Student - 28 juni 2007

Op de vlucht voor de Nigeriaanse politie

Masterstudent bedrijfskunde Marcel Hoekstra (op de foto rechts) werkte vier maanden aan de lancering van een bedrijf in internetsatellietsystemen in Nigeria. Om niet in de cel te belanden kwam hij een maand eerder terug dan gepland.

921_nieuws.jpg
‘Ik kwam in een compleet andere wereld terecht. Een wereld van een paar eeuwen terug, maar dan met moderne gadgets. Iedereen heeft minstens één mobiel, en televisies zijn erg populair. Maar verder zijn er geen betrouwbare voorzieningen, mensen leven op straat en het verkeer is één grote chaos. Dat was wel even wennen. Gelukkig werd ik goed opgevangen door mensen van Aiesec in de stad Lagos, waar vijftien tot twintig miljoen mensen leven.
Nigeria is een land met veel verschillende culturen. Niemand vertrouwt elkaar daardoor. Mensen reizen nooit ’s nachts, of alleen. Ik heb op straat ook nooit langer dan drie minuten met vreemden gepraat. Mijn portemonnee en mobieltje zijn allebei gestolen, maar het kon erger. Je kan zo door een groep ingesloten en gemolesteerd worden. Als je blank bent, valt er vast iets te halen, denken ze. Gelukkig was het niet overal zo. Vooral in het islamitische noorden - waar de sharia geldt - was het vredig, en waren de mensen respectvol.
Toen ik aankwam, was er nog helemaal niets geregeld van wat er beloofd was. Ik werd daarom eerst geplaatst bij een Nigeriaanse familie. Werk was er ook niet. Gelukkig had ik mijn laptop mee, zodat ik het internet op kon. Na verloop van tijd raakte ik wel gewend aan deze manier van werken. Afspraken werden altijd twee á drie uur later nagekomen. Daar hield ik rekening mee door bijvoorbeeld om acht uur af te spreken als ik wilde dat mensen om tien uur aanwezig waren.
Mijn taak was om de lancering van een groothandel in internetsatellietsystemen voor te bereiden. Op eigen initiatief heb ik een marktonderzoek gedaan en ik heb een begin gemaakt met een strategisch plan. Daar waren ze wel van onder de indruk.
Maar ik merkte al gauw dat de zaken niet goed gingen. Het bleek namelijk dat de baas geld achterover drukte. Van een buitenlandse investering was bijvoorbeeld een half miljoen dollar verdwenen. Mijn contactpersoon had hiervoor tijdens mijn verblijf bewijs verzameld. Hij had ook politieke vrienden en een advocaat. De baas werd uit zijn functie ontheven, maar hij stapte naar zijn dorpshoofd en kreeg gewoon zijn positie weer terug. Daarna begon hij mijn contactpersoon van corruptie te beschuldigen. Niemand was meer veilig. De hel brak los. Mijn collega's moesten een nacht in de cel doorbrengen. De baas zei tegen mij: ‘Je bent alleen buiten de gevangenis gebleven omdat je buitenlander bent.’ Toen wilde ik onmiddellijk weg. De laatste nachten zat ik ondergedoken bij een Nederlandse vriend, want de politie daar is één grote, corrupte bende.
Toch heb ik absoluut geen spijt van mijn reis. Ik heb ook goede Nigerianen ontmoet, en heb er veel vrienden aan overgehouden. Ik ben ook niet bang om terug te gaan en er weer te werken. Maar dan wel onder andere omstandigheden.’

Re:ageer