Organisatie - 17 november 2011

Opmars van de vrouwen

Wageningen begint een echte 'meisjesstad' te worden. De Wageningse universiteit, ooit een bolwerk van mannelijke agrariërs, telt inmiddels 117 vrouwen op elke 100 mannen. De universiteit is daardoor veranderd, vinden docenten. 'Meisjes zijn gemotiveerder, ijveriger en misschien wel snuggerder dan jongens.'

12-meisjescollege-GA-70262.jpg
De vrouwelijke opmars wordt misschien nog wel het best duidelijk bij de opleiding Dierwetenschappen. 'Begin jaren negentig telde Dierwetenschappen vrijwel uitsluitend mannen', vertelt universitair docent Henk Parmentier. Vooral bij de echt agrarische studies zoals Veeteelt en Plantenwetenschappen waren vrouwen in de collegezaal lange tijd een bijzondere verschijning. 'Daar zag je bijna alleen jongens met een agrarische achtergrond', weet Parmentier nog. 'Dames werden aangekeken of ze van een andere planeet kwamen.'
Dat veranderde toen de opleiding meer de nadruk ging leggen op gezelschapsdieren en minder op productiedieren. Het welzijn van de dieren werd ook belangrijk. De agrariërs, een slinkende sector in Nederland, stuurden minder zonen naar Wageningen. In plaats daarvan kwamen er meisjes uit de Randstad. Inmiddels zijn er bij de opleiding zo'n vier meisjes op elke jongen, zegt Parmentier. 'Vroeger moesten de vrouwen stoere verhalen aanhoren over hoeveel meter bier de mannelijke studenten tijdens het weekend hadden gedronken. Dat hoeft nu niet meer.'
Van hekkensluiter naar koploper
Dat steeds meer vrouwen hun weg naar het hoger onderwijs weten te vinden, is een maatschappelijke trend. De inhaalrace van vrouwen begon al in de jaren zestig, maar accelereerde in de afgelopen twintig jaar. Daarbij lijkt de balans inmiddels naar de andere kant door te slaan. Een oververtegenwoordiging van vrouwelijke leerkrachten in het basisonderwijs en een 'vrouwelijk' onderwijssysteem (projecten, groepstaken) zou de meisjes nu juist een voorsprong geven, menen veel deskundigen.
Maar dat is voor Wageningen nog niet alles. In dezelfde periode kwamen er nieuwe studierichtingen en vakkenpakketten, die beter aansloten bij maatschappelijke behoeftes. Parmentier: 'Om het wat oneerbiedig te zeggen; er kwamen "softere" disciplines bij, juist in de hardcore agrarische richtingen.'
Gevolg: de 'feminisering' in Wageningen is sterker dan de landelijke trend. Veel sterker. Cijfers van het Centraal Bureau voor de Statistiek laten zien dat het aandeel vrouwelijke studenten in het wetenschappelijk onderwijs tussen 1995 en 2010 groeide met 5 procent, van 46 naar 51. In dezelfde periode nam het aantal dames in Wageningen toe met maar liefst 12 procent. Van 44 naar 56 procent. Van hekkensluiter werd Wageningen UR juist koploper als het gaat om de opmars van meisjes in het wetenschappelijk onderwijs.
Mannen onder elkaar
Die toestroom van vrouwelijke studenten heeft het onderwijs flink veranderd, zegt Cees van Woerkum. De hoogleraar Communicatiestrategieën ging eind oktober, na veertig jaar lesgeven, met pensioen. 'Toen ik in Wageningen kwam werken, was het echt een sfeertje van "mannen onder elkaar". Gesprekken gingen over voetbal en wielrennen. Veertig jaar later zijn mijn universitaire hoofddocenten allebei vrouw en is het merendeel van mijn studenten vrouw.'
De jaren zeventig hebben niet alleen méér meisjes naar de universiteiten gebracht, hun rol veranderde ook, weet Van Woerkum nog. Studenten in Wageningen namen in die tijd zelf het onderwijs over, in navolging van de studentenrevoltes in Amsterdam en Nijmegen. 'Hoogleraren werden weggestuurd, studenten bepaalden zelf de inhoud van de lessen en gingen college geven.' Vrouwen namen hierbij het voortouw, aldus Van Woerkum. 'Buitengewoon krachtige vrouwen, echte pioniers. Zij bepaalden vooral de inhoud en de sfeer van het onderwijs.' Inhoudelijk was het weliswaar niet altijd aan de maat - 'die studenten hadden helemaal geen presentatietechnieken, dat kon ik zelf veel beter '- maar de lessen werden er een stuk interactiever van. 'De studentes waren meer betrokken en voelden zich verantwoordelijker. Ze namen het echt heel erg serieus.'
Nog steeds zijn meisjes meer betrokken bij hun studie dan de jongens,  vindt Parmentier. 'Meisjes zijn serieuzer, steken veel meer tijd in hun studie.' Volgens Van Woerkum houden vrouwen van een stimulerende werksfeer. 'Ze willen kwaliteit afleveren, het onderste uit de kan halen. De felheid van vroeger is weg; studeren is ook voor hen vanzelfsprekender geworden. Maar ergens bekruipt me het gevoel dat meisjes over het algemeen gemotiveerder, ijveriger en misschien ook wel snuggerder zijn dan jongens. Vrouwen zijn op de universiteit om hun diploma te halen, iets te bereiken. Jongens studeren omdat het hen een papiertje verschaft waarmee ze carrière kunnen maken. Ze zijn minder ijverig en minder scherp dan meisjes.'
De knop gaat om
Een nieuw maatschappelijk probleem? Parmentier denkt dat het meevalt. Weliswaar herkent hij de verschillen in motivatie, maar die zijn volgens hem tijdelijk: 'Zeker de eerste drie jaar van hun studie zijn jongens meer bezig met andere dingen; feesten, lol maken. Bij de masterfase vallen die verschillen weg. Dan zijn jongens en meisjes even gemotiveerd. Er gaat als het ware een knop om.' Volgens Van Woerkum gebeurt dat gedeeltelijk onder dwang van de meisjes. 'Mannen hebben leren inzien dat aandacht voor persoonlijke dingen, het goed houden van een relatie, heel veel oplevert. Ze zijn meer dan vroeger bezig met het creëren van een positieve stemming in de groep, met klaar staan voor elkaar.'
Volgens studentenvoorlichter Hermien Miltenburg, spelen ook fysieke factoren een rol. 'Op de leeftijd van studenten zijn in het jongensbrein nog niet alle verbindingen in orde. Hun communicatie-, taal- en sociale vaardigheden zijn nog niet zo ver ontwikkeld als bij meisjes. Daardoor hebben jongens op de universiteit en op middelbare scholen moeite om mee te komen. Meisjes zijn gedisciplineerd, jongens leunen achterover en consumeren. Tegen de tijd dat ze 24, 25 jaar zijn, zijn die verbindingen er wel.'
Miltenburg organiseert binnenkort een discussiedag in Leeuwarden om met decanen te praten over de verschillen tussen jongens en meisjes als het gaat om studeren. 'Het is hartstikke fijn dat het glazen plafond op de universiteit voor meisjes is verdwenen, maar jongens moeten niet achterblijven. In de huidige samenleving moeten studenten multidisciplinair kunnen werken; problemen oplossen doe je niet alleen met je verstand. Het is goed dat het onderwijs daarop inspeelt. De vraag is hoe we jongens daarop kunnen voorbereiden. We hopen samen met de decanen van middelbare scholen een oplossing te vinden.'
Sanitaire ongelijkheid
Hoe zeer de universiteit de afgelopen decennia in samenstelling is veranderd, laat zich niet beter illustreren dan met het aantal toiletten in het Wiskundegebouw. Het pand, gebouwd in de jaren vijftig van de vorige eeuw, telt twaalf herentoiletten tegenover slechts zes dames­toiletten. 'Dat zorgt in de pauze voor rijen', vertelt Janny Snijders, conciërge in het gebouw aan de Dreijenlaan. 'Vroeger waren hier heel veel mannen en heel weinig vrouwen. Nu is het zo'n beetje om het even.' Veel klachten krijgt de conciërge niet. 'De vrouwen zijn het allemaal gewend dat ze soms even moeten wachten. En zo lang duurt het niet meer, want binnenkort verhuizen we naar Orion.'
Jongen tussen de meisjes
Wie? Sander Biesbroek

Wat? Vijfdejaars Voeding en gezondheid
'Voeding en Gezondheid is een studie die gedomineerd wordt door vrouwen, dat is absoluut waar. In mijn jaar begonnen we met 6 mannen tegenover 110 vrouwen. Het is ook absoluut geen fabeltje dat vrouwen heel veel praten, zeker tijdens de bachelorfase waren er een paar docenten die grote moeite hadden om de zaal stil te krijgen. De studie heeft veel meer om het lijf dan alleen voeding en diëten. Zelf ben ik vooral geïnteresseerd in het gezondheidsaspect van de studie. Dat dit in Wageningen gekoppeld wordt aan voeding maakt het alleen interessanter. De overdaad aan vrouwen heeft ook voordelen. Tijdens colleges leer je dingen over vrouwen die je als man zelf nooit te weten zou zijn gekomen. Het is dan misschien wat druk, maar wel ontzettend gezellig. Het bewijs? Na een half jaar leerde ik mijn vriendin kennen waarmee ik vorige week getrouwd ben.' 
Meisje tussen de jongens
Wie? Marleen Hermelink

Wat? Eerstejaars Agrotechnologie
'Natuurlijk vroeg iedereen tijdens de AID waarom ik een "mannen studie" ben gaan doen. Het antwoord was altijd hetzelfde: ik vind het een interessante studie vanwege de combinatie technologie en natuur. En ik was niet van plan om mijn studiekeuze te laten beïnvloeden door een stel "boeren". In mijn jaar zitten we met drie meiden tussen 22 jongens. Gelukkig ben ik dus niet in mijn eentje. Als de heren dan weer eens beginnen over trekkers of koeien, dan kunnen wij in ieder geval met zijn drieën een tegenoffensief leveren. Zo blijven we stevig op onze eigen benen staan tussen alle lompe grappen en opmerkingen. Natuurlijk heeft een hoog percentage mannen ook een duidelijk voordeel, je hebt ze immers voor het uitkiezen. Ook maken we er graag een gezellige avond van met het groepje meiden uit Heeren XVII, daar krijg je tenminste wel een complimentje als je wat leuks en nieuws aan hebt.'

Re:ageer