Wetenschap - 31 oktober 2002

Opinie: Reorganiseren

Opinie: Reorganiseren

Universiteit wordt niets wijzer van bestuursmodel DLO

De structuur van de kenniseenheden neemt steeds vastere vorm aan. Op dit moment bespreken directies de organisatieschema's voor de stafafdelingen van de kenniseenheden met de ondernemingsraden. Wie de plannen naast elkaar legt, ziet bij alle vijf kenniseenheden een zelfde beeld. De structuur van staf van DLO wijzigt nauwelijks. Voor de universiteit verandert er des te meer. De kenniseenheid is eigenlijk een opgetuigd DLO-instituut.

De reorganisatie van de stafafdelingen van de kenniseenheden vormt het sluitstuk van de fusie van DLO en universiteit. Rode draad in dat fusieproces is dat de universiteit zich aanpast aan DLO. De universiteit had een gecentraliseerd bestuursmodel waarbij decentrale departementen eigenlijk uitvoerders waren van het beleid van het centrale college van bestuur. Bij DLO was dat precies andersom. De verschillende instituten bestuurden zichzelf, het centrale bestuur bemoeide zich alleen met de hoofdlijnen van beleid. Na de vorming van Wageningen UR krijgt de universiteit een DLO-structuur. De kenniseenheden krijgen ruime eigen bevoegdheden, het centrale bestuur zal alleen nog maar op hoofdlijnen besturen.

Voor de universiteit heeft de vorming van de kenniseenheden dan ook veel meer gevolgen dan voor DLO. De universiteit onderscheidde zich tot nu toe van andere Nederlandse universiteiten doordat het zijn onderwijs en onderzoek in ??n faculteit had ondergebracht. De verschillende vakgebieden worden niet gescheiden door faculteitsmuren, zoals bij andere universiteiten. Dat heeft voordelen. Het maakt samenwerken tussen disciplines makkelijker. Met de vorming van de kenniseenheden wordt ook Wageningen verdeeld in vijf 'faculteiten'. De kenniseenheden krijgen immers net als de faculteiten van andere universiteiten veel zeggenschap over onderwijs en onderzoek.

Daarmee dreigt een sterk punt van de universiteit verloren te gaan. Bestuurders van Wageningen UR bezweren dat ze zich bewust zijn van dat gevaar en dat zij interdisciplinaire samenwerking zal blijven stimuleren. Dat mag zo zijn, de nieuwe organisatiestructuur zal in ieder geval niet helpen.

Naast nieuwe schotten tussen de verschillende delen van de universiteit levert de verschuiving veel reorganisatiepijn op. Het ziekteverzuim bij de oude centrale afdelingen van de universiteit, inmiddels gesplitst in Facilitair bedrijf en bestuurscentrum, benadert dat van de conducteurs van de NS. De ambtenaren van het bestuurscentrum staan alweer voor een nieuwe reorganisatie nadat ze de oude net achter de rug hebben. Het facilitair bedrijf, waar de bezuinigingen nog ingrijpender waren, ontkomt waarschijnlijk volgend jaar niet aan een nieuwe bezuinigingsronde.

Als de DLO-structuur aantoonbaar beter werkt dan die van de universiteit, is het niet meer dan logisch dat de universiteit zich aanpast. Dat is echter nooit aangetoond. Integendeel, de enige keer dat er een serieus onderzoek is verricht naar de opbrengsten van decentralisatie, namelijk bij de salarisadministratie, bleek dat het gecentraliseerde model van de universiteit effici?nter was dan het decentrale van DLO. De raad van bestuur heeft die conclusie naast zich neergelegd omdat het, volgens Kees van Ast, praktisch niet uitvoerbaar was om de administratie te centraliseren.

Ook op beleidsgebied lijken de kenniseenheden alleen maar extra overhead te cre?ren voor de universiteit. Het onderzoek van de universiteit is gegroepeerd in onderzoekscholen, met een eigen bestuur en status, het onderwijs is georganiseerd in onderwijsinstituten. Een kenniseenheid die gaat meekijken over de schouders van deze instituten, leidt alleen maar tot meer overleg en hogere kosten, terwijl het zeer twijfelachtig is dat de kenniseenheid de onderwijs- en onderzoekskwaliteit bevordert.

De praktijk staat dus in schril contrast met de theorie, geformuleerd aan de wieg van Wageningen UR, dat DLO en universiteit synergiewinst en winwin-situaties gingen cre?ren voor het onderwijs en onderzoek. Wat het onderwijs betreft, heeft de fusie nauwelijks iets opgeleverd. Er staan geen DLO-ers voor de collegebanken, want die zijn veel te duur voor de universiteit. Wel volgen veel studenten een stage of afstudeervak bij DLO, maar daarvoor zijn geen fusie en kenniseenheden nodig. En in het onderzoek is de opbrengst van de fusie op zijn best onduidelijk. Natuurlijk zijn er gezamenlijke onderzoeksprojecten, maar bij veel onderzoekers leeft het gevoel dat er niet meer wordt samengewerkt met DLO dan voor de fusie.

Ook is twijfelachtig of de decentralisatie van bevoegdheden leidt tot minder overhead. Er is de afgelopen jaren flink bezuinigd op het centrale bestuurscentrum, maar een deel van die taken wordt op een andere plek alsnog uitgevoerd. Of er per saldo meer geld overblijft voor onderwijs en onderzoek, is niet duidelijk te maken, omdat het nooit is geregistreerd. Een vingerwijzing is misschien dat DLO behoorlijk hoge onderzoekstarieven moet rekenen, omdat de overhead erg hoog is. Geen wenkend perspectief voor een universiteit die wordt gefinancierd per student, en niet zelfstandig zijn tarieven kan bepalen. De prijs per student daalt de laatste jaren alleen maar.

Al met al is het heel begrijpelijk dat veel medewerkers van de universiteit niet erg enthousiast zijn over de veranderingen. Tot nu toe is de fusie vooral een zaak voor managers, politieke aannames en structuren. De afgelopen jaren is veel overhoop gehaald, maar of het onderwijs en onderzoek van de universiteit er iets mee opschieten, is zeer de vraag.

Korne Versluis

Re:ageer