Organisatie - 1 januari 1970

Open brief aan Ruud Huirne

In het constructieve overleg met Martin Kropff op 15 januari is mij duidelijk geworden dat de woorden uit het interview met mij in De Gelderlander van 12 januari voor meerduidige interpretatie vatbaar zijn. Uit de context is duidelijk dat ik mijn mening baseer op EU-onderzoeksvoorstellen van Wageningen UR en het gebrek daarin aan voldoende ethische componenten. Maar een zin als ‘er worden veel te veel proefdieren gebruikt’ kan bij snelle lezing het misverstand oproepen dat Wageningse onderzoekers niet zorgvuldig met dieren omgaan. Dat heb ik niet gezegd en het is niet mijn bedoeling dat te zeggen, en het spijt mij zeer als die indruk gewekt is.

In het constructieve overleg met Martin Kropff op 15 januari is mij duidelijk geworden dat de woorden uit het interview met mij in De Gelderlander van 12 januari voor meerduidige interpretatie vatbaar zijn. Uit de context is duidelijk dat ik mijn mening baseer op EU-onderzoeksvoorstellen van Wageningen UR en het gebrek daarin aan voldoende ethische componenten. Maar een zin als ‘er worden veel te veel proefdieren gebruikt’ kan bij snelle lezing het misverstand oproepen dat Wageningse onderzoekers niet zorgvuldig met dieren omgaan. Dat heb ik niet gezegd en het is niet mijn bedoeling dat te zeggen, en het spijt mij zeer als die indruk gewekt is.
Ook de kop van het artikel - waar ik niet verantwoordelijk voor ben, want dat is altijd het werk van een krantenredactie - kan de indruk wekken dat Wageningers niet fatsoenlijk zijn of iets dergelijks. Uit de context is duidelijk dat ik bedoel dat Wageningse afgestudeerden onvoldoende ethiek in hun opleiding hebben, en dat ze onvoldoende in staat zijn in onderzoeksvoorstellen ethische kwesties en standpunten te beargumenteren. Gebrek aan ethiek kan betekenen dat je niet een fatsoenlijk mens of iets dergelijks bent, maar het kan ook slaan op gebrek aan een cursus ethiek in de opleiding, en dat laatste bedoelde ik.
Dit gezegd hebbende, wil ik wel mijn teleurstelling erover uitspreken dat je in je (al te) snelle lezing van en reactie op het interview in zijn geheel niet ingaat op mijn hoofdpunt, namelijk de geringe aandacht voor ethische kwesties in EU-voorstellen van Wageningen UR en de daaraan klevende gevaren die ik signaleer. Ik heb deze zaken ook op een bijeenkomst in Wageningen gezegd, op 15 december 2005, en in een brief aan de rector. Ik vind dat een directeur niet moet reageren vanuit een defensieve kramp, en niet alleen de dingen uit kritiek moet oppakken die hem aanstaan. Hij zou op alle punten open moeten ingaan, of naar verduidelijking moeten vragen en zich niet moeten verschuilen achter anderen.
Ik heb nu 37 jaar onderwijs gegeven als docent en gasthoogleraar in de ethiek in binnen en buitenland, en ik heb voor deze kritiek stevige argumenten (waar je niet naar vraagt). Ik meen dat je mijn kritiek, dat er in de onderwijsprogramma’s te weinig ruimte is voor ethiekonderwijs, nogal ridiculiseert in je reactie in Wb. Gelukkig meent de rector dat mijn opvatting hierover wel degelijk de moeite waard is, en daarom hoop ik binnenkort over deze kwestie met jou en anderen een goede discussie te kunnen aangaan.

Prof. Michiel Korthals, hoogleraar filosofie

Re:ageer