Wetenschap - 1 januari 1970

Opspraakvergunning

Opspraakvergunning


In de wandelgangen van een EU-bijeenkomst in Kopenhagen spreekt een
bevlogen man Cees Veerman aan. Ze raken in een geanimeerd gesprek over de
toestand van het milieu. De man, Björn Lomborg, heeft daar uitgesproken en
controversiële ideeën over*: ,,De door velen geprofeteerde milieu-apocalyps
is slechts activisme en mediahype. Om mensenlevens te redden kan de
wereldgemeenschap zich beter voorbereiden op een leven met milieuschade,
dan te investeren in het terugdraaien van die schade. Het bespaarde geld is
beter besteed aan bijvoorbeeld zorg of verkeer’’.
Cees Veerman, die in geen tijden zo een bevlogen wetenschapper tegen het
lijf was gelopen, praat hierover op de weg terug met zijn Secretaris
Generaal. ,,Hebben wij in Nederland ook zulke lui?’’. Enkele namen passeren
de revue: de econoom Jacob Kol, die de levensvatbaarheid van de landbouw in
Nederland ter discussie stelt (Veerman kijkt hier zuinig bij), de filosoof
Paul Cliteur, die onverschrokken en met vlijmscherpe rationaliteit de
onontkoombaarheid van dierenrechten neerzet, de bioloog Ronald Plassterk,
die ethische bezwaren tegen biotechnologie in voeding ter discussie stelt,
en de ecoloog Jeff Harvey, die Lomborgs werk bekritiseert met onverholen
emotie. ,,Daar zit niemand van Wageningen bij’’, stelt Veerman
teleurgesteld vast. Hij laat de schouders hangen. Zijn Wageningen Ateliers
hebben niets opgeleverd.
Dat deze scène zich werkelijk heeft afgespeeld is onwaarschijnlijk, maar
niet onmogelijk. In landelijke discussies is Wageningen UR nu eenmaal
nauwelijks zichtbaar. En áls we in beeld zijn worden we gezien als de
pantservuist van de bio-industrie. De Raad van Bestuur vreest dat ook en
ziet liever dat Wageningen UR de rol vervult van universitair specialist
die met heldere informatie de discussie naar een hoger plan tilt. Met PR-
campagnes probeert ze dat ook te bereiken.
Wageningen kan zo’n specialistenrol prima spelen, maar dat zal niet voldoen
om opinieleider te worden. Daarvoor moeten er Wageningers opstaan met lef
en bezieling. En vooral met de vaardigheid heersende opvattingen met
Cliteuristische precisie te ontleden, zonder terughoudendheid onontkoombare
conclusies begrijpelijk te verwoorden.
Maar voordat een Wageningse intellectuele voorhoede zich kan profileren is
er nog een barrière te nemen: ons imago. Daartoe zullen we consequent
moeten bewijzen onafhankelijke denkers te zijn. En dat kan wel eens grenzen
aan nestbevuiling: onze persoonlijke en collectieve identiteit moet niet
alleen ontkoppeld worden van het debat, maar wellicht zelfs geheel afgelegd
worden. Pas als we in staat zijn verrassende, contra-intuïtieve, en
mogelijk politiek incorrecte standpunten in te nemen, zal het Nieuwe
Wagenings Geluid in het debat gehoord worden. Dissidente geluiden spelen
tenslotte een belangrijke rol in het verkrijgen van een license to debate.

Gemiste kansen

Wageningen bevindt zich te midden van de meest fantastische discussies.
Welke wetenschappelijke instelling kan zich buigen over controverses als
door mensenhand verspreide dierziekten, genetische modificatie, Europese
landbouwsubsidies en bontteelt. Deze onderwerpen raken je: je lichaam in de
vorm van voedsel (ben je wat je eet?), gezondheid en kleding, je tradities
(ons cultuurlandschap), je dromen (recreëren, exotische landen). Ja, zelfs
mondiaal ontwikkelingswerk wordt persoonlijk door Max Havelaar te kopen. De
discussies staan dan ook bol van emoties, culturele identiteiten en
waarden.
Dit houdt echter wel in dat je met een bijdrage van droog feitenmateriaal,
niet ver komt. Integendeel, zo'n houding leidt juist tot wantrouwen. Als je
bepaalde opvattingen niet wilt overwegen en niet openlijk kleur bekent,
worden al snel schimmige belangen verondersteld. Een voorbeeld: de
Rotterdamse econoom Kol trok het bestaansrecht van de Nederlandse boeren in
twijfel en voerde enkele argumenten aan. Zonder op de argumenten in te gaan
hoopte Veerman, toen nog Wageninger, hem daarop het recht van spreken te
ontzeggen door hem ontoerekeningsvatbaar te verklaren. Dat valt te
begrijpen vanuit Veermans persoonlijke achtergrond als boer, maar die
noemde hij niet. Met zijn academische fatwa riskeerde hij het beeld van
Wageningen UR als kritiekloos behartiger van boerenbelangen voor velen te
bevestigen. Ronald Plassterk gebruikte dat later om onder een afspraak in
Wageningen uit te komen.
En zolang Wageningse onderzoekers aan feitenmateriaal willen vasthouden,
geen mening geven, en hun eigen positie niet apart weten te presenteren van
opiniërende uitspraken, zullen ze in de debatarena geen rol van betekenis
spelen.

De Arena

Hoe Wageningers weer voorop te laten gaan in het debat? Voordat we
aangegeven wat ons te doen staat, moeten we weten in welk van drie soorten
debat we daadwerkelijk gehoord willen worden.
Ten tijde van crisis (MKZ, BSE en dioxinekippen) vinden er felle,
emotionele discussies plaats. Deze hebben weinig invloed op het verloop van
de crisis, omdat ze achter de feiten aan lopen. Het draaiboek heeft
voorrang. Het was tijdens de MKZ crisis dan ook te voorzien dat pleidooien
voor 'preventief enten', hoe sympathiek ook, zonder gevolg zouden blijven.
Wel is die discussie het startschot geweest voor een debatronde over de
beginselen. Zulke beginseldebatten hoeven niet minder emotioneel te
verlopen: ze vereisen tenslotte het afwegen en confronteren van meningen,
angsten, principes en percepties. Daarin gaat het over genetische
modificatie, kale kippen, xenotransplantatie, varkensflats of de veiligheid
van rauwmelkse zuivel. Tenslotte beginnen met de uitkomsten van het
beginseldebat de discussies die de draaiboeken, protocollen en ontwerpen
opleveren. Denk hierbij aan projecten voor het specificeren van een
waterdicht HACCP protocol, het ontwerpen van de ecologische hoofdstructuur,
of het realiseren van salmonella vrije legbatterij. Hier wordt emotieloos
kennis gegenereerd en vervolgens vertaald in toepassingen voor de praktijk.

In deze project-habitat voelen Wageningse onderzoekers zich veilig. Vandaar
dat ze hier meestal hun bijdrage leveren. Hoewel, veilig is betrekkelijk.
Concurrentie ligt op de loer van ingenieursbureaus, consultants en onze
vrienden van TNO, nieuw, nu met verbeterde basisfinanciering. Als remedie
tegen deze bedreiging van ons bestaansrecht wil de Raad van Bestuur ons
zichtbaarder maken voor het grote publiek. Maar of we het redden door vaker
op televisie te komen is de vraag. Want wanneer komt een Wageningse
onderzoeker in beeld? Tijdens een crisis! En dan is het hooguit om te
melden hoeveel koeienkoppen zijn onderzocht, hoeveel kokkels per eidereend
de Waddenzee verschaft of welke kooktijd een salmonellavrij ei garandeert.
Zelden is er commentaar op de ophef zelf of de onderliggende beginselen.
Toch kan Wageningen UR haar bestaansrecht alleen ontlenen aan een
wezenlijke bijdrage in de beginseldiscussies. Dáár heeft de Wageningse
onderzoeker een rol; wat heet, meer dan één: als specialist en als
opinieleider. De vele specialisten die we hebben, mogen in die rol
prominent naar voren geschoven worden. Maar al zitten ze in het goede
debat, op de juiste tijd en aan de juiste tafel, invloed hebben deze
feitenleveranciers natuurlijk nooit. Daarvoor zijn begaafde en bevlogen
opinieleiders nodig. En dan geen watjes die binnen de partijlijn praten om
vooral maar niet op de tenen van potentiële klanten te gaan staan. Maar
welbespraakte generalisten die in staat zijn een bezielend, logisch
consistent en inhoudelijk betoog te houden en die het Cliteuristisch mes
niet schuwen.
Maar hoe vinden we deze spraakmakende onderzoekers die een onmisbaar
onderdeel van de overlevingsstrategie van Wageningen UR vormen? Daarvoor
moet we nu de volgende noodmaatregel nemen. Een jaarlijkse debatwedstrijd
waar deelnemers worden beoordeeld op zowel knuppels gooien als genadeloos
redeneren. Verliezers verliezen meer dan een wedstrijd: zij mogen niet
optreden in externe debatten. Intern kunnen ze oefenen zonder schade aan te
richten; volgend jaar een nieuwe kans. Maar de winnaars krijgen een
volledige opspraakvergunning. Het recht van spreken van onderzoekers als
sleutel voor het bestaansrecht van Wageningen UR

wurm, januari 2003

(Onder de naam wurm schrijven Floor Verdenius en Hans Schepers incidenteel
commentaren en columns over Wageningen UR:
http://www.geocities.com/fverdenius/wurm, wur_wurm@yahoo.com)

*Bjorn Lomborg, The Skeptical Environmentalist, Cambridge University Press,
496 pages, 2001

Re:ageer