Wetenschap - 19 juni 2008

Opvallende bloemen verhogen succes bestrijding

Bloeiende akkerranden kunnen natuurlijke vijanden van rupsen, luizen en andere plagen aantrekken, waardoor chemische middelen overbodig worden. Maar niet ieder bloemmengsel is geschikt, blijkt uit een publicatie van Alterra in Biological Control. Onmisbaar zijn nectarhoudende bloemen die van een afstandje herkenbaar zijn.

Bloemen zijn ‘tankstations’ voor natuurlijke plaagbestrijders.
Bloemen zijn ‘tankstations’ voor natuurlijke plaagbestrijders.

Foto: Theo Tangelder

Telers die zonder chemische middelen rupsen, luizen en andere plagen in hun gewassen aan willen pakken, zijn afhankelijk van de natuurlijke vijanden. Bloemen langs de akkers kunnen sluipwespen en andere nuttige insecten helpen in hun strijd tegen plagen. ‘Ze fungeren als tankstation’, zegt dr. Felix Bianchi van Alterra.
Sluipwespen die vaak tussen het vliegen door nectar kunnen eten, leven langer en parasiteren meer plagen dan sluipwespen die in een omgeving leven met weinig nectarbronnen, zoals een gangbare akker zonder bloemenstroken. ‘Sluipwespen zullen daar eerder sterven en dat gaat ten kost van de biologische bestrijding.’
Bianchi onderzocht met behulp van een simulatiemodel hoe verschillende typen bloemen de biologische bestrijding door sluipwespen in de akker beïnvloeden. ‘We moeten ons realiseren dat het veel uitmaakt welke bloemen er gebruikt worden.’ Hij laat met zijn simulatie zien dat de beschikbaarheid van nectar belangrijk is. ‘Een sluipwesp heeft niks aan een bloem met nectar waar hij niet bij kan.’ De vorm van de bloemen speelt hier een grote rol in. ‘Sommige bloemen hebben een smalle hals, andere een brede. De architectuur van de bloem bepaalt zo of een sluipwesp bij de nectar kan.’
Daarnaast moet een sluipwesp de bloem kunnen vinden. ‘Voor een succesvolle toepassing van biologische bestrijding is de herkenbaarheid van planten op een afstand van enkele meters zeer belangrijk. Als sluipwespen het tankstation van grote afstand kunnen herkennen is er minder kans dat ze verhongeren in de akker’, verklaart Bianchi.
Bloemen die van grote afstand zijn waar te nemen, zijn zelfs doorslaggevender voor het succes van de bestrijding dan bloemen met veel nectar, concludeert hij. Dit pleit volgens Bianchi voor lokbloemen in een akkerrand. ‘Al is het zelfs maar in een lage dichtheid. Als er vervolgens ook bloemen zijn met veel nectar, vinden ze die wel.’
Welke bloemen precies als lokkertjes kunnen werken, moet nog blijken uit veldproeven. Wel denkt Bianchi dat geur cruciaal is. ‘Sluipwespen gebruiken geur ook om hun gastheren te vinden. Als rupsen van de planten eten, scheiden de planten een stofje af. Zo weten sluipwespen waar de rupsen zich bevinden.’

Re:ageer