Student - 13 september 2007

Ontwikkelingsgeest

1286_nieuws.jpg
Voor een student Internationale ontwikkelingsstudies - ook wel IO’er - is het heel normaal, bijna een must, om een lievelingsontwikkelingsland te hebben. En met die lievelingslanden gaan IO’ers net zo om als met een rockband of voetbalclub. We slurpen er informatie over, kijken naar intellectueel verantwoorde documentaires op de publieke zender en lezen elk tijdschrift waar het land in voorkomt. Als de regering van het desbetreffende land iets goeds doet, juichen we. Als de regering weer iets heel erg corrupts doet, zijn we boos en balen we voor de bevolking. Bovenal zijn we trots op de prachtige cultuur van ons lievelingsland. Daar kunnen wij, westerlingen, nog een puntje aan zuigen. Het lievelingsontwikkelingsland vormt een groot deel van onze identiteit.
De keuze voor het lievelingsontwikkelingsland is individueel. Dat neemt niet weg dat er wel een paar vereisten zijn om je als echte liefhebber van jouw land te kunnen profileren. 1. Je bent er geweest. 2. Je spreekt de taal 3. Je kunt een paar namen van nare politici opnoemen, het liefst in chronologische volgorde.
Ik, als IO-meisje, heb het wel voor elkaar met mijn lievelingsontwikkelingsland. Dat is Mexico. Ik ben er geweest, ik kan hallo, doei en tequila in het Spaans zeggen, en ik was er net tijdens een politieke crisis. Genoeg om me staande te houden op een IO-barbecue.
Soms dreigt mijn positie in de sociale rangorde van de IO’ers te wankelen, als mensen op die gezellige barbecues uitkramen dat Mexico geen echt ontwikkelingsland is. Dan stamel ik gewoon wat over slechte watervoorziening en armoede. Monden gesnoerd en hup, volgende wijntje erin.
Ik denk dat ik dit nog wel een jaartje of twee kan volhouden. Dan zal ik waarschijnlijk naar een nieuw ontwikkelingsland moeten en daar ook echt iets goeds moeten gaan doen. Of ik ga gewoon nooit meer naar die barbecues.

Re:ageer