Wetenschap - 5 december 2002

Otterdeskundige Jansman hoopt volgend jaar op eerste otterjongen in Weerribben

Otterdeskundige Jansman hoopt volgend jaar op eerste otterjongen in Weerribben

Het gaat goed met het uitzetproject van otters in nationaal park de Weerribben bij Steenwijk. Projectleider drs Hugh Jansman van Alterra is verbaasd over de berichten over verdwenen vrouwtjesotters.

Via het ANP meldde verschillende kranten deze week dat de vrouwtjesotters verdwijnen uit de Weerribben, maar Jansman is alleen maar positief. "We zijn uiterst content dat we nu zeventig procent van de dieren in een zeer goede geslachtsverhouding en in het goede gebied hebben", aldus Jansman. "Er zitten zeven otters in de Weerribben, drie mannetjes en vier vrouwtjes, en aan de randen van het gebied zitten nog eens een mannetje en twee tot drie vrouwtjes. Het doel was om binnen een jaar een kerngroep te hebben met potentie in de Weerribben. Dat is gelukt. Het is heel gebruikelijk bij uitzetprojecten dat je tien tot dertig procent van je dieren kwijtraakt door migratie of sterfte." Jansman hoopt volgend jaar dit succes te vervolmaken met een ? twee succesvolle worpen van otterjongen.

De otters die in juli zijn uitgezet hebben zich redelijk gesetteld, maar er zijn wel dieren naar het noorden aan het trekken. "Er zijn er drie richting Tjeukemeer getrokken, en misschien nog wel verder." Het betreft de Letse en Wit-Russische otters die in oktober en november zijn uitgezet.

"Die dieren zijn mobiel en zoekend", denkt Jansman, "mogelijk dieren die zoeken naar het vertrouwde plekje dat ze daar hadden. Maar we hebben al eerder extreme migratie gehad, en die otters waren binnen een maand weer terug in de Weerribben. Dat is het gebied waar ze zijn uitgezet, en dat werkt toch blijkbaar als een soort magneet."

Een andere verklaring is volgens Jansman de onwennigheid met het Nederlandse klimaat. In Letland en Wit-Rusland is het in deze periode van het jaar al winter. Kleine stroompjes en beekjes vriezen dan dicht, en de otters zoeken dan naar snelstromend water of naar grote wateren die niet zo snel dichtvriezen. In Friesland is het Tjeukemeer dan aantrekkelijk.

Er zijn al meer incidenten geweest die in de media vaak het uitzetproject negatief in het daglicht zette. Een mannetje is gestorven aan leverkanker, een Lets vrouwtje is verdwenen, en het dominante Zweedse mannetje uit de eerste uitzet is aangereden. Dat gebeurde bijna door een onderzoeker, vertelt Jansman. Drs Freek Niewold van Alterra volgde in de auto met peilapparatuur de otter, toen hij achter zich een klap hoorde. Toen hij achterom keek lag de otter groggy op de weg, en stapte er uit de auto achter zich een geschrokken gezinnetje uit, aldus Jansman. De otter was echter al snel weer op weg, en bleef daarna ook actief. Die moet een stevig voorhoofd hebben gehad, concludeert Jansman.

Jansman wijt de slechte berichten in de kranten aan de misvatting dat de otters alleen zouden kunnen leven in de Weerribben. Volgens hem zijn ook in nabijgelegen natuurgebieden de Rottige Meenthe en de Wieden ottervriendelijke maatregelen genomen, zoals het verwijderen van fuiken. | M.W.

De otter heeft het goed naar de zin de Weerribben. Volgens Alterra-onderzoeker Hugh Jansma werkt het uitzetgebied toch als een soort magneet en keren alle otters er na een uitstapje in korte tijd weer terug. | foto Hugh Jansma, Alterra

Re:ageer