Wetenschap - 23 juni 2010

Ontwikkelingshulp maakt oorlogen korter

tekst:
Joris Tielens

Oorlog leidt tot meer economische initiatieven. Hulpgeld vermindert corruptie, zij het tijdelijk

Een militair bewaakt de uitdeling van agrarische hulpmiddelen aan vluchtelingen die na afloop van de burgeroorlog zijn teruggekeerd naar Burundi.
Ontwikkelingshulp zou militaire conflicten verergeren, stellen critici. Hulpgeld dat  in de zakken van corrupte politici verdwijnt, is voor rebellen een aantrekkelijk vooruitzicht. 'Maar er blijkt geen relatie tussen hulp en het ontstaan van burgeroorlogen. Meer hulp vergroot juist de kans dat er een einde komt aan langdurige oorlogen', zegt econome Eleonora Nillesen, die dinsdagmiddag 15 juni promoveerde. 'Tien procent meer hulp vermindert de  kans dat de oorlog het volgend jaar voortduurt met acht procentpunten. Toch is dat niet noodzakelijkerwijs goed nieuws', zegt Nillesen. Want de meest waarschijnlijke verklaring is dat de extra hulp aan landen leidt tot meer uitgaven aan het regeringsleger, waardoor die het conflict sneller kunnen beslechten. 

Cohesie 
Nillesen deed modelstudies op basis van macro-economische gegevens van dertig Afrikaanse landen en onderzocht causale verbanden tussen hulp, bestuur en burgeroorlogen. De kwaliteit van bestuur mat ze met een subjectieve index, de International Country and Risk Guide (ICRG) die opgesteld wordt op basis van oordelen van internationale experts. Naast macrostudies deed ze ook onderzoek op lokaal niveau. In Burundi keek ze naar de economische oorzaken en de gevolgen van de burgeroorlog, die in 2005 na dertien jaar werd beĆ«indigd.  
Nillesen onderzocht bijvoorbeeld waarom boeren zich aansluiten bij een rebellenleger. Droogte, waardoor ze niet genoeg verdienen in de landbouw, bleek voor boeren een belangrijker reden om rebel te worden dan wraak. Oorlog bleek,  nadat het conflict is beĆ«indigd, positieve gevolgen te hebben voor de lokale economie. In dorpen die het hardst getroffen werden door oorlog, bleken boeren na de oorlog vaker handelsgewassen voor de markt te gaan verbouwen. Nillesen: 'Door de oorlog is de sociale cohesie in die dorpen groter geworden. Dat leidt mogelijk tot meer economische initiatieven.'
Nillesen onderzocht ook het idee dat hulp corruptie in de hand werkt, wat critici van ontwikkelingshulp stellen, zoals de Zambiaanse econome Dambisa Moyo en de Nederlandse oud-politicus Arend Jan Boekestijn. Nilessen: 'Mijn onderzoek laat echter zien dat hulpgeld een positief effect heeft op de kwaliteit van bestuur. Met name corruptie neemt tijdelijk af door hulp. De impact is wel klein en na vijf jaar is er geen effect meer meetbaar. Aan de andere kant vind ik geen enkel empirisch bewijs voor het tegenovergestelde idee, namelijk dat corruptie erger wordt door hulp.' 

Omkoperij
Nillesen verklaart de positieve relatie tussen hulp en goed bestuur vooral uit de hogere salarissen die ambtenaren krijgen. 'Daardoor zijn ambtenaren minder geneigd om via andere kanalen zoals omkoperij aan geld te komen.' Een aanvullende verklaring is dat hulpbehoevende overheden weten dat goed bestuur een voorwaarde is om ook in de toekomst hulp te krijgen.
In een recent rapport over ontwikkelingshulp concludeerde de Wetenschappelijke Raad voor het Regeringsbeleid juist dat dit soort relaties eigenlijk te complex zijn, om ze te kunnen meten en om er iets over te zeggen. Kan Nillesen dat dan wel? 'Ik ben het met de WRR eens dat het ingewikkelde processen zijn. Ik wil ook niet te veel nadruk leggen op de precieze getallen, maar ik wil wel laten   zien hoe de causale verbanden liggen.'




 

Re:ageer