Organisatie - 26 mei 2017

‘Onze kracht zit in de interactie tussen docent en student’

tekst:
Albert Sikkema
2

Arnold Bregt is de nieuwe onderwijsdirecteur van de WUR. In zijn onderwijsvisie is de interactie tussen docent en student bepalend voor succesvol onderwijs. Hij zoekt naar vernieuwing, om de onderwijskwaliteit tijdens de studentengroei te kunnen behouden.

©Guy Ackermans

Twee maanden geleden werd Arnold Bregt, hoogleraar Geo-informatiekunde en Remote Sensing, gepolst of hij Dean of Education van de universiteit wilde worden. Hij dacht een week na. ‘Ik heb het prima naar mijn zin bij de leerstoelgroep. Ik ben nu bijna twintig jaar hoogleraar, ik ben 57. Wil ik nog tien jaar GIS of iets nieuws?’ Hij besloot te solliciteren voor de baan van onderwijsdirecteur. ‘Ik ben onderwijs-minded, ik vind onderwijs het belangrijkste deel van mijn werk. Het mooie is: je ziet studenten in een vak groeien. Ik geef het vak Spatial Data Infrastructures, over het organiseren van ruimtelijke informatie. In het begin weten de studenten hier niets van, na een maand college praten ze professioneel mee over het onderwerp. Prachtig.’

Visie
Tijdens zijn sollicitatiegesprek moest hij zijn visie op het onderwijs geven. Hoe ziet die er uit? ‘Ik beschouw onderwijs als een complex adaptief systeem. Je hebt te maken met veel spelers die met elkaar en hun omgeving interacteren en zo het onderwijs vormgeven. Het Wageningse onderwijs is het resultaat van de interactie van docenten, studenten en de ondersteunende staf.’

‘Waarom is Wageningen zo goed? Omdat de bouwstenen, de vakken goed zijn. De kern van onderwijskwaliteit is de interactie van docenten met elkaar en de studenten. Onze onderwijskracht zit in de vakken, waar gemotiveerde docenten en studenten interacteren en het onderwijs vernieuwen. Die kwaliteit staat nu onder druk door de studentengroei. In het onderwijs zijn altijd externe en interne factoren waarop je moet reageren. Je moet continu je onderwijs evalueren en aanpassen om bij te blijven. Als je stil staat, verlies je. Mijn rol als onderwijsdirecteur is het vergroten van het adaptief vermogen van Wageningen Education Ecosystem. Daarbij moet de basis van het onderwijssysteem zich herkennen in die veranderingen.’

Hoe vang je de groei op?

‘Ik wil samen met docenten, studenten en staf scenario’s ontwikkelen voor het onderwijs in 2025. Misschien moeten we het onderwijsaanbod veranderen. Wellicht moeten we de online MOOC’s meer integreren in het reguliere onderwijsprogramma. En hoe vangen we de groei bij de thesisbegeleiding op? Zijn er naast thesiskringen nog meer opties? We hebben nu een meester-gezel-model in het Wageningse onderwijs, met veel contact tussen docent en student. Die persoonlijke aandacht is arbeidsintensief, maar levert kwaliteit op. Hoe hou je die kwaliteit in stand met meer studenten; dat is de centrale opgave. Deze punten kunnen we samen in onderwijsscenario’s verkennen.’

Wil je de studentengroei beperken?

‘Wellicht moeten we de groei beperken om de kwaliteit te behouden. Bij veel opleidingen moet je weken in een lab staan om iets goed onder de knie te krijgen. Kan dat in plaats van zes weken ook in vier weken? We zijn wel ingenieurs hè. We leiden mensen op die een problemen kunnen oplossen en een product kunnen maken. Die vaardigheden doe je op door ze te oefenen. Dus als er numeri fixisi nodig zijn, dan moet het. Maar wellicht kunnen we ook meer staf aannemen. Of we kunnen de promovendi meer inzetten in het onderwijs. Die inzet van PhD’s wisselt nu per leerstoelgroep, daar kunnen groepen van elkaar leren. Een andere optie is: verruim het promotietraject met een Education Track van een half jaar, om de begeleiding van studenten door promovendi te verruimen. Het zijn scenario’s die we moeten onderzoeken.’

Je wetenschappelijke carrière is klaar?

‘Ja, dat is wel wennen. Ik wordt opgevolgd als leerstoelhouder bij GIS. Als Dean of Education werk ik vier dagen per week in Atlas, maar ik blijf één dag per week op de leerstoelgroep werken. Ik blijf promovendi begeleiden. Dat vind ik belangrijk, zo hou ik contact met de werkvloer.’ Bregt heeft zin in de nieuwe baan, merkt hij. Hij fietst elke dag op en neer naar Wageningen vanuit woonplaats Heelsum. ‘Het fietsdenken gaat steeds minder over GIS en steeds meer over onderwijs. Mijn onderwijsvisie moet nog rijpen. Zo’n visie moet richting geven, maar ook flexibel zijn, want in het onderwijs overkomen je dingen. Dan moet je adaptief zijn.’

Re:acties 2

  • Philip Freriks

    Laatste alinea: " Ik wordt opgevolgd " is natuurlijk zonder t achter de d. #grootdictee

    Reageer
  • student

    Graag contact met docenten behouden en minder clips !!

    Reageer

Re:ageer