Wetenschap - 1 januari 1970

Opnieuw beginnen in een vrij land

Wakil Delwar moest in 1996 vluchten uit Afghanistan toen de Taliban de macht overnamen. Via Rusland kwam hij in Nederland terecht. Nu is hij één van de acht studenten die met hulp van de Stichting voor Vluchteling-Studenten UAF, studeert aan Wageningen Universiteit. ‘Ik heb geen tijd om bij de pakken neer te zitten, ik wil studeren om weer verder te kunnen.’

In bijna perfect Nederlands vertelt de 27-jarige Wakil zijn verhaal in de kantine van het Imag-gebouw. Hij is druk bezig met het afronden van zijn master International development. ‘Toen ik naar Nederland kwam realiseerde ik me dat ik hier aan mijn toekomst kon gaan werken. Ik was nu in een land waar de vrijheid en middelen zijn om een bestaan op te bouwen.’
In Afghanistan hád Wakil eigenlijk al een bestaan opgebouwd. Hij had een middelbare school doorlopen die vergelijkbaar is met het Nederlandse vwo. Daarna was hij docent Engels aan een middelbare school. ‘Ik heb geen diploma’s of andere documenten kunnen meenemen naar Nederland die aantonen wat ik in Afghanistan had bereikt. Ik moest hier weer helemaal opnieuw beginnen.’

Baard en burqa
Zestien was Wakil toen de Taliban via Pakistan zijn land binnentrokken. ‘Langzamerhand veroverden ze de ene provincie na de andere. In 1996 werd onze president afgezet en namen de Taliban officieel de macht over. Die machtswisseling was heel duidelijk te merken. Geleidelijk aan begon de regering steeds zwaarder op ons te drukken. Het leek alsof niemand meer plezier mocht maken. Alles werd voor ons bepaald. Mijn moeder en zussen moesten een burqa dragen en mochten niet meer naar school. Ze mochten zelfs niet in het publiek lachen of praten. En wij als mannen moesten onze baard laten staan. Niet alleen kleding en gedrag werd ons opgedragen, maar zelfs de godsdienst werd bepaald. De islam - maar een totaal verkeerde versie hiervan - werd aan iedereen opgelegd. We moesten verplicht naar de moskee en iedere dag een paar keer bidden.’
Wakil woonde destijds met zijn familie in de hoofdstad Kabul. Zijn vader werkte bij de regering. De familie werd nauwlettend in de gaten gehouden door leden van de Taliban. ‘Ons gezin en vooral mijn vader werden als te modern en niet volgend gezien. Daarom kregen wij zogezegd speciale aandacht. Op een gegeven moment werd ik door wat leden van de Taliban bedreigd. Ze vroegen mij om mijn vader te verklikken, omdat hij zich niet aan de regels hield die zij hadden opgesteld. Op dat moment besefte ik dat de vrijheid waarin we altijd hadden geleefd, verleden tijd was. Langzaam maar zeker was onze vrijheid afgenomen en werden we steeds meer onderdrukt. Aan het eind van 1996 besloten mijn ouders dat we niet in Afghanistan konden blijven. We zouden vluchten.’

Vluchtverhaal
Met zijn blik op de tafel gericht vertelt Wakil zijn vluchtverhaal. Pijnlijke details brengt hij liever niet ter sprake. ‘Het was gewoon een afschuwelijke tijd. Zoiets doet veel met je, maar het heeft me ook sterker gemaakt.’
Hij kwam met zijn familie eerst in Moskou terecht. ‘Dat leek voor ons toen de beste optie, maar echt welkom waren we hier niet. We werden constant opgepakt omdat we geen visum hadden, daarna werden we dan weer vrijgelaten en later weer opgepakt. De regering speelde een soort kat-en-muisspelletje met ons. Het systeem daar is hartstikke corrupt. Als je maar veel geld hebt dan willen de ambtenaren wel wat voor je doen. Maar wij waren vluchteling, hadden geen visum en geen geld.’

‘Ik kocht een paar Nederlandse taalboeken en dagen en nachten lang gaan lezen’
Wakil reisde uiteindelijk zonder zijn familie verder en kwam in 1999 in Nederland terecht. Eerst werd hij in een opvangcentrum in Zevenaar geplaatst en daarna in een asielzoekerscentrum in Arnhem. ‘De kamer was niet veel groter dan zestien vierkante meter en ik sliep er met twee andere vluchtelingen. Omdat veel van de bewoners een trauma hadden door de dingen die ze hadden meegemaakt, was het samenleven best moeilijk. Mijn kamergenoot kwam vaak om drie uur ’s nachts thuis en een buurman zette ’s morgens rond zes uur keihard de televisie aan. Het was moeilijk om in zo’n omgeving je hoofd koel te houden en te focussen op wat komt.’
De jonge Afghaan besefte meteen dat hij zonder diploma’s niet veel zou bereiken. ‘Het enige wat ik kon doen was weer opnieuw gaan studeren. En zorgen dat ik diploma’s haalde. En ik wist dat ik daarvoor de Nederlandse taal moest gaan leren. Daarom ging ik naar de winkel, kocht een paar Nederlandse taalboeken en ben gewoon begonnen met lezen. Dagen en nachten lang heb ik in mijn kamertje gestudeerd.’ Na een paar maanden studeren haalde Wakil het staatsexamen Nederlandse taal. ‘Ik was heel blij toen ik dat examen had gehaald. Dit was een eerste stap om weer iets te bereiken, in een vrij land met veel mogelijkheden.’

Financiële hulp
Nog in datzelfde jaar zocht Wakil contact met het UAF, de stichting voor vluchtelingstudenten. Na een procedure van een paar maanden kreeg hij financiële hulp en begeleiding bij zijn studietraject. ‘Ik kreeg een persoonlijke mentor, meneer Bahmani, en hij heeft mij enorm goed geholpen. We zijn naar het ROC in Nijmegen geweest en daar hebben ze me de mogelijkheid geboden om versneld mijn havo- en vwo-examens te halen. Vier maanden lang heb ik keihard gestudeerd op alle vakken waar ik examen in moest doen. De stof zelf herkende ik wel uit Afghanistan, maar het was een stuk moeilijker omdat ik alles in het Nederlands moest doen.’
Aan de heao in Arnhem haalde Wakil daarna zijn bachelor in Business management. ‘Eerst wilde ik arts worden omdat ik graag mensen wil helpen. Daarna bedacht ik me dat ik liever op grotere schaal mensen van een achtergesteld land wil helpen en dat daarvoor goede economische kennis nodig is. Daarom heb ik ook voor de businesskant gekozen.’
De keuze voor de opleiding heeft Wakil ook gemaakt met behulp van het UAF. Verder heeft de stichting de opleiding, boeken en zijn computer betaald. ‘Zonder het UAF had ik nooit zo gemakkelijk kunnen gaan studeren, misschien was het wel helemaal niet gelukt.’

Toekomstplan
Als Wakil straks is afgestudeerd, wil hij gaan werken op het ministerie van Buitenlandse Zaken. ‘Hier kan ik belangrijke binnen- en buitenlandse contacten opdoen. Dit is noodzakelijk als ik mijn grotere doel wil bereiken; het opstarten van een business school in Afghanistan. Ik wil de kennis die ik hier heb geleerd daar gaan verspreiden. Ik wil het land weer helpen opbouwen en volgens mij is goede economische kennis hiervoor heel belangrijk. Als ik hier in Nederland goede contacten op kan doen, weet ik zeker dat ik mijn plan kan uitvoeren.’
Ogenschijnlijk zonder twijfels ontvouwt Wakil zijn grote plannen voor de toekomst. ‘Ik weet dat het me gaat lukken, als ik er in blijf geloven. Misschien komt dit wat arrogant over, maar ik denk dat je deze houding moet hebben om ergens te kunnen komen. Ik wil ergens komen, ik wil verder.’

Renske Kruizinga, foto Guy Ackermans


De Stichting voor Vluchteling-Studenten UAF ondersteunt vluchtelingen die in Nederland willen studeren. Dit gebeurt door financiële hulp en individuele begeleiding. Ook helpt de stichting bij het vinden van werk na het afronden van een studie.
Op dit moment studeren er in Nederland circa 2.400 vluchtelingen met steun van het UAF. In het jaar 2004-2005 studeerden 212 vluchtelingen af. Onder deze afgestudeerden bevinden zich onder meer 53 artsen, 10 laboranten, 3 tandartsen, 14 technici, 8 bouwkundigen, 22 informatici en 8 leraren. Ongeveer tweederde van de afgestudeerde vluchtelingen vindt binnen één jaar een baan.
Het werk van UAF wordt mogelijk gemaakt door giften van ruim 27.000 donateurs en bijdragen van bedrijven, hogescholen en universiteiten. Momenteel is de stichting bezig met een afstudeeractie voor de 212 vluchtelingen die dit jaar zijn afgestudeerd aan het Hoger Onderwijs. Wil je ook meedoen aan deze actie? Kijk op www.uaf.nl/afstudeeractie voor meer informatie.
Herkomstlanden UAF studenten: Irak
Afghanistan
Iran
Soedan
Rwanda
Syrië
Rusland
Azerbeidzjan
Somalië
Overig 20%
18%
17%
8%
4%
3%
3%
3%
2%
26%
Website: www.uaf.nl

Re:ageer