Wetenschap - 1 januari 1970

Onze man in Hanoi

Een jaar geleden vertrok ir Siebe van Wijk naar Vietnam om er namens Wageningen UR opdrachten binnen te halen, bestaande projecten te ondersteunen en de universitaire samenwerking te versterken. En het werkt. Hij doet ook goede zaken met bedrijven, wat een felbegeerde zeldzaamheid is binnen de ontwikkelingssamenwerking. ‘Dat je er permanent aanwezig bent, wekt vertrouwen.’

Siebe van Wijk doet in Vietnam goede zaken voor Wageningen UR. /foto Nguyen Vinh Quang

In een van de projecten van het DLO-Noord Zuid programma dat Siebe van Wijk in Vietnam ondersteunt, experimenteren boeren en onderzoekers samen om alternatieven te zoeken voor het gebruik van pesticiden. Doel van het project is gezondere groente te produceren, want het overmatige gebruik van bestrijdingsmiddelen is in heel Zuidoost-Azië een groot probleem. Niet alleen voor het milieu, maar ook voor de volksgezondheid.
Van Wijk wist een Nederlands bedrijf, Fresh Partners, te interesseren voor het project. Het bedrijf koopt groente en fruit om die te exporteren naar Europa en heeft al een vestiging in Thailand. Ze hebben nu een tweede bedrijf in Vietnam en investeren in een verwerkingscentrum van kruiden vlakbij het vliegveld. In een door hen gefinancierd project worden boeren getraind om kruiden goed te produceren en te sorteren, wassen en in te pakken. De beste boeren van dat project gaan straks kruiden leveren aan het bedrijf, dat de kruiden verkoopt aan toko’s in Europa. ‘De boeren waar we mee werken vinden het geweldig, ze veranderen van een simpele tuinder in een exporteur’, vertelt Van Wijk.

‘Dat je permanent aanwezig bent wekt vertrouwen, en vooral bij bedrijven speelt dat een grote rol’

Vertrouwen
Het koppelen van verschillende projecten aan elkaar, zoals het EU project aan een bedrijf, is een van de dingen die makkelijker gaan als je een permanent kantoor in een land hebt, zegt Van Wijk. En dat koppelen is nuttig. ‘Het gaat economisch goed met Vietnam en dat trekt veel donoren en bedrijven. Door projecten met elkaar te verknopen gebeuren er geen dingen dubbel.’
Een ander voordeel van een outposting van Wageningen UR in Vietnam is dat donoren eerder vertrouwen hebben dat het goed gaat. Vooral bij bedrijven speelt dat vertrouwen een grote rol, zegt Van Wijk. ‘Voor een project van de EU moet je een voorstel schrijven waar al gauw dertig werkdagen in gaan zitten. Bij bedrijven begint het met vertrouwen, waarna je het idee op een A4-tje zet en dan verder gaat praten.’
De hoofdtaak van Siebe van Wijk in Vietnam is het begeleiden van de bestaande programma’s van het DLO-Noord Zuid programma, projecten die meestal door de EU gefinancierd zijn. Maar daarnaast besteedt hij veel tijd aan acquisitie van nieuwe projecten, ook bij het bedrijfsleven. Dat doet hij samen met een team van Wageningen UR, vooral Rik van den Bosch en Paul van den Brink van Alterra, Marcel Stallen van het LEI, Arij Everaarts van PPO en het team van het Noord Zuid Centrum. Die samenwerking heeft succes en haalt aanzienlijk meer financiering binnen dan dat de acquisitie kost. Onder andere van Syngenta, een van de grootste producenten in de wereld van bestrijdingsmiddelen.
Syngenta wil laten uitzoeken door Alterra en het LEI, samen met de Hanoi Agricultural University, hoe veilig pesticiden gebruikt worden door de boeren, en of dat beter kan. Van Wijk is blij met de financiering vanuit het bedrijfsleven en denkt ook dat die een bijdrage aan ontwikkeling kan leveren. ‘Het voordeel van bedrijven is dat ze erg geïnteresseerd zijn in de uitkomsten van onderzoek en er ook gevolg aan geven. Veel andere projecten lopen af na vier jaar, en dat is het dan. Een bedrijf gaat verder als het financieel haalbaar is. Maar je moet natuurlijk wel kritisch blijven kijken of boeren wel voordeel hebben bij het werk van een bedrijf.’

Interdisciplinair
Interdisciplinariteit, iets wat in Wageningse discussies altijd zo lastig en moeizaam tot stand te brengen lijkt, blijkt in Vietnam gewoon een selling point. Van Wijk: ‘Er zijn in Hanoi best goede consultancybedrijven die goed economisch onderzoek doen en goedkoper zijn dan Wageningen UR. Maar er is niemand die economisch onderzoek kan combineren met milieu-onderzoek en praktische teeltverbetering. Door de samenwerking van LEI, met Alterra en PPO kan dit wel. En dat ziet een bedrijf als Syngenta ook.’
Ook een andere grote potentiële klant heeft daar interesse in. De Duitse supermarktketen Metro zette voor 150 miljoen dollar nieuwe vestigingen in Vietnam, en wil daar veilige groente en fruit uit Vietnam verkopen. Die eis stelt overigens de Vietnamese overheid ook: een buitenlands winkelbedrijf dat zich vestigt in Vietnam moet negentig procent van de producten binnen Vietnam kopen. Bovendien wil Metro fruit uit Vietnam gaan exporteren naar hun Metro-vestigingen in bijna dertig verschillende landen, net zoals ze nu al garnalen uit Vietnam verkopen in alle vestigingen van Metro wereldwijd. Maar ook daarvoor moet de kwaliteit van de groente en het fruit beter zijn dan die nu is. Onderzoek van PPO en A&F moet gaan helpen met het produceren van die gezonde en veilige groenten.
Van Wijk ziet er wel mogelijkheden in. Want Wageningen UR heeft al een methode om het gebruik van bestrijdingsmiddelen, de stroom van nutriënten en het financiële reilen en zeilen van boeren in kaart te brengen. Boeren die aan Metro zouden gaan leveren, kunnen met zo’n methode laten zien dat hun groenten veilig zijn.

Boer en bedrijf
Het bestaan van die methode laat volgens Van Wijk trouwens zien dat het belangrijk is ook zelf geld te investeren in onderzoek. De methode, die aanvankelijk NUTMON en later MONQI heette, is al in 1997 gemaakt door LEI, Alterra en PRI met financiering uit DLO-expertisegelden. ‘In feite teren we daar nu nog op’, zegt Van Wijk. ‘Het levert nog steeds veel opdrachten op, die investering hebben we zeker terug uit de markt gehaald.’ MONQI (Monitoring for Quality Improvement) is een systeem waarbij boeren nutriëntenbalansen, financiële indicatoren en gebruik van pesticiden bijhouden in een boekje. Ook wordt er in een dorp iemand getraind om de gegevens van alle boeren in de computer te stoppen. Dat brengt niet alleen het gebruik van pesticiden en de gezondheid van de producten in kaart - handig voor afnemers - maar kan ook gebruikt worden om samen met boeren te kijken naar hun resultaten en te zien of ze meer kunnen verdienen. Want onderdeel van MONQI is dat de boer zelf ook een rapportje krijgt van de resultaten, waarop hij kan zien of hij het beter of slechter doet dan zijn buurman. Het is een voorbeeld van onderzoek waar zowel de boeren als een bedrijf beter van kunnen worden. Van Wijk: ‘Het is voor de toekomst essentieel dat Wageningen UR via de kennisbasis blijft investeren in dit soort methodiek ontwikkeling.’
Van Wijk geeft aan dat het binnenhalen van financiering voor projecten een kwestie van teamwerk is met onderzoekers van LEI, Alterra en PPO in Nederland, maar denkt dat zijn aanwezigheid in Hanoi wel dingen mogelijk maakt die anders niet konden. Bovendien is het kantoor, dat is gehuisvest in de landbouwuniversiteit in Hanoi, een thuishaven voor bezoekende onderzoekers en studenten uit Wageningen. Afgelopen jaar deden drie Wageningse studenten hun afstudeeronderzoek vanuit het kantoor en binnenkort komen er weer twee. En elke maand komen er onderzoekers uit Wageningen op bezoek. Binnenkort komt er ook een promovendus milieusociologie. Van Wijk: ‘Ik heb hier een vriend die taxichauffeur is en al die mensen van het vliegveld haalt.’

Joris Tielens

Re:ageer