Wetenschap - 26 oktober 2015

‘Opwekken energie niet beste bestemming voor zeewier’

tekst:
Rob Ramaker

Over 10 tot 20 jaar kan zeewierteelt in de Noordzee net zoveel energie leveren als alle Nederlandse windmolens, zei Energieonderzoek Centrum Nederland (ECN) vanmorgen in de Volkskrant. Bij zeewieronderzoeker Willem Brandenburg roept die claim nog wel wat vragen op.

Brandenburg wil eerst benadrukken dat hij zeker geïnteresseerd is in het werk van ECN, een onderzoekinstituut dat zich specialiseert in energie. Zo telen zij hun zeewier op tapijten terwijl Brandenburg touw gebruikt in zijn proeven. Tapijt zou wel eens voordeliger kunnen zijn. Zo groeit het wier direct op het substraat en hoeft het niet in het touw ‘geplant’ te worden. Bovendien blijken de touwen sneller dan verwacht aan vervanging toe. Wel maakt hij zich zorgen over de ecologische consequenties. Het water onder de tapijten krijgt mogelijk veel minder licht en dat kan gevolgen hebben voor het leven daar.

Energie is de meest laagwaardige manier om zeewier te gebruiken
Willem Brandenburg

Ook twijfelt Brandenburg of het ECN wel de juiste toepassingen de prioriteit geeft. ‘Energie is de meest laagwaardige manier om zeewier te gebruiken’, zegt hij. Zelf ziet hij meer in het gebruiken van zeewier om voedsel, zoals eiwitten en suikers, of hoogwaardige chemicaliën, denk aan plastics of kleurstoffen, te produceren. Op die manier kan de Nederlandse teelt concurreren met goedkoop zeewier uit Azië. Bovendien vindt Brandenburg dat Nederland voor de energievoorziening moet kijken naar koolstofvrije bronnen, zoals wind, getij en zon. ‘Misschien ben ik te idealistisch, maar op de lange termijn wil je hier toch naartoe.’

ECN presenteerde vanmorgen in de Volkskrant de evaluatie van een meerjarig Europese studie. Het instituut verwacht dat door in ééntiende van de Noordzee zeewier te verbouwen, evenveel energie kan worden opgewekt als alle Nederlandse windmolens in 2020 moeten bijdragen volgens het Energieakkoord. Brandenburg wil de evaluatie van ECN zeker aandachtig gaan bestuderen. ‘Het is goed als er onderzoek gebeurt naar meerdere systemen. Die kunnen misschien zelfs naast of door elkaar bestaan’.