Wetenschap - 21 januari 2010

Ontwikkelingshulp. Is economische groei belangrijker dan onderwijs?

tekst:
Joris Tielens

De ontwikkelingshulp moet professionaliseren, concludeert de Wetenschappelijke Raad voor het Regeringsbeleid in het rapport Minder pretentie, meer ambitie, ontwikkelingshulp die verschil maakt. We moeten ons meer richten op economische groei, minder op onderwijs en gezondheidszorg. Is dat een goed idee?

Scholieren in Burundi wieden een akker rond hun school. Ontwikkelingshulp moet zich meer richten op economische groei, waaronder landbouw
Prof. dr. Peter van Lieshout, lid van de WRR en hoofdauteur van het rapport:
'Het is tijd voor een sterkere oriëntatie op economische groei. Doel van ontwikkelingssamenwerking moet zijn om landen meer zelfredzaam te maken. Verdelingsvraagstukken zijn ook belangrijk, maar er moet wel iets te verdelen zijn. Het begint met economische groei. Meer aandacht voor productieve sectoren dus, waaronder de landbouw. We nemen geen afscheid van gezondheidszorg en onderwijs, maar wel als die niet bijdragen aan zelfredzaamheid.
'De ontwikkelingshulp moet zich bovendien tot tien landen beperken en professioneler worden. Er is te weinig deskundigheid op de ambassades, waar de hulp wordt gedomineerd door carrièrediplomaten. We stellen een nieuwe eigenstandige organisatie voor in die tien landen, NL-AID, vergelijkbaar met UK-AID en US-AID. Die club gaat overheidsgeld verdelen onder organisaties in ontwikkelingslanden.  Het  medefinancieringsstelsel, waarbij ngo's als Oxfam-Novib, ICCO of Cordaid geld krijgen van de overheid, heeft zijn langste tijd gehad. Die ngo's houden een rol, bijvoorbeeld in de samenwerking met lokale ngo's of in de lobby in Nederland, maar onderwijs en gezondheidszorg moeten overheden van landen bij voorkeur zelf doen. Ngo's houden hier alleen een rol als overheden dat niet kunnen, bijvoorbeeld in fragiele staten.
'Naast deze professionalisering van de klassieke hulp, moet de ontwikkelingssamenwerking zich ook breder richten op mondiale publieke goederen. Stabiliteit van landen, veiligheid, eerlijke handel en een fair fiscaal stelsel, migratie of klimaatverandering zijn stuk voor stuk mondiale kwesties die soms een groter effect hebben op de ontwikkeling van landen dan ontwikkelingshulp. De ontwikkelingshulp moet beter aansluiten bij andere inspanningen op deze gebieden.'
Drs. Bert Koenders, minister voor Ontwikkelingssamenwerking, in een eerste reactie in perscentrum Nieuwspoort: 
'Ik vind dit een constructief rapport dat de slogans voorbij is. Bij mijn aantreden heb ik op een modernisering van de hulp ingezet. De voorstellen van de WRR passen daarin. Klimaatverandering, voedselschaarste en gewapende conflicten maken ontwikkelingssamenwerking een zaak van iedereen.
'Ik wil fors nadenken over de organisatie van de hulp en bereid ben om radicaal te moderniseren. Over concrete aanbevelingen kan ik nog geen uitspraak doen. Die moeten  eerst door de regering als geheel worden besproken. Wel zie ik problemen bij een nieuwe organisatie als NL-AID, zoals meer kosten en bureaucratie. Het is een goed idee om ons meer te richten op economische ontwikkeling. Onderwijs en gezondheidszorg moeten zich niet beperken tot pleisters plakken, maar moeten bijdragen aan economische ontwikkeling.'
Dr. Peter Oosterveer, docent leerstoelgroep Milieubeleid en voorheen werkzaam bij Oxfam Novib:
'Ik vind het een steriel rapport omdat ontwikkelingslanden zelf, en de manier waarop zij beleid maken, nauwelijks aan de orde komen. Het blijft bij een Nederlandse discussie over hoe ons geld beter besteed kan worden. Het is bovendien een weinig inspirerend verhaal omdat het vlees noch vis is. Aan de ene kant staat in het rapport het advies om de klassieke hulp te beperken tot maar tien landen en om daarin minder aan armoedebestrijding, onderwijs en gezondheidszorg te doen en meer aan economische ontwikkeling. Aan de andere kant staat er juist de oproep om mondiale problemen beter aan te pakken. Dan vraag ik me af hoe je die twee combineert en of de ontwikkelingssamenwerking dan nog de capaciteit heeft om ook aan die bredere mondiale problemen te werken.'
Dr. Maja Slingerland, onderzoeker bij de leerstoelgroep Plantaardige Productiesystemen:
'Er lijkt een beweging gaande die wegvoert van het steunen van publieke diensten en het maatschappelijk middenveld. In plaats daarvan komen economische ontwikkeling en private investeringen. Dat is een wereldwijde trend, ook in Nederland. Maar minder onderwijs en gezondheidszorg is geen goed idee. Uit onderzoek blijkt trouwens dat een landen waar mensen gemiddeld hoger zijn opgeleid, ook een gemiddeld hogere economische groei hebben. Maar los van het effect op economische groei; welzijnsverbetering door onderwijs of gezondheidszorg kan ook een doel op zich zijn.
'We gaan van een sociale wereldvisie naar een liberale wereldvisie. Het is opmerkelijk dat juist nu de economie wereldwijd is ingestort, we blijven streven naar economische groei als hoogst haalbare. De crisis zou juist reden moeten zijn om te investeren in onderwijs of drinkwater, zaken die niet zo vergankelijk zijn als de aandelenkoersen van banken. Ik ben wel blij dat landbouw opnieuw de erkenning krijgt die die verdient. En ontwikkelingssamenwerking moet passen in een groter wereldbeeld, dat lijkt me ook goed. Alleen moet dat bredere wereldbeeld niet alleen een economische visie zijn. En als hulp bedoeld is om migratie tegen te houden, dan zou er wel aanzienlijk meer hulp dan nu gegeven moeten worden om dat te bereiken.'
Jack van Ham, directeur van medefinancieringsorganisatie ICCO:
'Dit rapport past in de vernieuwingsdiscussie over ontwikkelingssamenwerking. Het is een gedegen en doorwrocht werk met een sterke analyse. Maar oproepen tot een nieuwe organisatie als NL-AID is wat te kort door de bocht. Het is vreemd als de Nederlandse regering via NL-Aid rechtstreeks geld gaat geven aan maatschappelijke organisaties in Afrika. Dat lijkt me moeilijk te begrijpen voor Afrikaanse regeringen. Stel je voor dat de Amerikaanse regering ngo's in Nederland gaat financieren om de Nederlandse regering te bekritiseren, dat zou toch wat vreemd zijn. Dat soort werk kan beter gedaan worden door maatschappelijke organisaties.
'Maar ik lig niet wakker van de conclusie dat het stelsel van medefinancieringsorganisaties zijn langste tijd heeft gehad. 45 Jaar geleden was het doel capaciteitsversterking in het zuiden, in de ontwikkelingslanden. Nu is dat in veel gevallen niet meer nodig, en kunnen organisaties in het zuiden het zelf overnemen. Als dat niet het geval zou zijn, dan had je je kunnen afvragen of al die hulp wel geholpen heeft. ICCO loopt voorop in het overdragen van financiering en zeggenschap naar het zuiden.'

Re:ageer