Wetenschap - 27 mei 2010

Op een kaal plein valt niets te kiezen

tekst:
Marion de Boo

Pleinen en straten worden geteisterd door gure windvlagen of je smelt juist weg als de zon flink schijnt. In haar proefschrift legt Sanda Lenzholzer uit dat ontwerpers meer rekening moeten houden met het microklimaat in de stad. Dat houdt ook de aso’s op afstand.

1-spelen-op-plein-%C2%A9ANP.jpg
Haar eigentijdse herontwerp van het Canadaplein in Alkmaar zag er fraai uit. Opdrachtgevers én bezoekers prezen het prachtige open podium voor het nieuwe theater. Maar al snel sloeg de stemming om. Er kwamen klachten over tocht en gure windvlagen. Een probleem waar niemand aan had gedacht. De opdrachtgever niet en ikzelf ook niet, vertelt universitair docent landschapsarchitectuur Sanda Lenzholzer tien jaar later. 'Uiteindelijk hebben ze dat mooie, chique podium aan alle kanten in windschermen verpakt. Alsof je in een kooi zit!'
Ze spreekt sprankelend Nederlands met een licht Duitse tongval. 'Wat ik ervan geleerd heb? Als je zo'n ontwerpidee niet toetst aan aspecten van stadsklimaat, dan gaat het niet lang mee'. De ervaring zette de ontwerpster aan het denken. Op 18 juni promoveert Sanda Lenzholzer op een onderzoek naar ontwerpen voor een comfortabeler microklimaat in de stad, bijvoorbeeld met bomen, groene gevels en groene daken.
Niet te kaal
Nog zo'n voorbeeld. Het ontwerp van Adriaan Geuze voor het Schouwburgplein in Rotterdam werd door architectuurcritici wereldwijd geprezen. Maar het publiek laat het kille, gure plein met de gladde, verhoogde vloer links liggen.
Lenzholzer:  'Kale, kille pleinen zijn een tijdlang in de mode geweest. Ik hoop dat men daar nu op terugkomt. Men wil pleinen liefst helemaal leeg houden om er markten en kermis te kunnen houden. Maar op een mooi, sfeervol plein als het Lange Voorhout zijn ook markten. En elk voorjaar is daar de Oranjekermis. Het bomendak maakt het Lange Voorhout extra sfeervol. Door de afwisseling van zon en schaduw kan het publiek bovendien kiezen uit verschillende sferen, wat frisser en koeler of - met name voor ouderen - juist  met wat meer thermisch comfort. Op een kaal, leeg plein valt niets te kiezen', aldus Lenzholzer. 'Als ontwerper vraag ik mij voortdurend af hoe mensen de door mij ontworpen openbare ruimtes beleven. Er zijn duidelijke dwarsverbanden tussen sfeer, klimaat en ruimtelijke beleving. Microklimaat draagt zeker bij aan de manier waarop je een ruimte ervaart.'
Urban shelter belt biedt beschutting
Sanda Lenzholzer ontwierp een model voor een urban shelter belt, een reeks aan elkaar geschakelde bomenrijen van 25 meter hoog, met daartussen transparante wanden op uitgekiende afstanden. Zo'n urban shelter belt zou een plein een stuk comfortabeler kunnen maken. Bezoekers zoeken in de loop van de dag, of door de seizoenen heen, telkens de meest comfortabele plekken op. Ze zou hier graag mee experimenteren.
Verkoeling
Lenzholzer ging op zoek naar ontwerprichtlijnen voor een beter microklimaat. Stedenbouwkundig ontwerpers zouden meer oog moeten krijgen voor stadsklimaat en thermisch comfort. Hun ontwerpen moeten zorgen voor verkoeling van de openbare ruimte in de zomer en meer beschutting bieden in de winter.
'Microklimaat in de stad staat internationaal sterk in de belangstelling, maar in Nederland ben ik een van de pioniers. Voor mijn promotieonderzoek heb ik veel dagen op Nederlandse stadspleinen doorgebracht en heb daar duizenden mensen ondervraagd. Gewone burgers weten hartstikke veel van het microklimaat in hun eigen stad en iedereen vindt het belangrijk. Dat is heel leuk en enthousiasmerend. Dit onderwerp is beslist maatschappelijk relevant. Het alarmerende is echter dat stadsontwerpers en bestuurders zich nauwelijks van het probleem bewust zijn. En die schat aan kennis bij gewone mensen wordt nauwelijks benut.'
Pas de laatste twee jaar worden de lacunes in kennis over het klimaat in de stad onderkend. Grote nationale onderzoeksprojecten, zoals Klimaat voor Ruimte en Kennis voor Klimaat zorgen voor een inhaalslag. Naast de Nederlandse waterproblematiek worden nu voor het eerst ook thema's als  hitte in de stad en thermisch comfort meegenomen. Veel metingen zijn echter louter natuurkundig van aard. Zaken als sfeer en zintuigelijke waarneming krijgen minder aandacht.
Warme kleuren
Tijdens haar promotieonderzoek onderzocht Sanda Lenzholzer welke aspecten van sfeer en microklimaat de ontwerper kan beïnvloeden. Vooral de proporties van het plein, de materialenkeus op het plein zelf en in de omgeving en de mate van openheid dragen bij aan de sfeer. Het publiek heeft een voorkeur voor warme kleuren. Kille kleuren worden als oncomfortabel ervaren. Haar conclusies zijn zowel van belang voor herontwerp van bestaande pleinen als voor nieuwe wijken.
Bomenrijen en glazen windschermen kunnen het thermisch comfort op een plein verbeteren. Het lijkt Sanda Lenzholzer interessant om zo'n urban shelter belt te realiseren, er metingen te doen en de reacties van het publiek te peilen. Graffiti en vandalisme schrikken haar niet af. 'Als ontwerper kamp je altijd met een dilemma. Als een mooi, goed ontwerp veel gewoon publiek weet te trekken, zullen vandalen en hangjongeren vanzelf verkassen. Maak je echter alles hufterproof en glad, dan trek je geen gezellige drukte van omwonenden aan en zullen er juist meer louche randfiguren verschijnen.'
Oermenselijk
Door de seizoenen heen verrichtte de onderzoekster metingen aan het microklimaat op allerlei plekken op de pleinen op verschillende tijdstippen verspreid over de dag. Dit resulteerde in klimaatkaartjes. Zo heerst midden op een plein doorgaans een hogere windsnelheid dan aan de voet van een laag gebouw. Er heerst ook meer wind in doorgaande straten. Windvlagen maken veel indruk op bezoekers. Wie ergens een keer zowat van zijn fiets is geblazen, zal dat onthouden en die plek voortaan mijden. Negativity bias noemen psychologen dit oermenselijke trekje dat bijdraagt aan onze overlevingskansen.
Behalve te winderig kan de stad ook te warm zijn. Lenzholzer: 'Wat me verbaasde was dat mensen, zelfs ondervraagd tijdens de hittegolf van 2006, niet over de hitte in de openbare ruimte klaagden. Ik vermoed dat hittegolven in Nederland nog te abstract zijn, omdat ze te weinig voorkomen.'

Fontein geeft fris gevoel
Fonteinen hebben vooral een psychologisch effect. Ze geven een gevoel van frisheid en ontspanning en zorgen daarmee voor een aangename sfeer. Uit metingen blijkt echter dat ze niet zo effectief verkoelend werken als bomen. Vooral soorten met schermvormige kronen, zoals dakplatanen, bieden optimale beschaduwing bij zon en werken bij regen als paraplu.
Vertaalslag
Via nieuwe projecten, zoals Kennis voor Klimaat en Ruimte voor Klimaat, maakt Sanda Lenzholzer de vertaalslag naar de praktijk Ze is ook actief binnen het Europese Interregproject Future Cities, waarin Europese steden samenwerken aan klimaatbestendigheid, ook met het oog op hittestress en thermisch comfort. 'Voor de gemeenten Arnhem en Nijmegen is stadsklimaat een nieuw, inspirerend thema.' Als eerste stap is, samen met MSc studenten Landschapsarchitectuur, een stadsklimaatanalyse gemaakt. 'Op grond van geografische gegevens over de aanwezigheid van water en groen is het al mogelijk tot ontwerpaanbevelingen te komen', zegt Lenzholzer. 'Je hoeft niet alles exact te meten.'
Onderzocht wordt hoe je (regen)water kunt vasthouden en groen inzetten om oververhitting tegen te gaan en de luchtkwaliteit te verbeteren. Groene daken zijn vooral van belang voor waterretentie in de stad. Ze blijken echter weinig uitwerking te hebben op het microklimaat op straatniveau. Samen met de studenten is een model gemaakt, de urban airconditioning, waarin waterpartijen bij een bepaalde windrichting mede zorgen voor verkoeling in de stad.
Lenzholzer: 'Dat onderzoek levert ontwerpcriteria om het microklimaat in de stadsregio te verbeteren. Dat leidde tot eyeopeners voor de gemeente. Ons onderzoek heeft tot een verandering van de mindset geleid: Stadsklimaat is veel belangrijker dan mensen denken.'
Canyons in de stad
Net als Sanda Lenzholzer doet ook haar Wageningse collega Vincent Kuypers van Alterra veel onderzoek in de stadsregio Arnhem-Nijmegen. Dat gebeurt in het kader van het Europese Interregproject Future Cities. In Arnhem wordt een bestaand bedrijfsterrein slim geherstructureerd en uitgebreid volgens nieuwe ontwerpprincipes. In Nijmegen gaat het om kleinere toepassingen, zoals groene daken.
'Luchtvervuiling in de stad hangt niet alleen samen met verkeersdichtheden, maar vooral ook met de compacte stad zelf', zegt Kuypers. Het begrip 'compacte stad' is duidelijk aan herziening toe.' In steden ontstaan hitte-eiland-effecten, het zogeheten urban heat island. Overdag warmt de stad enorm op door de dichte bebouwing; 's nachts kan die hitte niet goed weg. Vooral donkere en verharde oppervlakten dragen daaraan bij. In steden kan de temperatuur 's nachts wel tien graden hoger zijn dan in het omliggend gebied. 'Stilstaande lucht wordt sneller vuil en dat leidt vooral in hete zomers tot problemen. Decennialang werd dit als een ecologisch bijverschijnsel van de stad gezien. Pas sinds kort krijgen de gezondheidsaspecten meer aandacht.'

Kuypers: 'Wij doen bij voorkeur oplossingsgericht onderzoek. Wij weten heel goed hoe je bijvoorbeeld meer schaduw in de straten krijgt.' In een smalle straat kan een dubbele rij bomen die tot aan de gevels reiken, het urban-canyon-effect veroorzaken: de lucht wordt door gebrekkige ventilatie niet ververst. Kuypers. 'Dit probleem wordt al lang onderkend, maar ik moet de eerste wethouder nog tegenkomen die aankondigt bomen te gaan kappen om de luchtkwaliteit te verbeteren. Het wordt hoog tijd dat we anders omgaan met groen in de stad.'

Bewoners van drukke, stoffige straten moeten om de haverklap de ramen lappen. Groene beplanting, tot zo'n zes meter hoog, werkt niet alleen verkoelend, maar kan een deel van dat stof wegvangen. In  Tokio en Madrid wordt dit al op grote schaal toegepast om het straatklimaat te verbeteren. 'Om stadsbestuurders te overtuigen moet je het nut van zo'n beplanting wèl goed kunnen uitleggen", zegt Kuypers. 'En naast groen zorgt ook water voor verkoeling in de stad. Klimaatgordels en klimaatgrenzen schuiven naar het noorden op. Op den duur krijgen wij hier het klimaat van een stad als Bordeaux. Daar is het 's zomers ruim boven de 30 graden. Dat  is echt niet aangenaam.'

Re:ageer