen per keer. De pluimveehouders werken graag mee aan het onderzoek. Uit eigenbelang, want een gezonde kip produceert natuurlijk meer. En ze zijn nieuwsgierig naar hoe de buurman het doet.
Nu de ophokplicht weer van de baan is zie je de kippen opleven. Prachtig zoals ze buiten in het oktoberzonnetje rondscharrelen. De agressie is er uit en de verwondingen verdwijnen. Ik moet er nog een beetje ingroeien, maar de maatregelen in de biologische sector vind ik eigenlijk vrij vanzelfsprekend. De leefruimte van niet meer dan zes kippen per vierkante meter, de nadruk op hygiëne, geen stilstaand water in de uitloop vanwege besmettingsgevaar. Het is allemaal nogal logisch.’

Re:ageer