Wetenschap - 1 januari 1970

Oom Henk en de informatie-overkill

Oom Henk en de informatie-overkill

Oom Henk en de informatie-overkill


Een modern sprookje

Er was eens een man, maar het had evengoed een vrouw kunnen zijn, die Henk
de Vries heette. Nu had hij ook Jan, Piet of Korneel kunnen heten, of als
Jansen, De Groot of zelfs Van Lippe-Bisterfeld geboren kunnen zijn, dat
maakt voor dit verhaal verder niet uit. Henk was maar een heel gewone
werknemer van een middelgroot bedrijf in het midden van het land, en woonde
in zomaar een rijtjeshuis ergens in één van de vele identieke Vinex-wijken,
met de geijkte sportsedan plus boodschappenkarretje voor de deur. Geheel
volgens de verwachting was Henk gescheiden en vervolgens hertrouwd met zijn
veel jongere maîtresse, waarmee hij een dochter had naast de zoon uit z’n
eerste huwelijk. Een rashond en -kat die een vermogen hadden gekost maar
hun gegoede afstamming niet bepaald eer aandeden, completeerden het gezin
en daarmee het geluk van Henk.
Want gelukkig was hij, welk een onheil er ook elke ochtend in de krant
mocht staan. Niet dat hij zich daar geen zorgen over maakte, want hoe moest
dat nou met die strandvakantie van de zomer nu die tanker voor de kust van
Spanje gezonken was? En wat zou de rit erheen wel niet extra gaan kosten
als er oorlog kwam in Irak? Die kelderende beurskoersen waren bovendien
niet best voor z’n pensioen, kón hij binnenkort nog wel met vakantie? En zo
kwam het dat Henk zich ook zorgen maakte over alle voedselschandalen in dit
land. Groeihormonen, dioxinekippen, gifpiepers, pestvarkens, salmonella’s,
Wasserbombe, MKZ en voor het gemak schoof hij legionella er ook maar onder:
de kranten stonden er bol van. Trots als Henk was op zijn roots die toch
maar mooi op het platteland lagen, grootopa was immers boer geweest, wist
hij zeker dat zulke dingen vroeger nooit gebeurden. Op een dag besloot hij
zijn neefje die in Wageningen studeerde, ernaar te vragen.
Na een Freudiaanse woordverwisseling van een uur werd het Henk duidelijk
dat de landbouwhogeschool aldaar inmiddels was gepromoveerd tot
universiteit, en dat dit toch al zeker vijftien jaar zo was. Niet
begrijpende hoe hij dit gemist kon hebben, werd hem vervolgens uitgelegd
dat die intussen al drie namen versleten had, en tegenwoordig met DLO
Wageningen Universiteit en Researchcentrum vormde. Verstandig genoeg
bespaarde het neefje hem de leerstoelgroepen, departementen en
kenniseenheden, al kan het ook zijn dat hij dat oom Henk niet eens had
kunnen uitleggen. Desalniettemin viel het kwartje, voor zover je daar nog
over kunt spreken met de euro. ,,Dus als ik ergens lees over Wageningen UR
of de WUR, dan komt het van de landbouwhogeschool, eh ik bedoel
universiteit?’’, vroeg Henk. ,,Of van DLO, dat is tegenwoordig hetzelfde’’,
antwoordde het neefje. ,,Zo ongeveer.’’
Gelukkig had oom Henk dat laatste niet gehoord. ,,Maar ik heb dat altijd al
zo’n vreemde instelling gevonden, de ene dag zegt meneer X van Wageningen
UR dit, de andere dag mevrouw Y dat. Hoe kan dat? Dat gebeurde toen het nog
de landbouwhogeschool was nooit!’’ Het neefje zuchtte eens diep. ,,Weet u,
vroeger was alles beter. Dat is één. Bovendien is het nu een universiteit
en daar mag iedereen zeggen wat ie denkt. Tenslotte zijn er tegenwoordig
veel meer media, en die zijn allemaal op zoek naar die ene expert die nog
niet gehoord is, maar die het liefst een afwijkende mening heeft want dat
is pas nieuws! Niemand die dat nog kan bijhouden toch? Zelfs onze Raad van
Bestuur niet.’’ ,,Wie?’’, vroeg oom Henk terwijl zijn neefje zich al zat te
verbijten omdat hij die term had laten vallen. ,,De drie-Keesheid, al is
dat ondertussen ook iets van het verleden. Laat maar zitten.’’
Maar oom Henk was nog niet tevreden: ,,Dat is toch vreselijk verwarrend?
Iedereen heeft een persvoorlichter, waarom zij niet?’’ Voor het eerst zag
zijn neefje een aanknopingspunt. ,,Tja, diezelfde Raad van Bestuur heeft er
één, waarom er lager in de organisatie geen zijn is mij ook een raadsel.
Misschien zijn ze weg gereorganiseerd of hebben ze nooit bestaan. In ieder
geval zijn ze niet duidelijk aanwezig, en dat zouden ze bij een meer en
meer op de markt gerichte organisatie wel moeten zijn. Oom, daar heeft u
een goed punt! Er zijn kenniseenheden ingesteld en daarbinnen zou het toch
mogelijk moeten zijn om één of desnoods meerdere personen aan te stellen
die het vakgebied in de gaten houden en tegelijk het aanspreekpunt zijn
voor de pers. Die kunnen de visie van de WUR naar buiten brengen, en meteen
de Raad van Bestuur op de hoogte houden van wat er zoal gebeurt, want daar
ontbreekt het ook nog wel eens aan!’’
Henk was ondertussen het spoor volledig bijster. ,,Ho even, hoe zit het dan
met de academische vrijheid?,, ,,Die is volledig gewaarborgd, misschien wel
beter dan eerst’’, antwoordde zijn neefje. ,,Steeds meer onderzoek wordt
uit de derde geldstroom, zeg maar extern, gefinancierd. En u weet, wiens
brood men eet, diens woord men spreekt. Dat is gelijk ook over, want een
onafhankelijke academicus haalt dat er zo uit. Uw voorstel is briljant! One
corporate identity, en ondertussen kan iedereen zijn eigen onderzoek
blijven doen met de bijbehorende sponsors, zonder dat die zich tegen het
hoofd gestoten voelen.’’ ,,Dat is toch Utopia’’, wierp oom Henk tegen.
,,Een grote sponsor zal ook op hoger niveau zijn invloed hebben. Wat wil je
daar aan doen?’’ ,,Daar raakt u een moreel iets’’, zei het neefje. ,,Ik
hoop dat Wageningen UR de moed heeft dat te weerstaan.’’
,,En anders?’’ ,,Dan moeten ze die sponsor vertellen dat ze zo niet met hen
willen werken. Uiteindelijk heeft de WUR opdracht om het leven voor ons
allemaal beter te maken. Dat moeten ze niet vergeten!’’ Oom Henk was niet
overtuigd: ,,Maar dan nog… Hoort zo’n universiteit niet gewoon
onafhankelijk te zijn?’’ ,,Dat is pas een utopie met al die bezuinigingen
van de laatste jaren’’, bromde zijn neefje. ,,Wat?’’ ,,Niets, ik zei alleen
maar dat het nou eenmaal zo is en dat we daar een goede tussenweg in moeten
vinden. Het is een dilemma, maar wat u voorstelde zou best eens kunnen gaan
werken. Kunnen ze gelijk de vuile was eens binnenhouden.’’ Henk spitste
zijn oren. ,,Doofpottencultuur’’, brieste hij, ,,wil je dat die goeie oude
landbouwhogeschool, eh universiteit, afglijdt tot het niveau van een
bananenrepubliek?’’ ,,Nee natuurlijk niet, maar bepaalde onderzoekers
zouden zo af en toe hun mond eens kunnen houden.’’
,,Censuur!’’, riep oom Henk en hij trok er een vies gezicht bij. ,,Wat ik
bedoel te zeggen is dat bepaalde personen altijd alle aandacht opeisen, en
anderen in een achterafkamertje de prachtigste dingen uitvinden en nooit
aan het woord komen. Dat zou moeten veranderen, en daar heb je die
voorlichters voor nodig’’, vond neefje. ,,Al zal het niet makkelijk worden
om bijvoorbeeld Van der Ploeg het zwijgen op te leggen. Maar toch zouden ze
het moeten proberen, en ook de professoren zouden zich eraan moeten houden,
of anders zelf die taak op zich nemen. Sowieso zouden de overeenkomende
afdelingen van de universiteit en DLO hetzelfde geluid moeten laten horen.
Wordt nog een strijd wie dat dan mag doen, en uiteindelijk zal er wel een
compromis komen waarbij beiden de voorlichting over twee kenniseenheden
krijgen, waarbij ze de vijfde delen.’’ Neefje kon een grinnik niet
onderdrukken.
Oompje was het allemaal nog niet veel duidelijker geworden. ,,Natuurlijk
moet iedereen het recht hebben om te publiceren’’, begon neefje zijn
slotpleidooi. ,,Maar daar moet dan misschien gelijk de grens gelegd worden.
Wil een journalist een reactie of een mening, dan meldt hij zich bij de
persvoorlichting van de betreffende kenniseenheid. Die kan dan altijd weer
beslissen of hij doorverwijst naar een bepaald persoon, of het zelf
afhandelt. Gevolg: de duurbetaalde heren en dames onderzoekers worden niet
continu lastiggevallen en Wageningen UR laat één duidelijke, onafhankelijke
stem horen. Stralen ze eens echt eenheid uit, en dat willen ze toch zo
graag? Kunnen ze dat geld voor die naamsbekendheidscampagne mooi ergens
anders voor gebruiken.’’ ,,Welke campagne?’’ Neefje maakte een wanhopig
gebaar. ,,Daarom dus!’’ Oom Henk haalde de schouders op, pakte nog maar een
biologisch-dynamisch vruchtensapje voor zichzelf en een biertje voor
neefje, en ze leefden allemaal nog lang en gelukkig.

Jan Vonk

Re:ageer