Student - 12 november 2009

Op een onbewoond eiland

Michiel Faber, 8e jaars bos-en natuurbeheer, verbleef 6 weken op een onbewoond eiland in Canada. Hij deed veldonderzoek naar broedende zeevogels.

'Ik werd samen met 3 andere onderzoekers en kratten vol voedsel met de helikopter gedropt op Triangle Island.  We leefden met z'n vieren in een cabin van zes bij drie meter. Warmte kregen we door drijfhout in ons houtkacheltje te stoken en de elektriciteit kwam van zonnepanelen. Regenwater werd op het dak opgevangen, gefilterd en als drinkwater gebruikt. Verse vis ving ik zelf en ik waste mij in het koude zeewater. Een zwembroek hoefde ik niet te dragen, er is daar toch niemand.
Noodknop
Een paar jaar geleden werd een onderzoekster na twee weken van het eiland gehaald omdat ze de eenzaamheid niet aankon. Het enige wat je met de buitenwereld verbindt is een satelliettelefoon met een instabiele verbinding. We hadden ook een apparaat met een noodknop. Die mocht je alleen gebruiken als er echt iets heel ernstigs aan de hand was, dus niet als je een gebroken been had. Het apparaat zendt een signaal via de satelliet uit en als je mazzel hebt is de helikopter er binnen 30 minuten. In ons contract stond echter dat het ook twee uur kon duren.
Braaksel
Een deel van mijn onderzoek bestond uit 's nachts vogels vangen en hun braaksel verzamelen. Ik droeg donkere kleren als camouflage en een helm om me te beschermen tegen vogels die tegen je hoofd aanvliegen. Ik verstopte mij in de bosjes en wachtte tot er een vogel in de buurt landde. Als een gek zette ik dan mijn hoofdlamp aan en probeerde het beest te vangen. De vogel kotste dan zijn voedsel uit om zich lichter te maken en zo beter te kunnen ontsnappen. Dit braaksel ving ik op in een potje zodat het later onderzocht kon worden.
Overgooien
Ik bestudeerde ook vogelgedrag vanuit een observatiehutje op de top van een heuvel. Hier lag ik eens te slapen om in de ochtend vroeg vogels te kunnen observeren toen ik ineens wakker werd geschud. Ik dacht dat er een vogel tegen het hutje aangevlogen was, maar het bleek een aardbeving te zijn.
Ik werkte zo'n twee tot drie uur per dag. De rest van de dag had ik tijd om te vissen, te wandelen, te rusten, meubels van drijfhout te maken en beesten te kijken. Ik heb gezien hoe orka's zeeleeuwen naar elkaar overgooiden en met hun gigantische lichamen volledig uit het water sprongen. Ik vond het heerlijk! Volgend jaar ga ik weer terug.' /Christoph Janzing

Re:ageer