Organisatie - 31 mei 2007

Oude beha’s tegen apartheid

Maandverband en beha’s. Voor Wageningse vrouwen in de jaren zeventig zijn ze de gewoonste zaak van de wereld. Maar de vrouwelijke guerrillastrijders van de Swapo hebben er een schrijnend tekort aan, schrijven drie studentes in De Belhamel van 29 april 1976.

189_opinie_0.jpg
De Belhamel is het Wageningse equivalent van de piratenzender Veronica. Het is een opinieblad dat medewerkers van de Landbouwhogeschool, buiten de controle van de Wageningse bestuurders om, zelf samenstellen. Later in de jaren zeventig zal het overgaan in het Wagenings Hogeschoolblad, de voorganger van Resource.
Het stuk dat in april 1976 verschijnt, is geschreven door onder meer Marja van den Berg en Lizet van Dorp. ‘Vrouwenemancipatie hier’, heet het. Het stuk behandelt enkele feministische initiatieven, zoals praatgroepen waarin vrouwen kunnen leren dat vrouwengroepen verschrikkelijk leuk zijn, of studiegroepen die ‘literatuur over emansipatie’ bestuderen.
Tot de initiatieven hoort ook een inzamelingsactie voor de vrouwelijke strijders van het Namibische rebellenleger. ‘Deze vrouwen doen een beroep op ons voor maandverband en behaas’, schrijven de studentes. ‘Beide zijn in Namibië niet verkrijgbaar en broodnodig; maandverband omdat de vrouwen zich vaak dagenlang niet kunnen wassen in de jungle en behaas omdat anders het rennen en springen zo pijnlijk is.’
Namibië is in de jaren zeventig bezet door Zuid-Afrika. Sinds 1960 ijvert het rebellenleger van de Swapo voor een onafhankelijk en zwart Namibië, zonder veel succes. Pas in de late jaren tachtig wordt het conflict opgelost, als Zuid-Afrika een andere koers gaat varen en een VN-vredesmacht ingrijpt.
Maar in de jaren zeventig is het nog niet zover en roepen feministische studenten hun lezers op om het zwarte verzet te steunen. Sympathisanten kunnen hun gebruikte bustehouders brengen naar Marja van den Berg op de Nobelweg. Maandverband belieft Van den Berg echter niet. Wie de junglevrouwen van de SWAPO daaraan wil helpen, kan geld overmaken op een postgirorekening.
Hoeveel Wageningse beha’s naar Namibië zijn gegaan is onbekend. Het is niet gelukt om Marja van den Berg op te sporen, en Lizet van Dorp kan zich de beha-actie niet herinneren. ‘Het is lang geleden en we deden veel’, verklaart ze.
Van Dorp was in de jaren zeventig actief in organisaties die zich inzetten voor de Derde Wereld. Daardoor kende ze de twee studentes met wie ze in 1976 het Belhamelstuk had geschreven. ‘We vonden elkaar op de inhoud’, zegt ze.
Ze kan zich indenken dat we nu, dertig jaar na dato, bevreemd opkijken van de inzamelingsactie. ‘Het was een andere tijd’, zegt ze. ‘Naar de maatstaven van nu waren we misschien naïef. Wat er precies in de Derde Wereld gebeurde wisten we niet. Er was nog geen internet en de kennis die we hadden sijpelde mondjesmaat binnen, via vluchtelingen of via bevriende organisaties. Ik wil niet zeggen dat we de dingen zwart-wit zagen, maar het was makkelijker om je zonder reserves ergens voor in te zetten. En dat deden we.’

Re:ageer