Wetenschap - 22 maart 2007

Optimisme over tweede generatie biobrandstof

Over dertien jaar moet minstens tien procent van de brandstof afkomstig zijn van biomassa. Een zeer ambitieus plan maar zeker niet onmogelijk, was de optimistische gedachte tijdens het symposium Biobased economy, fuelling the future dat studievereniging Codon op 20 maart verzorgde in Wageningen. Vooral dankzij de snelle ontwikkelingen op het gebied van de ‘tweede generatie biobrandstoffen’.

Zelfs immer kritische milieuorganisaties stonden vorige maand lichtjes te springen van vreugde toen de Europese lidstaten hun gezamenlijk klimaatakkoord naar buiten brachten. Daarin staat dat in 2020 minstens tien procent van de brandstof uit plantaardig of dierlijk materiaal gewonnen moet worden. Een hoge lat na het niet halen van het eerder gestelde doel van twee procent in 2005.
Desondanks zijn de verwachtingen nu hoog. Want het onderzoek naar de zogenoemde tweede generatie biobrandstoffen gaat hard. Deze brandstoffen komen voort uit restproducten van de landbouw zoals stro, in plaats van uit speciaal voor biobrandstof geteelde gewassen zoals koolzaad en oliepalm. En waar eerder vooral de wetenschap onderzoek deed naar biobrandstof staat nu ook het bedrijfsleven te trappelen om resterende plantendelen om te zetten in energie. ‘De potentie van de tweede generatie is veel groter’, zegt spreker Minke Noordermeer, onderzoekster bij Shell. De technologieën voor het omzetten van restproducten leiden tot aanzienlijk minder uitstoot van koolstofdioxide en voorkomen bovendien concurrentie met voedselproductie, één van de belangrijkste argumenten tegen biobrandstoffen.
Tweede spreker Jan de Bont is manager onderzoek bij het alcoholproducerende bedrijf Royal Nedalco. Dat probeert de bijproducten van alcoholproductie te gebruiken als bron voor biobrandstof. Na een lange zoektocht naar de juiste enzymen en gisten is Nedalco nu zover dat het een fabriek gaat bouwen waar de restanten van alcoholproductie in bio-ethanol worden omgezet. Ook Shell heeft plannen voor een vergelijkbare fabriek.
Een goed vooruitzicht, vinden alle aanwezigen, maar er is nog een lange weg te gaan. De kosten zijn nu nog erg hoog en de schaal waarop Nedalco straks biobrandstof produceert zet voor Shell geen zoden aan de dijk, zegt De Bont. Ook spreker Hans Reith van het Energieonderzoek Centrum Nederland waarschuwt dat er nog steeds een te grote hoeveelheid biomassa nodig is. ‘Op papier zijn sommige technieken veel efficiënter dan de eerste generatie, maar de schaal waarop geproduceerd moet worden blijft groot.’ Ook omdat niet al het restafval zomaar gebruikt kan worden zonder landbouwgronden uit te putten.
‘We hebben de beste manier nog niet gevonden’, concludeert dagvoorzitter prof. Johan Sanders, hoogleraar Valorisatie van plantaardige productieketens aan Wageningen Universiteit. ‘Maar we zijn nog maar net begonnen. Dat we binnen Europa nu dertien jaar lang dezelfde kant op kijken is een belangrijke stap. Daarmee stimuleert de politiek bedrijven om ook onderzoek te doen.’

Re:ageer