Wetenschap - 1 januari 1970

Ontwerpen voor stationsgebied Utrecht

Wageningse studenten hebben het afgelopen half jaar ontwerpen gemaakt voor een waterrijk stationsgebied van Utrecht. Een leerzame sprong in het diepe, volgens docenten, want de studenten kregen pittige kritiek van alle belanghebbenden in het gebied. Het is een experiment om te herhalen dus, al past het moeilijk in het onderwijssysteem.

Studenten van Wageningen Universiteit, Larenstein, Hogeschool Utrecht en TU Delft werkten in groepjes samen om al ontwerpend te onderzoeken wat er in het stationsgebied van Utrecht mogelijk is met water. Over het algemeen wordt water in de stad beschouwd als een restproduct dat zo snel mogelijk afgevoerd moet worden. Het idee achter de ontwerpopdracht was om te onderzoeken hoe water in het extreem volgebouwde gebied juist een toegevoegde waarde kan zijn, en wat water kan bijdragen aan het leefklimaat, de veiligheid en de ruimtelijke kwaliteit. Onder de noemer Perron H2O staan nu in het Infocentrum van het project Stationsgebied Utrecht de maquettes tentoongesteld van de vier ontwerpen die de verschillende groepen studenten hebben gemaakt.
Studenten van verschillende opleidingen en verschillende disciplines werkten samen aan een ontwerp. Via lezingen van onderzoekers van Alterra en TU Delft, en van medewerkers van projectontwikkelaar Dura Vermeer, gemeente Utrecht, Hoogheemraadschap De Stichtse Rijnlanden, waterbedrijf Hydron en architectuurcentrum Makeblijde kregen de studenten voorbeelden uit binnen- en buitenland voorgeschoteld. Diezelfde mensen zorgden samen met de docenten voor de begeleiding.

In het diepe
De studenten werden in het experiment als het ware in het diepe gegooid, want de ontwerpen waren geen academisch onderonsje. De studenten moesten hun ontwerpen direct aan het projectteam van het stationsgebied presenteren, en bij de beoordeling van de ontwerpen werd vaak heel sterk gekeken naar de toepasbaarheid van de ideeën. 'Er werd heel spits gecommentarieerd', vertelt docent Landschapsarchitectuur Paul Roncken van Wageningen Universiteit. 'Het ging er iets harder aan toe dan bij een normale workshop. Je wordt als student gehard door de praktijk.'
Volgens drs. Vincent Kuypers van Alterra, één van de begeleiders van Perron H2O, was juist de onbevangen en vrije houding van de studenten in veel gevallen een eye opener voor de mensen die direct betrokken waren bij het stationsgebied. Wat ook opviel was het gemak waarmee de studenten hun ontwerpen wisten te presenteren, vaak met gebruik van computeranimaties en -presentaties. Ook de integrale aanpak, waarbij studenten Landschapsarchitectuur en Architectuur samenwerkten met studenten Infrastructuurplanning, Civiele Techniek en Watermanagement, en waarbij de ontwerpteams het stationsgebied als geheel benaderde, werd door de mensen uit de praktijk positief ontvangen.
Zowel Roncken als docent Water- en milieubeheer drs. Jaap Spoelstra van Larenstein zien wel wat in een herhaling van het experiment. Beiden zien vooral de samenwerking tussen ontwerpers en technici als een zeer leerzame ervaring. Daarnaast hardt de hogedrukpan die het project is voor de studenten, hen voor de praktijk. Bovendien is de samenwerking met andere studenten en het directe contact met mensen uit de praktijk zeer handig voor het netwerk.
Roncken vergelijkt de samenwerking Perron H2O met de manier waarop in grote ontwerpbureaus als OMA en West 8 wordt gewerkt. 'Daar hebben ze een pool van jonge enthousiaste architecten en landschapsarchitecten die in een soort competitie aan dezelfde opdracht werken. Het hele spectrum moet verkend worden, en de kritiek is niet mals. Uiteindelijk wordt er uit de diverse ontwerpen eentje uitgekozen.'

Studiepunten
Volgens Roncken passen dergelijke experimenten echter moeilijk in het onderwijssysteem. Studenten moeten veel uren in de ontwerpsessies en de samenwerking steken, en die kunnen ze vaak niet als onderwijsuren gehonoreerd krijgen. 'Ze krijgen nu een beperkt aantal punten voor het vak Studium Generale.' Volgens Roncken zullen studenten die dergelijke ontwerpexperimenten willen meemaken het naast hun studie moeten doen. 'Wij hebben alle ruimte nodig om studenten puur als landschapsarchitect op te leiden.' Spoelstra ziet minder moeilijkheden. 'De studenten van Larenstein hebben Perron H2O gedaan in hun afstudeerperiode', vertelt hij.
Kuypers hoopt het experiment Perron H2O in de toekomst te kunnen herhalen, maar dat zal de nodige moeite kosten. 'Er zijn een hoop mensen bij betrokken. De professionals vinden het hartstikke leuk, ze doen het bij wijze van spreken voor half geld, maar uiteindelijk kost het een hoop geld en vergt het de nodige organisatie. Het moet bij elkaar passen, wat de verschillende opleidingen er aan studievragen in kwijt kunnen en wat de opdrachtgevers ervan verwachten.'

Martin Woestenburg

Stroompjes en daktuinen

Vier groepen studenten ontwierpen vier plannen voor het stationsgebied van Utrecht:

Watertoren 2.0 Het stationsgebied is in dit ontwerp vergeleken met een berglandschap. Regenwater wordt in de hoogbouw van het plan zo hoog mogelijk opgevangen om zo een heel systeem van stroompjes en meertjes te voeden dat het water gedurende langere tijd vasthoudt.

Gestroomlijnd In dit ontwerp is het stationsgebied het meest in de stad Utrecht geplaatst. Het station krijgt ruimtelijke verbindingen met andere stadsdelen, waarlangs diverse vormen van waterberging mogelijk zijn. De Catharijnesingel wordt weer een echte gracht, met daarlangs een weg waaronder seizoenswaterberging mogelijk is.

Controverse traverse Het belangrijkste element in dit ontwerp is een groene traverse over de spoorlijnen, die een groen en lichtdoorlatend dak vormt voor de bedrijvigheid eronder. De traverse vangt water op, zuivert het, en houdt het vast.

De blauwe levensader In dit ontwerp is er onderscheid tussen een 'fast lane', de stationshal, en de 'slow lane', een daktuin. Watervallen lopen van de daktuin de stationshal in, en zorgen daar voor verkoeling en beleving.

Re:ageer