Organisatie - 7 juni 2012

Op 20 juni stemmen VHL-ers over ontvlechting: Samen verder, maar niet tegen elke prijs

Willen VHL en Wageningen UR hun huwelijk voortzetten, dan moeten ze drie fikse hobbels nemen. Drie werkgroepen komen nu met oplossingen voor de matige onderwijssamenwerking, het gebrek aan autonomie en de hoge tarieven die Wageningen UR rekent. Over twee weken zal blijken of de VHL-medewerkers dat voldoende vinden. Door Albert Sikkema en Linda van der Nat.

In januari formuleerden 400 VHL-ers in Zwolle hun bezwaren. Op 20 juni zullen ze (opnieuw) stemmen: verder met Wageningen of ontvlechten?
Het zal erom spannen, op woensdag 20 juni in Zwolle. Die dag is vrij geroosterd, zodat alle medewerkers van Hogeschool Van Hall Larenstein erbij kunnen zijn. Om drie uur begint de stemming. Wordt het doorgaan of stoppen binnen Wageningen UR?
Bij een peiling in januari sprak weliswaar zestig procent van de VHL-ers zich uit voor samenwerking, maar met de voorwaarde dat enkele obstakels worden weg­geruimd. De afgelopen maanden hebben werkgroepen van VHL- en universiteitsmedewerkers de hete hangijzers in kaart gebracht en oplossingen voorgesteld. Deze en ­komende week informeren zij het personeel daarover.
De tendens: VHL wil samen verder, maar niet tegen elke prijs.
Gezamenlijk onderwijs nog te incidenteel
Eerst een verrassing: de incidentele onderwijssamenwerking tussen hogeschool en universiteit is nog best groot. De werkgroep Onderwijs telde de afgelopen maanden zo'n vijftig voorbeelden van samenwerking, zoals gastdocentschap en Dairy Campus in Leeuwarden, waar VHL-studenten meedraaien in het zuivelonderzoek. De docenten werken samen, maar de beleidmakers tot dusverre niet. Dat moet veranderen, vindt de commissie met onder meer opleidingsdirecteur Hans van Rooijen van VHL en universitair onderwijsdirecteur Pim Brascamp.
Ze geeft een aantal concrete adviezen. Zoals: ga gezamenlijk studenten werven. En: begin verwante hbo-wo-opleidingen met een ­gemeenschappelijk half jaar voor diegenen die nog geen keuze hebben kunnen maken. Ook moeten universiteit en hogeschool samen beroepsgerichte masters opzetten, naast de academic masters van de universiteit. Tenslotte zou de 'tariefmuur' geslecht moeten worden: medewerkers van universiteit en DLO hanteren een tarief dat 60 procent hoger is dan dat van VHL. Dat belemmert uitwisseling van personeel en onderwijsdiensten. Trek die bedragen gelijk.
Dit zijn voorstellen, stelt werkgroepsvoorzitter Hans van Rooijen, en een aantal daarvan zijn eerder voorgesteld maar nooit ingevoerd. De winst van de werkgroep is dat onderwijsmensen van VHL en universiteit nu samen tot dit advies komen.
Geen eigenstandig College van bestuur
VHL-ers voelen zich ondergesneeuwd door Wageningen UR en veel personeelsleden hebben er moeite mee dat de hogeschool geen eigen college van bestuur heeft. Dat laatste blijft zo, als het aan de werkgroep Governance en autonomie ligt. Voorzitter Wendy Zuidema-Haans, opleidingsdirecteur voor Life Sciences & Technology: 'Je kan natuurlijk de personele unie - bestuur Wageningen UR is tevens bestuur VHL - opheffen, maar dan haal je de hele filosofie achter de samenwerking onderuit. Als directie en MT hebben we er nadrukkelijk voor gekozen onderdeel uit te willen blijven maken van Wageningen UR. Een eigen CvB voor de hogeschool zal leiden tot ontvlechting, zo heeft ook de raad van bestuur benadrukt.' Die filosofie is: minder autonomie voor VHL en meer samenwerken. Maar het gezamenlijk onderzoek en onderwijs komt onvoldoende uit de verf. Zuidema-Haans: 'Het is vooral een kwestie van de toevallige inzet en doorzettingskracht van individuele medewerkers. Samenwerking wordt niet gefaciliteerd en ook niet beloond.'
De werkgroep adviseert daarom samenwerking sterk te stimuleren. 'Dat vergt een andere cultuur. Bestuur en directie moeten VHL actiever betrekken bij projecten van Wageningen UR en andersom.' Ook moet VHL gaan werken aan haar eigen identiteit. 'Die heeft de hogeschool nu niet. Wij denken dat een regionaal boegbeeld daar verandering in kan brengen. Een belangenbehartiger die het gezicht van VHL is richting bedrijfsleven en provincies.' Op 20 juni komen directie en management met een concreet voorstel.
VHL betaalt teveel voor centrale diensten
Net als de kenniseenheden betaalt VHL aan Wageningen UR voor centrale diensten als ICT, bestuur en communicatie. Maar deze concernheffing van VHL is te hoog. Dat concludeert de werkgroep die de geldstromen tussen de hogeschool en Wageningen UR heeft onderzocht.
Deze bijdrage van VHL werd in 2007 ingevoerd en was toen 108.000 euro, maar steeg daarna naar 892.000 euro in 2012. Volgens de werkgroep is die afdracht veel te hoog, afgezet tegen de diensten die er tegenover staan. 365.000 Euro is niet te herleiden naar de raad van bestuur, centrale stafdiensten en concern-brede activiteiten, het bevat dubbelingen of diensten die niet (kunnen) worden afgenomen. De werkgroep adviseert om de concernheffing op te heffen, omdat VHL eigenlijk geen kenniseenheid van Wageningen UR is. 'De concernheffing is strijdig met het samenwerkingsverband', zegt werkgroeplid Hans van Bemmel. De reële concernkosten, 527.000 euro per jaar, zouden dan terug moeten keren in SLA's (Service Level Agreements).
Maar ook dat kost de hogeschool meer geld dan verantwoord is, constateert de werkgroep. Het grootste deel ­bestaat uit ICT-kosten, jaarlijks 2,4 miljoen euro, maar die zijn niet hoger dan op andere hogescholen. Dat geldt wel voor de huisvestingslasten van het Forumgebouw voor de Wageningse vestiging van de hogeschool. Forum kost VHL jaarlijks 240.000 euro meer dan de vestigingen in Leeuwarden en Velp. Dat komt omdat Wageningen UR de grondkosten, renovatiekosten en vervangingswaarde van Forum volledig doorberekent aan VHL. Velp en Leeuwarden gaan uit van de historische kostprijs van de gebouwen - waarop het onderwijsministerie de hoogte van de vergoeding aan hbo's baseert.
De toetreding tot Wageningen UR heeft de hogeschool tussen 2003 en 2011 1,9 tot 2,7 miljoen euro gekost, heeft de werkgroep uitgerekend. Daarbij ging het vooral om ­reorganisatiekosten, zoals voor afvloeiing van management, interim-bestuur en juridisch advies. 'Dit bedrag is te beschouwen als een investering die binnen zes jaar moet worden terugverdiend uit de meeropbrengsten door de samenwerking met Wageningen UR', zegt werkgroepvoorzitter Perry van Dongen, hoofd Financiën van VHL. 'Onze werkgroep heeft die meeropbrengsten niet kunnen vaststellen, maar we moeten dat nog beoordelen in samenhang met de bevindingen van de andere werkgroepen.'
Tot slot betaalt VHL fors meer aan telefoniekosten, na uitbesteding van de dienstverlening aan Wageningen UR. De kosten stegen van 160.000 euro in 2009 naar 300.000 euro in 2012. Daarvoor kreeg VHL mobiele telefonie, maar de werkgroep adviseert om een offerte aan te vragen bij KPN om deze kostenverhoging tegen het licht te houden.
Verder constateert de werkgroep dat de totale overhead bij VHL 32,4 procent van de loonkosten bedraagt. Dat is 1,5 tot 3 procent hoger dan de agrarische hogescholen in Dronten en Den Bosch. De werkgroep adviseert om te ­besparen op overhead, zodat VHL weer kan investeren in het onderwijs.

Re:ageer