Wetenschap - 20 december 2001

Opinie: Vier jaren Veerman maken Wageningen efficiënt maar niet betrokken

Opinie: Vier jaren Veerman maken Wageningen efficiënt maar niet betrokken

De Wageningse werkvloer piept en kraakt. De reorganisaties bij DLO en de universiteit hebben een aanslag gedaan op het werkplezier van veel medewerkers. Onvermijdelijke pijn, constateert de vertrekkende collegevoorzitter Veerman in dit Wb. Voor een deel heeft hij gelijk. De universiteit moest bezuinigen, DLO moest de markt op - dat zorgt voor pijnlijke omschakelingen. Maar ook de nieuwe zakelijke bestuurscultuur en de vaak onnodig harde opstelling van Veermans bestuur dragen schuld.

Voor een beleidsmaker met ambitie was het een ramp, het besturen van de universiteit vijf jaar geleden. Grootse plannen verzandden haast altijd in een complex vergadercircus van raden en commissies. De universiteitsraad en het college van bestuur zwaaiden formeel de scepter, maar onwelvallige besluiten konden met enige creativiteit haast altijd genegeerd worden en verdwenen ongemerkt in bureaulades.

Een deel van de universitaire vergaderaars haalde ruim vier jaar geleden dan ook opgelucht adem toen de nieuwe voorzitter van Wageningen, Cees Veerman, een echte doener bleek. Veerman had geen zin in lange, stroperige besluitvormingsprocessen en was niet bang om knopen door te hakken en verantwoordelijkheid te nemen.

In de vier jaar dat Veerman het in Wageningen voor het zeggen heeft gehad, is de bestuurscultuur aan de universiteit drastisch veranderd. Met de wet Modernisering Universitaire Bestuursstructuur in de hand heeft de raad van bestuur de macht geconcentreerd bij een klein aantal directeuren die zich verantwoorden bij de raad van bestuur. Belangrijke besluiten over opleidingen worden niet meer genomen door opleidingscommissies, maar door de overkoepelende onderwijsinstituten.

Die centralisatie heeft zeker geleid tot een veel effici?nter en transparanter bestuur. Voor personeel en raad van bestuur is duidelijk wie het voor het zeggen heeft, en wie er afgerekend kan worden bij slechte resultaten. Besluiten worden nu een stuk sneller genomen. De herstructurering pakt wat dat betreft uit zoals de wetgever die had bedoeld en de raad van bestuur die graag zag. Besluitvorming over onderwijsvernieuwing die in de oude bestuurscultuur was vastgelopen, was in de nieuwe structuur snel vlotgetrokken.

De keerzijde van het professionele bestuur laat zich echter ook voelen. Het universitaire vergadercircus was dan wel ineffici?nt en troebel, maar had het voordeel dat vrijwel iedere vakgroep zich via de eigen vergadertijgers vertegenwoordigd wist op verschillende niveaus. Dat is in de nieuwe structuur bijna helemaal weggevallen. In 1998 voorspelde een universitair hoofddocent het al: "Een klein aantal managers beslist over de toekomst. Dan ontstaat bij ons het gevoel van: ze zoeken het maar uit, we mogen toch niet meepraten." Er zijn nog wel inspraakorganen, maar die hebben veel minder te vertellen dan in de oude structuur.

Bij andere universiteiten oordeelden de medezeggenschapsorganen daardoor dit jaar negatief over de wijzigingen. Medewerkers en studenten voelen zich niet serieus genomen, klagen over een gebrek aan informatie en hebben niet het gevoel dat ze werkelijke invloed uit kunnen oefenen. Onderzoek van TNO-Arbeid bij DLO leverde onlangs vergelijkbare resultaten op, maar daar zal de pijn vooral liggen in het nieuwe marktgerichte werken.

Opmerkelijke uitzondering vormen de Wageningse studentenraad en ondernemingsraad. In hun evaluatierapport tonen zij zich zeer tevreden over de veranderingen. Het nieuwe model functioneert volgens hen 'uitstekend'. Op een paar kleine aandachtspuntjes na niets dan tevredenheid. De raden loven hun harmonieuze verhouding met de raad van bestuur, en zijn tevreden over het draagvlak dat zij weten te cre?ren voor besluiten.

Vooral wat dat laatste aspect betreft hadden de raden wel wat kritischer mogen kijken naar het eigen functioneren. De betrokkenheid van de medewerkers bij het reilen en zeilen van de universiteit is de laatste jaren sterk afgenomen. Er werd altijd al gemopperd over 'die lui in het hoofdgebouw die niet wisten waar ze het over hadden', maar veel medewerkers waren wel erg betrokken bij het lot van h?n universiteit. Dat is sterk veranderd. 'Ze doen maar', denken veel mensen en daarmee keren ze zich af van het beleid. Voor de medezeggenschapsorganen zijn slechts met pijn en moeite voldoende kandidaten te vinden, van de wetenschappelijke staf is haast niemand te porren voor de medezeggenschap.

Die ze-doen-maar-houding is, naast de verzakelijkte bestuursstructuur die door de overheid werd opgelegd, en de bezuinigingen van de afgelopen jaren, mede te danken aan de houding van de raad van bestuur. Bij de bekendmaking van de plannen voor de ingrijpende reorganisatie van de universiteit vroeg Wb Veerman hoeveel ruimte er was om de conceptplannen nog aan te passen. "Nul tot een half procent", was het antwoord. Daarmee gaf hij aan dat de geplande inspraak wat hem betreft geen invloed zou hebben op het uiteindelijke besluit. Na een flinke stroom kritiek heeft het college van bestuur de plannen op een groot aantal punten bij moeten stellen, maar door de harde opstelling zorgde Veerman er wel voor dat hij medewerkers vervreemdde van het beleid.

Ook op andere momenten heeft het bestuur de medewerkers van DLO en de universiteit niet het gevoel gegeven dat ze invloed konden uitoefenen op het beleid van Wageningen UR. Dat medewerkers dan afhaken en zich niet meer willen bemoeien met het beleid, is een logisch gevolg.

Korn? Versluis

Re:ageer