Wetenschap - 6 juni 2002

Ornithologen bezorgd over bejaging weidevogels door vos en kraai

Ornithologen bezorgd over bejaging weidevogels door vos en kraai

Alterra is met de vogelonderzoekinstelling Sovon en Landschapsbeheer Nederland begonnen met een groot en breed onderzoek naar de rol van vossen, bunzingen, kraaien en andere predatoren op de weidevogelstand. Gedacht wordt namelijk dat die de oorzaak zijn van het dalende aantal weidevogels. Uit een eerste inventarisatie blijkt dat men zich niet ten onrechte ongerust maakt.

Het onderzoek is dit voorjaar begonnen met het in kaart brengen van de gegevens die de duizenden vrijwillige vogeltellers doorgeven over leeggezogen eieren en dergelijke. De kaart die deze week wordt gepresenteerd geeft volgens ornitholoog dr Hans Schekkerman van Alterra reden tot zorg. "Ook in de echte weidevogelbolwerken is een meer dan gemiddelde predatie te zien."

Meer dan zorg uitspreken kan Schekkerman echter nog niet. Het is nog onduidelijk of de nesten beroofd worden door vossen, bunzingen of kraaien, bijvoorbeeld. Dat willen de onderzoekers nu gaan onderzoeken met zogenaamde 'temperatuurloggers', waarmee de temperatuur in het nest wordt gevolgd. Wordt het nest in de nacht leeggeroofd, dan is het waarschijnlijk een vos, overdag is de kraai de meest waarschijnlijke predator.

Uit de kaart die is gepresenteerd blijkt ook dat niet zomaar uit het landschapstype kan worden afgeleid of predatie een oorzaak is van de achteruitgang van weidevogels. Zo is er een patroon te zien in de zandgronden van Oost- en Noordoost-Nederland met hogere predatie. Logisch, vindt Schekkerman, want in zulke landschappen zitten veel predatoren. Maar in de halfopen zandgronden van Brabant en Limburg - "ook een typisch vossen- en kraaienlandschap", aldus Schekkerman - is juist sprake van lagere predatie. | M.W.

Re:ageer