Organisatie - 10 april 2008

Ooijevaar leeft voor het schaatsen

Mark Ooijevaar, vierdejaars student Bos- en natuurbeheer aan Wageningen Universiteit, is een aparte jongen. De stayer traint niet op een racefiets met klikpedalen zoals andere schaatsers, en zoekt geen afleiding bij een mp3-speler – die heeft hij niet. En waar anderen in het krachthonk beulen, trekt hij baantjes in het zwembad. Toch startte Ooijevaar vorige maand op een wereldkampioenschap. Een buitenmens die het liefst zijn schaatsen laat spreken.

achtergrond_0_128.jpg
achtergrond_0_128.jpg

Foto: Bart de Gouw

Afgelopen week was Ooijevaar eindelijk weer eens langer dan een enkel nachtje op zijn kamer in de Wageningse studentenflat Bornsesteeg. Sinds december was de langebaanschaatser vooral onderweg voor wedstrijden en trainingen, of rustte hij uit bij zijn ouders en zusje in het rijtjeshuis in Hoogkarspel.
In zijn studentenkamer staan enkel een bed, een computer op een verder leeg bureau, en een koelkastje. Waslijnen lopen van een houten klapstoel tot het raam en terug naar de deur. De muren zijn leeg en jaren geleden eens geel geschilderd. ‘Ik kom hier om te slapen en te eten, en heb hier niet meer dan de spullen die ik nodig heb’, zegt Ooijevaar. ‘Ik ben de weekenden weg, en vind het wel goed zo.’ Zeker ’s zomers vertoeft hij graag in zijn ouderlijk huis. ‘Daar stap ik zo de tuin in, en eet lekker buiten. Ik heb er ook meer vrijheid en ruimte.’ En niet omdat hij er niet hoeft te koken. ‘Ik kook juist vaak zelf, omdat ik graag aan het begin van de middag warm eet.’

Formulieren
Ooijevaar bereikte afgelopen seizoen enkele mijlpalen. Hij debuteerde op een wereldbekerwedstrijd en het WK Afstanden na een fantastische race in het Noorse Hamar. Na het WK kreeg hij ook de A-status van NOC-NCF. Het levert hem een maandelijkse ondersteuning van een paar honderd euro op, met een vergoeding voor kosten als kleding, materiaal en reizen. En een berg formulieren waar hij van moet zuchten. ‘Dat is meer werk dan een WK schaatsen.’
Ondanks de vooruitgang, die ook is terug te zien in persoonlijke records op de vier allround afstanden, is Ooijevaar niet direct positief over het voorbije schaatsseizoen. ‘De mindere punten zitten nog te vers in mijn geheugen.’ Een val op de ijsbaan begin december die hem een hoefijzervormig litteken opleverde op de binnenkant van zijn linkerenkel, verstoorde zijn seizoen. ‘Het is sowieso kort, en voor mijn gevoel duurde het nu maar een paar weken.’
Toch is hij blij dat hij nu weer even alles op een rijtje kan zetten en zijn studie weer kan oppakken. Daar is deze winter nauwelijks iets van gekomen, met het ritme van wedstrijd, trainen, slapen en eten. In een vrij uurtje in het buitenland ziet hij liever wat van de omgeving. ‘Ik moet vooral nog wat essays inleveren en een hertentamen doen, in principe heb ik alle vakken gevolgd. Veel practica vielen gelukkig als ik hier toch was, in mei en juni. In het najaar hoop ik mijn bachelor af te ronden.’ Wat hij dan gaat doen weet hij nog niet. ‘Ik moet eerder iets besluiten over andere zaken zoals waar en bij wie ik ga schaatsen, dan over de vraag of ik doorga met een master.’
Afgelopen jaar veranderde er al genoeg. Hij kreeg na de Universiade in Turijn, de winterspelen voor studenten waar hij de vijf en tien kilometer won, een sponsorcontract met Ecojobs dat ook de Italiaan Enrico Fabris sponsort. Het bracht vooral de rust dat hij niet eerst in zijn portemonnee hoeft te kijken als hij bijvoorbeeld ergens heen wil om te trainen. Over volgend seizoen heeft hij nog geen contact met ze gehad, maar de A-status van NOC-NSF geeft net zo goed rust.

Trainingsaanpak
Ooijevaar werd dit jaar ook voor het eerst begeleid vanuit de schaatsbond bij de KNSB Regiotop, en hij ging met een trainer op pad, Aart van der Wulp. ‘Marks trainingsaanpak is niet zo algemeen bij schaatsers’, zegt Van der Wulp. ‘Schaatsers hebben over het algemeen in de zomer een uitgekiende opbouw, terwijl hij vooral gaat zwemmen en fietsen. Zwemmen doen schaatsers nooit, dat voegt eigenlijk niks toe. Je gebruikt je spieren anders, en kweekt vooral uithoudingsvermogen.’
Dus bespraken ze Ooijevaars planning, en veranderde Van der Wulp er wat in. ‘Ik schrapte wat zwemmen, en gaf aan sommige trainingsvormen wat minder vaak achter elkaar te doen. Ook bij het fietsen moest hij meer een programma volgen.’
Een radicale wijziging had niet gewerkt, denkt Van der Wulp. ‘Hij moet er achter staan wat hij doet.’ Het is meer slijpen aan een ruwe diamant. ‘Hij weet wat hij wil op sportgebied. Maar je moet hem echt van het nut van veranderingen overtuigen. Afgelopen jaar was hij voor het eerst in een krachthonk, terwijl dat gemeengoed is. Maar hij wordt er niet vrolijk van, dus laten we hem langzaam wennen.’
Volgens Van der Wulp wil Ooijevaar de tien kilometer rijden op de Olympische Spelen in Vancouver in 2010. ‘Dat zei hij al als tiener op de schaatsbaan in Alkmaar, dat hij op die afstand naar de Spelen wilde. Dan reed hij bij een training twintig rondjes hard op kop, met de rest achter zich aan.’ De trainer denkt dat het kan, als hij de komende twee seizoenen nog twee keer zo’n stap zet als hij nu heeft gedaan. ‘Maar eigenlijk moet hij bij trainingen wel een groep om zich heen hebben, die hij nu niet heeft.’
Zijn pupil houdt vol dat hij niet bezig is met die tien kilometer over twee jaar op de Spelen. ‘Ik wil me niet toeleggen op één afstand. De grote vierkamp vind ik nog steeds het mooist, met de spanning van het klassement. Als ik al aan iets denk is het komend seizoen’, zegt hij, de boot afhoudend.

Pannenkoeken
Het is soms moeilijk om hoogte van de lange stayer te krijgen. Stil binnenzitten is in ieder geval niet zijn ding. Zijn handen blijven bezig tijdens het interview – met zijn horlogebandje, zijn sleutelbos. Maar de stad in, naar de bioscoop of een studentenvereniging, trekt hem evenmin. Hij zag ook nog nooit een sociëteit van binnen. ‘Ik heb er geen tijd voor en heb genoeg andere leuke dingen te doen’, zegt hij op rustige toon.
Hij luistert naar muziek op de radio, liefst gevarieerd, zolang het maar geen klassiek of dance is. Een mp3-speler hoeft hij niet, en zijn mobiele telefoon riedelt het deuntje dat het bij aankoop had. Zijn trainingsfiets is een lichte hybride met 27 versnellingen en gewone pedalen; hij kan er ook mee op fietsvakantie met zijn ouders. ‘Maar misschien wil ik er nu ook een racefiets bij’, zegt hij voorzichtig.
Voedingssupplementen slikt de bosbouwstudent niet. ‘Ik eet genoeg groente en fruit.’ Hij is al zijn hele leven vegetarisch en koopt soms biologisch, zoals eieren. Bij zijn ouders, die overigens zelf geen verleden hebben op het ijs, eet hij wekelijks pannenkoeken met biologisch meergranenmeel; lekker veel koolhydraten.
In Wageningen heeft hij wat vrienden onder studiegenoten die net als hij in het weekend weg zijn; met één van hen eet Ooijevaar af en toe samen. Zijn afdelingsgenoten kent de student hoogstens van gezicht. Maar veel contact heeft hij ook niet nodig. ‘Ze zijn ook met iets heel anders bezig.’
De ijsbaan en het leven eromheen geven veel meer plezier. ‘Ik vind het heerlijk om te trainen, om beter te worden. Je komt ook nog eens ergens.’ Hij voelt zich thuis in gezelschap van andere schaatsers. ‘De schaatswereld is geen vijandig wereldje. Alleen op wedstrijden ben je elkaars concurrent, daarbuiten niet.’
Een schaatser als voorbeeld heeft hij niet. Wel is er een trainer waar hij graag mee zou willen werken: Wim den Elzen van gewest Zuid-Holland, vertelt hij met een stralend gezicht. ‘Hij kan technisch details goed overbrengen. En aan techniek kan ik het lastigst zelf iets doen.’
Maar de komende weken gaat Ooijevaar eerst eens nadenken over de zomerplanning, met hardlopen, fietsen, zwemmen en schaatssprongen maken op het droge. Vrij in de buitenlucht, waar het lekker rustig is.

Re:ageer