Wetenschap - 1 januari 1970

Op zoek naar medicinale planten

1

Op zoek naar medicinale planten

Op zoek naar medicinale planten

Sparrenhars tegen bloedvergiftiging en een wortelstok als anticonceptiemiddel. Sjoerd Kurstjens ging tijdens een stage in Zweden op zoek naar verloren gewaande kennis over medicinale planten


Wie planten zoekt die nog in geen enkel boek zijn beschreven, hoeft niet naar een tropisch regenwoud. Sjoerd Kurstjens zocht in Lapland naar medicinale planten. Tijdens een literatuurstudie ontdekte hij dat Linnaeus, de grondlegger van de naamgeving en classificatie van organismen, de laatste was die er taxonomisch onderzoek heeft gedaan. Dat was in 1737

Kurstjens hoopte in het dunbevolkte Lapland, waar sommige dorpen pas sinds de jaren zeventig via de weg bereikbaar zijn, nog veel traditionele kennis te vinden over medicinale planten. Dat viel aanvankelijk flink tegen. De Zweedse overheid verbiedt het gebruik van medicijnen waarvan de werking niet strikt medisch is aangetoond. Kurstjens kreeg dan ook te horen dat deze kennis verloren was gegaan. Die oude gekken zijn allemaal gestorven, werd hem verteld

Wishful thinking, meent Kurstjens, want de kennis is er nog wel. Traditionele geneeskunst vindt in Zweden vooral in het geniep plaats. Kurstjens kwam terecht in een bijzonder wereldje. Hij sprak onder meer met personen die door Zweden wat neerbuigend worden aangeduid als knotknackare, bottenbrekers

Bij zijn vertrek uit Nederland had Kurstjens van zijn begeleider de namen van twee contactpersonen meegekregen. Die konden hem nauwelijks verder helpen. Na twee maanden kwam hij tot de conclusie dat hij op een dood spoor was beland. Daarom stapte hij over op een nieuwe strategie: hij kletste met bibliothecarissen en winkelpersoneel en toonde interesse in de lokale geschiedenis en in handwerk. Dan pas bracht hij zijn onderzoek ter sprake. Dat werkte uitstekend. Vaak hoorde hij: Oh, ik ken nog wel iemand.

Uiteindelijk sprak Kurstjens dertig personen die iets konden vertellen over de geneeskrachtige werking van planten. Die experts woonden meestal gewoon in een flatje in een stad, maar ze kenden bijvoorbeeld wel een recept uit de achttiende eeuw.

Zo leerde Kurstjens dat de cambiumlaag van de berk, een dun zilverkleurig vliesje net onder de buitenste bast, bruikbaar is als pleister. Sparrenhars wordt gebruikt om een infectie uit een wond te trekken. De heilzame werking van sparrenhars is in Zweden algemeen bekend. Drogisten verkopen zalf met sparrenhars. Traditionele deskundigen halen daar hun neus voor op, vertelt Kurstjens, want de hars moet vers zijn. Bij bloedvergiftiging gebruik je de hars puur, bij minder ernstige ontstekingen gekookt met room. Het toevoegen van zout versterkt de werking; suiker zwakt het brouwsel af

Kurstjens kauwde ook op de wortelstok van de rozewortel. De wortel van deze zeldzame plant werd volgens een geïnterviewde gebruikt als voorbehoedsmiddel. Iemand anders herinnerde zich dat de plant uitstekend helpt tegen hoofdpijn

Veel geïnterviewden vertelden over het plantje svaalak njvoktjav, de tong van de poolvos. Aanvankelijk kon Kurstjens niet ontdekken wat nu precies de werking van het plantje was. Dan weer hoorde hij dat van de blaadjes getrokken thee helpt tegen maagzweren, en dan weer dat je verse blaadjes op wonden moet leggen. Iemand anders vertelde dat sap van het plantje bij een oogontsteking in het oog wordt gedruppeld

Kurstjens snapte niets van het geheim van svaalak njvoktjav, tot iemand hem erop wees dat er bij alle toepassingen sprake is van een ontsteking. Of het wonderplantje echt een ontstekingsremmende werking heeft, weet Kurstjens uiteraard niet. Dat zou hij wel eens willen onderzoeken

Hij wijst erop dat een dergelijk onderzoek rekening moet houden met hoe het plantje wordt gebruikt. Zo wordt een soort korstmos in Lapland gebruikt om eczeem te bestrijden. Wetenschappers hebben echter geen enkele werkzame stof in het mos gevonden. Kurstjens vraagt zich af of de onderzoekers zich wel realiseerden dat gebruikers het mos verbranden en de rook over hun huid laten kringelen

In zijn stageverslag beschrijft Kurstjens vijftig planten en hun vermeende werking. Het zijn planten waarvan het gebruik door tenminste twee personen is genoemd. Zelf vindt hij het gebruik van het berkenvliesje als pleister het leukst, maar bij medestudenten maakte Kurstjens meer indruk met verhalen over een geelgekleurde korstmos dat een hallucinerende werking zou hebben. Dat kan best kloppen, denkt Kurstjens, want uit de literatuur weet hij dat het mos zeer giftige Vulpicine-zuren bevat. Hij heeft het mosje wel verzameld, maar het gebruiken waagde hij niet. Mensen vertelden dan dat hun opa het gebruikte. Maar niemand wist hoe, of wat de uitwerking was. L.K

Re:acties 1

  • ellen de haan

    Wat een ontzettend boeiend onderzoek heb je gedaan. Vooral het praten met die oude mensen lijkt me leuk, in hun eigen omgeving. Ik kwam hier terecht omdat ik op zoek was naar de werking van sparrenhars-zalf. Dat ben ik nu aan het uitproberen op de rug van mijn handen, omdat dunne velletje gemakkelijk ontsteekt. Groeten, ellen de haan.

    Reageer

Re:ageer