Nieuws - 1 januari 1970

Ook kennis moet eerlijker verdeeld worden tussen rijk en arm

Ook kennis moet eerlijker verdeeld worden tussen rijk en arm

Ook kennis moet eerlijker verdeeld worden tussen rijk en arm

Leidt vrije handel en globalisering voor arme landen tot ontwikkeling of
tot neokolonialisme? Die vraag stond centraal op de internationale
landbouwdag die de Koninklijke Landbouwkundige Vereniging, hogeschool
Larenstein en het Koninklijk Instituut voor de Tropen (KIT) vorige week
voor de 75e keer organiseerden. Het ging vooral over de rol van onderwijs
en wetenschap in die globalisering.
Prof. Ismael Serageldin, ereprofessor van Wageningen Universiteit, oud vice-
voorzitter van de Wereldbank en directeur van de bibliotheek van
Alexandria, was het pronkstuk van de conferentie. Hij benadrukte de
'aanstootgevende' en groeiende kloof tussen rijk en arm in de wereld. Die
vertaalt zich ook in een ongelijke verdeling van wetenschappelijke
capaciteit. Het opleiden van mensen uit ontwikkelingslanden is daarom
belangrijk, maar een braindrain ligt op de loer. Zo komt 27 procent van de
bezitters van een doctorsgraad in de Verenigde Staten uit het buitenland.
En in 1999 wilde 72 procent van de buitenlandse studenten in de VS daar
blijven. Om dat tij te keren is het sandwich-programma, waarbij
buitenlandse promovendi een belangrijk deel van hun studie in eigen land
doen, een goede formule, denkt Serageldin. Speciale kansen voor vrouwen en
minderheden kan ook helpen.
Dr Bram Huijsman, directeur van het Noord-Zuid Centrum, verving
bestuursvoorzitter Aalt Dijkhuizen. Huijsman kon inkoppen op de voorzet van
Serageldin met zijn presentatie over het groeiend aantal internationale
studenten aan Wageningen UR. Hij zei dat Wageningen UR haar internationale
werk wil uitbreiden. Europa ziet het daarbij als springplank naar de rest
van de wereld. In de toekomst zou Wageningen UR volgens Huisman ook
opleidingen in het buitenland kunnen opzetten, 'waardoor het mogelijk wordt
dat iemand in China of Zuid Afrika een Wageningse bul haalt'.
,,En is die uitbreiding neokolonialisme of ontwikkeling?'', riep ir.
Bernard Gildemacher daarop dwars door de toespraak van Huijsman.
Gildemacher, docent en naar eigen zeggen 'relnicht' van hogeschool
Larenstein, zei later dat er een duidelijk verschil is tussen Larenstein en
Wageningen UR. ,,Wij staan wat meer met beide benen op de grond. Neem nou
bloementeelt in Kenia. Is dat ontwikkeling, of is het neokolonialisme.
Arbeiders daar worden vergiftigd door pesticiden en verdienen te weinig.
Het is dus neokolonialisme en daar moeten we wat aan doen. Ik heb dat
kolereonderzoek van Wageningen UR daar niet voor nodig.'' Erg serieus werd
Gildemacher niet genomen, en later relativeerde hij ook zichzelf. ,,Ach,
iemand moet er af en toe tegen aan schoppen.'' |
J.T.