Wetenschap - 12 januari 2012

Ontwikkelingshulp strandt op ambtelijk gekibbel

Botsende visies op armoedebestrijding blokkeert efficiënte hulpverlening. Ontluisterende case biedt in-kijkje in werkwijze ministerie.

Het gekibbel tussen ambtenaren en politici uit de Britse comedyserie ‘Yes minister’ blijt soms realiteit.


Minister Agnes van Ardenne had een droom bij haar aantreden als minister van Buitenlandse Zaken in 2003. Ze geloofde dat samenwerking met het bedrijfsleven de ontwikkelingshulp een nieuwe impuls kon geven. Die visie was in strijd met het gedachtegoed van voorgangers als Jan Pronk, die meenden dat een winstdoelstelling niet samen gaat met ontwikkelingshulp, een opvatting die nog aardig wat aanhangers had op het ministerie. Van Gastel werkte op dat moment bij het ministerie en later bij de ambassade van het ontwikkelingsland waarin de, geanonimiseerde, praktijkcase zic
Het beschreven project verloopt als volgt. Van Ardenne wil een Nederlands farmaciebedrijf, aangeduid als Pharmaco, inzetten om de beschikbaarheid van anticonceptmiddelen in ontwikkelingslanden te verbeteren. Het idee was om de anticonceptiva van Pharmaco te promoten. Dat zou het bedrijf winst opleveren, maar ook de mogelijkheid bieden om anticonceptiva te verspreiden onder de allerarmsten. 
Yes, minister
Bij het project wordt ook een ontwikkelingsorganisatie betrokken, maar deze club heeft een eigen idee: niet alleen de anticonceptiva van Pharmaco moet gepromoot worden, maar ook goedkopere, generieke voorbehoedsmiddelen. Het ministerie is echter bang dat Pharmaco dan afhaakt en blijft bij de oorspronkelijke doelstelling: de campagne moet draaien om de producten van Pharmaco.
In haar onderzoek beschrijft Van Gastel vervolgens een boeiende uitwisseling van memo's en mailtjes tussen Den Haag en de Nederlandse ambassade in land Z. De ambassade vindt het project niet deugen, omdat vooral Pharmaco er beter van wordt. In Den Haag wordt die kritiek ervaren als ideologisch gedreven onwil.
Daarna wanen we ons in een aflevering van de tv-serie 'Yes minister'. De ambassadeur bezweert dat de ambassade niet tegen samenwerking met bedrijven is, maar vraagt om meer informatie. Een probaat middel om tijd te winnen, want die informatie komt niet.  Totdat de minister haar 'to do-lijstje' doorneemt en informeert naar de stand van het project. Dat leidt tijdelijk tot veel e-mailverkeer met de ontwikkelingsexperts, dat even plotseling weer uitdooft, totdat de minister opnieuw informeert. Dat gaat zo twee jaar door. Totdat Pharmaco afhaakt en het project definitief strandt.
Zelfzuchtige deskundigen
'Er is heel veel kritiek op ontwikkelingssamenwerking', zegt Van Gastel. 'Ontwikkelingswerkers worden daarbij vaak afgebeeld als zelfzuchtige deskundigen die bij het zwembad rondhangen in land X om de armen te helpen. Wat mijn proefschrift echter laat zien is de enorme gedrevenheid van ontwikkelingswerkers om de wereld te verbeteren en de dilemma's waar ze mee worstelen. Ontwikkelingshulp raakt aan onze eigen identiteit, aan onze dromen hoe wij de wereld graag zien. Bij discussie over projecten zou je eerst aan de deelnemers moeten vragen: wat zijn je dromen en waar komen ze vandaan? Het succes ervan wordt bepaald door de support van de deelnemers.'

Re:ageer