Wetenschap - 29 mei 2015

Onze steekmug kan oprukkende virussen overdragen

tekst:
Albert Sikkema

De Nederlandse steekmug is heel goed in staat om het West Nijl virus over te dragen aan mensen. Als het warmer wordt in Nederland en het virus oprukt vanuit Zuid-Europa, dan lopen we meer kans op een hersen(vlies)ontsteking. Dat blijkt uit promotieonderzoek van Jelke Fros.

De mug Culex quinquefashiatus verspreidt het West Nijl virus al in Zuid Europa

Het West Nijl virus komt oorspronkelijk uit Afrika, maar het verspreidde zich in 1999 opeens snel in de Verenigde Staten. Dat resulteerde in de grootste uitbraak van hersen(vlies)ontsteking ooit waargenomen. In Zuid Europa komt het West Nijl virus sinds 2010 regelmatig voor. In dat jaar leidde een uitbraak in Griekenland al tot 35 doden. Mede om die reden stelde de EU onderzoeksgeld beschikbaar om de transmissie van het virus en de rol van muggen bij de overdracht vast te stellen.

Het West Nijl virus vermeerdert zich in muggen en vogels, waaronder merels en kraaien. Als mensen worden gestoken door een besmette mug, krijgt maar een klein deel koorts en hersenontsteking. Dit virus lijkt op het Usutu virus dat sinds enkele jaren in muggen en vogels in Centraal-Europa circuleert. Ook dit Usutu virus zorgt voor slachtoffers. Geen van beide virussen is ooit aangetroffen in Nederlandse muggen. Fros ging na hoe effectief de Nederlandse huissteekmug (Culex pipiens) is in de overdracht van beide virussen. Uit proeven met muggen bleek dat onze steekmug beide virussen effectief overdraagt, maar dat die overdracht beter gaat bij hogere Zuid Europese temperaturen. Het Usutu virus heeft een grotere kans om vanuit Centraal-Europa op te rukken naar Nederland, maar ook het West Nijl virus kan bij perioden van hogere temperaturen in de Nederlandse steekmug terechtkomen, concludeert Fros.

Wat te doen? ‘Ten eerste is het belangrijk om de verspreiding van de virussen goed in de gaten te houden tijdens de warme zomermaanden in Zuid-Europa en omliggende landen. Ten tweede moeten huisartsen weet hebben van de oprukkende virussen, zodat ze bij mensen met hersenvliesontsteking eerder denken aan deze virussen. Nu gebeurt dat alleen als patiënten aangeven dat ze in de tropen zijn geweest. En ten derde moeten er vaccins komen. Die zijn vrij makkelijk te maken, maar voor de toelating heb je klinische studies nodig die veel tijd en geld kosten. Dan heb je dus een sterke marktpartij nodig.’

Dat probleem geldt ook voor een ander virus in muggen dat wereldwijd oprukt en uitbraken heeft veroorzaakt in Zuid-Europa, het zogenaamde chikungunya virus. Voor dit chikungunya virus, dat vreselijke gewrichtspijn kan veroorzaken, is er al een vaccin, gemaakt door Fros’ oud-collega Stefan Metz. Maar dat vaccin is nog in ontwikkeling. In de zoektocht naar andere aangrijpingspunten om de overdracht van het virus te voorkomen heeft Fros de infectie-route in de tijgermug – de verspreider van het chikungunya virus - en de mens opgehelderd. Nu weet hij hoe het virus de immuunsystemen van mug en mens omzeilt en welk medicijn we moeten ontwikkelen om ons te wapenen tegen de artritis-mug.

Lees ook


Re:ageer