Wetenschap - 1 januari 1970

Onzekerheden uit model halen kost veel geld

Onzekerheden uit model halen kost veel geld

Onzekerheden uit model halen kost veel geld

De RIVM-affaire lijkt uit te monden in een ethische kwestie. De vraag is of de wetenschapper, of het DLO-instituut, aan de opdrachtgever geld en tijd moet vragen om de onzekerheden van zijn modelresultaten te achterhalen. Of vind je als het instituut of wetenschapper je prestige zo belangrijk dat je zelf geld steekt in de betrouwbaarheid van de modeluitkomsten? Dat is de vraag van ir Klaas Metselaar, die vrijdag 12 februari hoopt te promoveren op een case-studie over de kwaliteit van simulatiemodellen


Veel meten is het beste. Maar dat is veel duurder dan simuleren achter de computer. Je moet van elke parameter die in het model gaat de onzekerheidsmarge weten, aldus Metselaar. Dat kost veel tijd. Zelf onderzocht de promovendus de voorspelfout van een eenvoudig, landbouwkundig model en een complex model. Zo'n landbouwkundig model noemt Metselaar een relatief luxe positie omdat daar veel gegevens over bekend zijn en omdat landbouwkundige experimenten te herhalen zijn. In zijn complexe model heeft Metselaar toch al gauw zo'n dertig parameters. Van oon parameter in de literatuur achterhalen wat de onzekerheden zijn, kost al snel een week. Totaal kost het achterhalen van de onzekerheden van het hele model dus al dertig weken. Daar komt bij dat klimaat- en milieustudies veel complexer zijn dan landbouwkundige modellen, omdat ze uniek zijn. Ze zijn niet te herhalen

De discussie over de betrouwbaarheid van modelstudies is niet nieuw. Metselaar ontdekte talloze stellingen bij proefschriften over de presentatie, onderbouwing en nauwkeurigheid van modellen. Wageningse wetenschappers grijpen daarom met beide handen de RIVM-affaire aan om een waarschuwing te laten horen. Onderzoekers van het Staring-Centrum wijzen in Trouw op de voorkeur van opdrachtgevers om te financieren op output in plaats van op input. Men teert op bestaande kennis en investeert dan soms te weinig in nieuwe. Als voorbeeld noemen ze de bodemkartering van Nederland. Die heeft in het verleden honderden mensjaren werk gekost. Er is momenteel bijna geen model of studie op milieugebied waarin de bodemkaart niet wordt gebruikt als basis voor de berekeningen. Momenteel blijkt er echter zelfs geen geld te zijn om de bodemkaart aan te passen aan de gedaalde grondwaterstanden door de zogenaamde grondwatertrapaanduidingen te herzien.

Ook vragen zij zich af of consensus over het te gebruiken model wel altijd zo goed is. Laat ook eens concurrerende modellen ontstaan of laat verschillende interpretaties op de resultaten los is een van hun aanbevelingen. De onderzoekers van het IBN benadrukken in De Volkskrant de waarde van het testen van de modellen. Bij toekomststudies gebeurt dat ook aan de hand van een voorspelling van de huidige toestand. Die kan namelijk geverifieerd worden met metingen. Daarnaast vinden zij dat een model niet zonder onzekerheidsmarge kan. Daarom pleiten ze voor een goede balans tussen de hoeveelheid geld en de betrouwbaarheid. L.N

Re:ageer