Wetenschap - 1 januari 1970

Onverwacht grondbezit

Wageningen UR heeft terreinen, kassen en proefvelden in bezit. Tot zo ver niets verrassends. Maar wie weet dat de instelling ook eigenaar is van een bergrand, een graf, volkstuintjes en tennisbanen? Een rondgang langs het ‘onverwachte grondbezit’.

Het familiegraf van Baron de Constant Rebecque op de Wageningse Berg.

Wageningen UR is grootgrondbezitter. Jan Blok, rentmeester bij de afdeling Vastgoed en bouwzaken, schat het totale grondoppervlak op drieduizend hectare. Ongeveer driehonderd hectare is van de universiteit, de rest is van de onderzoeksinstituten en proefbedrijven. Het leeuwendeel van het grondbezit ligt volgens Blok niet in Wageningen, maar in de provincie Flevoland. Hier is de organisatie eigenaar van zo’n 1200 hectare polderlandschap.
Het meeste onverwachte grondbezit ligt overigens wel bij Wageningen: de bergrand van de Wageningse Berg. In 1951 kocht de universiteit ruim 17 hectare van het landgoed Belmonte om haar botanische tuin te kunnen uitbreiden. Het landgoed verkeerde na de Tweede Wereldoorlog in deplorabele toestand en kon voor een symbolisch bedrag van de Stichting Het Gelders Landschap worden gekocht. De universiteit werd hiermee ook eigenaar van de Holleweg, de uitgesleten doorsteek door de stuwwal die onderdeel uitmaakt van de prehistorische route tussen de Veluwe en de Betuwe. En ook het familiegraf van Baron de Constant Rebecque was bij de koop inbegrepen. De universiteit heeft zich verplicht dit graf tot in lengte van jaren te onderhouden.


v.l.n.r. De universiteit is eigenaar van een heuse bergrand, volkstuintjes van personeelsvereniging O&O op de Wageningse Eng, de tennisbanen op de Born staan open voor alle personeelsleden en populierklonen in het Populetum langs de Grebbedijk

Langs de dijk tussen Wageningen en Rhenen ligt verder nog het populetum, vijf hectare vol kaarsrechte populierklonen. Het onderzoek daaraan is allang afgerond. Het terrein wordt waarschijnlijk dan ook verkocht aan de gemeente, die het nodig heeft voor de ontwikkeling van het bedrijvenpark Nudepark II.
In het Wageningse Bos is aan het Zwarte Pad nu nog één bosperceel over dat eigendom is van de universiteit. Het wordt net als de al eerder afgestoten bospercelen aangeduid als het ‘Mierenbos’. Volgens Leo Goudzwaard van de leerstoelgroep Bosecologie en bosbeheer werd in het perceel tot voor kort gebruikt voor een jaarlijks practicum. ‘Studenten konden daar zelf een paar Douglassparren omzagen en er zijn een aantal bijzondere bomen aangeplant. Het perceel wordt nu overgedragen aan Staatsbosbeheer, maar dat is geen probleem. Als we toestemming vragen, mogen we voor een practicum altijd wel een paar bomen omzagen’, aldus Goudzwaard.
Naast de gemeentelijke begraafplaats op de Wageningse Eng ligt nog een strook grond van Wageningen UR dat in gebruik is als volkstuintjes voor leden van de universitaire personeelsvereniging O&O. En aan weerszijden van de Grintweg richting Bennekom zijn twee stroken volkstuinen in gebruik door voornamelijk oud-personeelsleden van het voormalige IMAG.
Wageningen UR is tenslotte nog eigenaar van drie tennisbanen. Die liggen op De Born, naast Rikilt, en worden gebruikt door leden van de tennisvereniging De Born-Zuid. Voorzitter en Rikilt-medewerker Leo Pricken: ‘De vereniging bestaat al sinds de jaren zestig en was oorspronkelijk alleen voor medewerkers van de DLO-instituten op De Born. We hebben nog altijd zo’n 180 leden en staan nu open voor alle medewerkers van Wageningen UR. Het is nu geen topdrukte, maar gistermorgen stonden er toch weer een paar mensen een balletje te slaan.’

Gert van Maanen


De Holleweg door de Wageningse Berg. / foto GA

‘Heilige grond bestaat voor mij niet’

‘Rentmeester proefaccommodaties’ staat er op zijn visitekaartje. En op zijn deur: ‘Wie grond heeft, heeft de toekomst’. Hij kent de terreinen van Wageningen UR als zijn broekzak. Jan Blok (62) houdt van zijn vak en na 31 dienstjaren vertrekt hij met gemengde gevoelens. ‘Ik heb dertig jaar met plezier gewerkt, maar het laatste jaar was rampzalig. Boekhouders maken nu de dienst uit.’
Op zijn kamer en in zijn auto ligt altijd een paar laarzen. Blok is gewend rond te banjeren op modderige bouwplaatsen en proefveldjes. In en rond Wageningen bezoekt hij de terreinen het liefst op de fiets. Je noemt een locatie en Blok schudt uit zo de bijhorende geschiedenis uit zijn mouw. Al bijna 25 jaar is hij het centrale aanspreekpunt rond het beheer van het landelijke vastgoed van Wageningen UR. Begonnen bij de universiteit, is hij nu juist steeds vaker op pad voor de talrijke locaties van de instituten en proefcentra in het land.
‘Toen ik begon, dacht iedereen dat we grond te weinig hadden en werd er overal terrein aangekocht. Nu gaat het meestal over het verhuren, verpachten of verkopen van terreinen’, constateert Blok droog. De verkoop van de proefstations in Aalsmeer (glastuinbouw) en Horst (paddestoelen) zijn twee van zijn laatste wapenfeiten. ‘Er is niks mis met grond verkopen. De schoorsteen moet blijven roken. Heilige grond bestaat voor mij niet. De universiteit heeft toch ook haar oude hoofdgebouw aan het Salverdaplein verkocht’, aldus Blok.
Het beheer van drieduizend hectare terreinen - met zo’n zevenhonderd kadasternummers - en zestig dienstwoningen in bijna dertig verschillende gemeenten, is volgens Blok een flinke klus. Over de bestuurlijke bemoeienis hiermee is hij de laatste jaren niet meer te spreken. Zijn oorspronkelijke plan om tot zijn 65ste door te werken heeft hij om die reden opgegeven. ‘Het werk was leuk, maar sinds de fusie is het hard bergafwaarts gegaan. Een deel van de mensen werkt zich uit de naad, terwijl anderen hun tijd tot vijf uur uitzitten. Het management heeft gefaald in het neerzetten van een goede organisatie. Boekhouders maken nu de dienst uit.’
Blok heeft het zich zo aangetrokken dat hij vorig jaar in een depressie belandde en nu ook geen officieel afscheid wil. ‘Iedereen die me gedag wil zeggen, kan iedere donderdag langskomen op molen De Hoop in Garderen. Ik word molenaar’, zegt hij trots.

Re:ageer