Wetenschap - 1 januari 1970

Opleidingscoördinatoren komen tijd te kort

Opleidingscoördinatoren komen tijd te kort

Opleidingscoördinatoren komen tijd te kort


,,Wanneer je problemen aankaart wordt je in deze organisatie als een soort
doemdenker gezien.''

De opleidingscoördinator van Landschap, planning en ontwerp (LPO) legt
vanwege de hoge werkdruk zijn functie neer. Keer op keer kaartte Jan van
Nieuwenhuize het capaciteitstekort aan, maar het college van bestuur en de
directies van onderwijsinstituut en kenniseenheid zeggen geen oplossing te
hebben en schuiven elkaar de verantwoordelijkheid in de schoenen. Ook Jan
de Graaff, coördinator van Internationaal land- en waterbeheer (ILW), geeft
aan dat hij zijn werk niet naar behoren kan doen. Evenals Van Nieuwenhuize
krijgt hij geen bevredigende respons op zijn klachten.

Doordat de opsplitsing van Landinrichting in LPO en ILW in 2002 geen geld
mocht kosten, was voor beide opleidingen en de bijbehorende
opleidingsteams, bestaande uit coördinator, begeleider en voorlichter, maar
een half budget beschikbaar. Het gevolg is dat Van Nieuwenhuize en De
Graaff een aanstelling moeten delen en beide in plaats van een 0.4
aanstelling, slechts 0.2 fte ter beschikking hebben.
In die beperkte tijd moeten zij de coördinatie en programmering van
volwaardige opleidingen rond krijgen, terwijl opleidingscoördinatoren die
wel een volledige aanstelling hebben in sommige gevallen al kampen met een
hoge werkdruk. Dit heeft vooral te maken met de vele onderwijsveranderingen
van de afgelopen jaren, die het maken van een overzichtelijk
studieprogramma bemoeilijken. Dit beaamt Roel Dijksma, de coördinator van
Bodem, water en atmosfeer. Hij verzorgt de coördinatie sinds een half jaar
en doet dat bovenop een volledige aanstelling. Hoewel hij weken van
zeventig tot tachtig uur maakt zegt hij het persoonlijk wel te kunnen
bolwerken. ,,Maar het is een patsstelling'',zegt Dijksma. ,,Je kan enkel
proberen je werk zo goed mogelijk te doen binnen de gegeven speelruimte.''
Ook Van Nieuwenhuize maakt overuren en vindt dat zijn taken niet langer kan
combineren. Met de programmering van de bacheloropleiding en de masters,
die komend studiejaar van start gaan, loopt hij achter op schema. Dit was
mede de oorzaak van een conflict met Frank Berendse over de roostering van
een vak van Natuurbeheer en plantenecologie. Terwijl Van Nieuwenhuize ervan
uitging dat zijn studenten het betreffende vak in deze periode konden
volgen, was die afspraak volgens hoogleraar Berendse nooit gemaakt. De
studenten liepen twee weken vertraging op en komen mogelijk volgend jaar in
de problemen wanneer ze het vak willen inhalen en tegelijkertijd het gewone
programma moeten volgen.
Volgens Berendse was het niet de eerste maal dat de gebrekkige
programmering van Landschap, planning en ontwerp voor problemen zorgde.
Hoewel Van Nieuwenhuize niet vindt dat de schuld alleen bij de
Landinrichting ligt, denkt hij wel dat de verwarring deels ontstond door
zijn overvolle agenda. Voor hemzelf was het conflict met Berendse de
druppel die de emmer deed overlopen en na een gesprek met de bedrijfsarts
besloot hij zijn coördinatorschap te stoppen.

Uitgekleed
Een mogelijke opvolger heeft zich al gemeld en Van Nieuwenhuize hoopt dat
deze meer tijd tot zijn beschikking krijgt. ,,De zaak dreigt weg te zakken,
maar wanneer je dat soort problemen aankaart wordt je in deze organisatie
als een soort doemdenker gezien'', zegt hij. ,,Dat ben ik niet. Ik ben
enthousiast over de opleiding, maar wel bezorgd over de manier waarop de
organisatie ermee omgaat.’’
Hoewel Van Nieuwenhuize positief is over de toekomst van LPO, blijft het
lastig om een goed programma neer te zetten met de beperkte financiële
middelen en de woelige voorgeschiedenis. ,,Het programma is letterlijk
uitgekleed’’, zegt Van Nieuwenhuize. ,,Vakken moesten worden
geëxtensiveerd, want er is steeds te weinig geld.’’
Het gebrek aan middelen en capaciteit blijven ook voor ILW niet zonder
gevolgen. Tweedejaars studenten schreven in maart een verslag waarin zij
concludeerden dat de bacheloropleiding beter kan worden stopgezet als de
kwaliteit niet snel verbetert.
De Graaff vindt een deel van de klachten van zijn studenten zeker gegrond.
Hij wil dan ook graag met de kritiek aan de slag, maar ziet daar vooralsnog
weinig mogelijkheden toe. ,,We hebben nauwelijks tijd voor de klachten'',
vertelt hij. ,,De opleiding heeft een zware periode achter de rug. Nu
willen we graag vooruit kijken, maar we missen de capaciteit.’’
Hoewel hij kampt met gezondheidsproblemen probeert De Graaff zo goed en zo
kwaad als het kan de coördinatie met andere taken te combineren en zijn
geplande sabbatical is voorlopig ingekort. Hij heeft nog niks gemerkt van
de maatregelen die volgens de raad van bestuur worden genomen om de hoge
werkdruk binnen de organisatie aan te pakken. De Graaff:,,Niemand doet
iets. Samen met de opleidingsbegeleider heb ik de problemen vaak genoeg bij
het onderwijsinstituut (OWI) Omgevingswetenschappen aangekaart, maar pas in
januari gaat er wat veranderen. Ondertussen moeten we dus nog een half jaar
verder onder deze condities.’’
Leo Stroosnijder, hoogleraar Erosie en bodem- en waterconservering, vertelt
dat hij van het OWI bestuur aan de Graaff het advies moest geven om niet
meer tijd in zijn functie te steken dan er op papier voor staat, desnoods
ten koste van de onderwijskwaliteit. Stroosnijder: ,,In deze organisatie
zitten heel veel managers die zeggen hoe het moet, maar hoe het op de
werkvloer gaat weten ze niet. Allemaal gooien ze de problemen over de
schutting heen naar beneden en uiteindelijk komt het bij de student
terecht.’’

Draagvlak
Ten grondslag aan de specifieke problemen van LPO en ILW ligt een fusie en
de scheiding die kort daarop volgde. Het college van bestuur besloot dat
het toenmalige Tropisch landgebruik in 2000 moest fuseren met
Landinrichtingswetenschappen tot Landinrichting. Door de verschillende
achtergrond en focus van de beide poten twijfelden medewerkers van de
betrokken leerstoelgroepen echter aan de haalbaarheid van deze
samenwerking.
Rector Bert Speelman weet dat de fusie weinig draagvlak had. ,,Het was een
voortvloeisel uit het vorige instellingsplan waarin we het aantal
opleidingen wilden beperken met het oog op bezuinigingen'', vertelt hij.
De samenwerking verliep stroef en de identiteit van de opleidingen
verwaterde, wat een duidelijke profilering naar buiten toe in de weg
stond. Volgens Van Nieuwenhuize was dit waarschijnlijk deels de oorzaak van
de teruglopende aanmeldingscijfers. Uiteindelijk vroegen de
opleidingscommissies om een scheiding. Het OWI dacht dat dit budgetneutraal
kon.
Het college van bestuur waarschuwde volgens de rector voor
capaciteitstekort en Speelman vindt dan ook niet dat hij verantwoordelijk
is voor de gang van zaken. ,,We hebben duidelijk gemaakt dat extra geld
niet beschikbaar was'', zegt hij. ,,Mij werd toen verzekerd dat dit geen
probleem zou zijn. Zij wilden de scheiding en dat risico namen ze voor
lief. In zo'n geval moet je ook kleur bekennen als het misgaat.''
De rector vertelt dat hij wel is geïnformeerd over de beslissing van Van
Nieuwenhuize, maar dat hij van de overige problemen weinig weet heeft ,,Ik
neem nu kennis van de problemen en ik vind het erg vervelend'', zegt
Speelman.,,Maar het staat ver van mijn bed, want ik hoor vanuit het OWI
weinig. Ik ga ervan uit dat geen bericht goed bericht is. De
verantwoordelijkheid ligt bij het OWI.''
Hank Bartelink, voorzitter van het OWI Omgevingswetenschappen, wil die
verantwoordelijkheid best nemen, maar zegt van het college van bestuur niet
de middelen te krijgen om de problemen daadwerkelijk aan te pakken. Wel
werd bij ILW voor enkele uren per week een extra studiecoördinator
aangesteld en ook Jan van Nieuwenhuize kreeg versterking. Meer kan
Bartelink voorlopig niet doen. Per januari kan hij mogelijk verbetering in
de situatie brengen, omdat dan contracten voor de opleidingsteams aflopen.

Wal en schip
Vanuit de onderwijsinstituten werd een voorstel voor een nieuw
verdeelsysteem geschreven, dat rekening houdt met studentenaantallen. Het
blijft echter de vraag of het totale budget voor coördinatoren en
begeleiders afdoende zal zijn om alle problemen weg te werken.
Terwijl Speelman vindt dat het onderwijsinstituut de hand in eigen boezem
moet steken en Bartelink zegt daar de middelen niet voor te hebben, vindt
Wim van der Knaap van de ondernemingsraad van de kenniseenheid Groene
ruimte dat de verantwoordelijkheid ook bij de directie van de kenniseenheid
ligt. Inhoudelijk mogen de opleidingsteams dan wel onder het OWI vallen, de
kenniseenheid is volgens Van der Knaap verantwoordelijk voor een goed
personeelsbeleid.
Dat is echter niet precies hoe de zaken liggen, vertelt Herman Eijsackers,
directeur wetenschap van de kenniseenheid Groene ruimte. ,,De
verantwoordelijkheid voor opleidingsteams ligt formeel bij het OWI'', zegt
hij. ,,Maar omdat de mensen waar het om gaat onderdeel uitmaken van de
kenniseenheid trekken we het ons wel degelijk aan. We zijn op de hoogte van
de problemen en realiseren ons terdege dat sommige leerstoelen overmatig
belast zijn. Dit proberen we te verhelpen door extra onderwijscapaciteit in
te zetten.''
Maar daar zijn de opleidingsteams niet direct mee geholpen, meent Van der
Knaap. ,,Zij vallen tussen de wal en het schip. Hun problemen worden steeds
afgeschoven.''
Van der Knaap is dan ook van plan om aan de bel te trekken bij de directie
van zijn kenniseenheid. ,,Het zou al een stap voorwaarts zijn als het
probleem überhaupt werd erkend.''
Leonie Mossink

Re:ageer