Organisatie - 1 januari 1970

Ophef over uitspraken onderzoeksleider EVA II

,,Mijn studenten leer ik dat als je referee je verhaal niet snapt, je niet moet zeggen 'stomme referee', maar dat je je verhaal dan anders moet vertellen.'' Daarmee reageert dr Bruno Ens van Alterra Texel, onderzoeksleider van het evaluatieonderzoek naar de schelpdiervisserij EVA II, op de berichten dat hij een van de belangrijkste conclusies van EVA II niet meer onderschrijft.

Een van de meest opvallende conclusies van EVA II is dat door het steeds schonere water dat de zee instroomt, de voedselvoorraad van de schelpdieren in de Waddenzee aan het afnemen is. De maximale draagkracht van de Waddenzee voor schelpdieren neemt af, en dat kan gevolgen hebben voor de vogels die leven van de schelpdieren. In het dagblad Trouw stelde Ens dat hij het jammer vond dat het beeld is ontstaan dat dit de hoofdoorzaak is van de sterfte onder eidereenden en scholeksters op het wad.
De uitspraken van Ens krijgen een politieke lading in het licht van de reactie van minister Cees Veerman op het EVA-rapport. Veerman stelde dat de schelpdiervisserij wel kan blijven, omdat het rapport niet eenduidig heeft uitgewezen dat visserij schadelijk is. Wel zou er duurzamer gewerkt moet worden. Met de uitspraken van Ens kwam in de media de schelpdiervisserij weer nadrukkelijker in beeld als de oorzaak van vogelsterfte. Tot woede van de vissers. Secretaris Hans van Geesbergen van de Coöperatieve Producentenorganisatie van de Nederlandse Mosselcultuur reageerde getergd op de uitlatingen. ,,De evaluatie heeft vier jaar geduurd en is getoetst door een onafhankelijke commissie'', zei hij tegen de Provinciale Zeeuwse Courant. ,,Het geeft geen pas daar dan op terug te komen.''
Ens stelt dat hij helemaal niet is teruggekomen van de conclusies van EVA II. Ens was op 21 januari spreker op een van de vier regiobijeenkomsten over het onderzoeksproject. Daar heeft hij het misverstand weg willen halen dat de maximale draagkracht van de Waddenzee allesbepalend is voor de hoeveelheid schelpdieren die voedsel kunnen zijn voor de wadvogels. ,,Het gaat om de hoeveelheid schelpdieren die er liggen. De maximale draagkracht zegt iets over wat er maximaal kan voorkomen.'' Ens verwijst naar de grafiek in de publieksversie van het rapport, waarop een groot verschil te zien is tussen de draagkracht en het daadwerkelijk op het wad aanwezige schelpdiervlees.
,,De essentie is dat het een ingewikkeld verhaal is'', reageert Ens. ,,Als je het in drie woorden wilt zeggen, kom je er niet uit.'' Als voorbeeld noemt hij de afname van het aantal scholeksters. ,,Dat is vooral het resultaat van de afname van de mosselbanken. Die zijn weer verdwenen door een voortgaande mosselvisserij in een periode met verminderde zaadval, en mogelijk door storm.'' Plus dat de draagkracht van de Waddenzee voor scholeksters verminderde als gevolg van kokkelvisserij. Er is dus niet één oorzaak aan te wijzen voor de vogelsterfte. |
M.W.

Re:ageer