Wetenschap - 15 december 2011

Ontwikkelingshulp Angola schoot tekort

tekst:
Joris Tielens

Voedselhulp beschadigde ­lokale economie.
Geen onderlinge afstemming door organisaties.

Overdadige voedselhulp schadelijk voor lokale voedselmarkten in Angola.


Ontwikkelingsorganisaties hebben gefaald bij hun hulp aan Angola, concludeert socioloog Hilde van Dijkhorst in haar onderzoek waar ze deze maand op promoveert. Het Afrikaanse land werd 41 jaar lang geteisterd door oorlogsgeweld. Eerst de strijd tegen kolonisator Portugal, die overging in een burgeroorlog waarvan het einde pas kwam in 2002. Drie miljoen mensen werden daarbij van huis en haard verdreven. Bij de wederopbouw van het land richtten de machthebbers zich vooral op steden en wegen, precies wat kolonisator Portugal ook altijd had gedaan. Het platteland werd genegeerd en was overgeleverd aan ontwikkelingsorganisaties.
Maar die faalden, aldus Van Dijkhorst. Volgens haar beperkten ontwikkelingsorganisaties zich tot 'dertien-in-een-dozijn'-interventies  die ontwikkeling uiteindelijk eerder tegenhielden dan stimuleerden. De hulporganisaties brachten bijvoorbeeld zaaizaad van mais en bonen, het basisvoedsel in Angola, naar dorpen die dat nodig hadden, samen met landbouwgereedschap. Daarmee konden ze zelf voorzien in hun voedsel, en dat gebeurde ook. Maar omdat alle organisaties hetzelfde deden, vertelt Van Dijkhorst, werden er op de langere termijn veel te veel mais en bonen geproduceerd en leverde het op de lokale markt niets meer op. Andere bedrijvigheid ontstond er niet.
Meer diversiteit
Dijkhorst vindt echter niet dat de hulp totaal mislukt is. 'De noodhulp heeft mensen in leven gehouden', zegt ze. 'Mensen werden zelfvoorzienend. Maar de overgang van noodhulp naar ontwikkeling is niet gemaakt.' Voor echte ontwikkeling had er meer diversiteit moeten ontstaan in beroepen en bedrijven. Hulporganisaties hadden van tevoren de behoeften moeten onderzoeken en hadden hun werk onderling moeten afstemmen. Dat dat niet gebeurde, kwam volgens Van Dijkhorst onder andere door de mentaliteit van de noodhulp waar organisaties ook na de oorlog in bleven hangen, waardoor er te snel en ondoordacht gewerkt werd.
Haar aanbevelingen zullen geen effect meer hebben in Angola, want ontwikkelingsorganisaties komen er sinds 2007 niet meer. Het land is zo rijk geworden van de olie, dat Angola nu zelfs Portugal steunt in de eurocrisis. 'Maar het verschil tussen rijk en arm in Angola is extreem', zegt Van Dijkhorst. 'Er rijden hummers door de sloppenwijk, terwijl 70 procent onder de armoedegrens leeft.'
 

Re:ageer