Wetenschap - 14 februari 2002

Op de bodem van de rivier heb je weinig aan bio-assays

Op de bodem van de rivier heb je weinig aan bio-assays

In onderzoek naar kleine ongewervelde waterdiertjes hebben onderzoekers weinig aan bio-assays. Ze zeggen bijna niets over de verscheidenheid aan bodemdiertjes in de grote rivieren. Dat ontdekte dr Edwin Peeters van de leerstoelgroep Aquatische Ecologie en Waterkwaliteitsbeheer.

Onderzoekers veronderstellen dat bio-assays een goed beeld geven van de effecten van verschillende soorten verontreiniging tegelijk. In de assays stellen onderzoekers bijvoorbeeld watervlooien of muggenlarven bloot aan het slib van een rivierbodem, en kijken vervolgens wat er met de dieren gebeurt. Als ze dood gaan, minder hard groeien of nergens last van hebben, dan zegt dat iets over de verontreiniging. Klinkt zinnig, maar de uitslagen van de bio-assays verklaarden de soortenrijkdom op de rivierbodem voor nog geen twee procent. "Niet veel", oordeelt Peeters. "Met klassieke gegevens, over de concentraties van verontreinigende stoffen, verklaarden we ongeveer veertien procent."

De gegevens waren verzameld door het instituut voor rivierbeheer RIZA. Die onderzocht in de jaren negentig het rivierengebied tussen het Hollands Diep en de Biesbosch om te achterhalen hoe het waterleven ervoor stond. Peeters, die gespecialiseerd is in het beoordelen van aquatische ecosystemen, analyseerde de gegevens met statistische technieken. De resultaten verschenen onlangs in de Environmental Toxicology and Chemistry.

Het is voor het eerst dat de impact van schadelijke stoffen op het bodemleven in cijfers is uitgedrukt. Die cijfers zijn niet geruststellend. "Uit de analyses blijkt dat het bodemleven onder druk staat", zegt Peeters. Vooral PAK's en zware metalen, maar ook olie en PCB's eisen hun tol. "Als we echt streven naar een duurzaam ecosysteem, dan zullen we toch iets aan die verontreiniging moeten doen." | W.K.

Watervlo, een diertje dat veel in bio-assays wordt gebruikt voor de bepaling van effecten van watervervuiling. | Foto Frappell, La Trobe University

Re:ageer