Organisatie - 24 april 2008

Ontmoet de waarheid, maar niet de hele

Wageningse wetenschappers ondersteunen in grote lijnen de film van de Partij voor de Dieren over de effecten van de mondiale dierhouderij voor de broeikasgasproductie. Maar er zijn wel nuances aan te brengen in de feiten die in Meat the Truth worden gepresenteerd. En op sommige punten slaat de film de plank echt mis.

In het rapport Klimaat en Veehouderij zeggen dr. Léon Šebek en ir. Paul Vriesekoop van de Animal Sciences Group en dr. Peter Kuikman van Alterra om te beginnen dat de Partij voor de Dieren een goed punt te pakken heeft. Peter Kuikman: ‘Het is ze met de film gelukt de publieke focus te krijgen op de broeikasgaseffecten van de dierhouderij. Dat was ons als wetenschappers nog niet gelukt. We hebben het wel eerder verteld, maar mensen haalden de schouders op.’
Dat de veehouderij, zoals de film meldt, mondiaal gezien verantwoordelijk is voor achttien procent van de broeikasgasuitstoot was een bekend gegeven, zeggen de wetenschappers. Wageningen UR werkt ook al jaren aan concrete mogelijkheden om die emissie uit de veeteelt te verminderen. Maar je kunt die achttien procent niet geheel toeschrijven aan vleesproductie. Een deel komt van trekdieren, melkkoeien en legkippen.
Volledig afzien van vlees eten, zoals de PvdD voorstelt, is ook niet in alle opzichten beter voor het milieu. ‘Je hebt in een efficiënt systeem ook dieren nodig, al was het alleen al omdat zij spullen eten die de mens niet eet’, zegt Kuikman.
Waar de film de plank echt misslaat is bij de stelling dat zestien keer meer oppervlakte nodig is voor de productie van vleeseiwitten dan voor de productie van evenveel planteneiwitten. De makers van de film houden geen rekening met het feit dat koeien voor de mens onverteerbare grassen omzetten in verteerbaar eiwit. De onderzoekers komen bijvoorbeeld tot de conclusie dat voor de productie van één kilo melkeiwit in Nederland niet meer dan tien gram voor de mens verteerbaar eiwit wordt gebruikt. Voor de productie van vlees en eieren zijn deze cijfers wel minder gunstig.
Het is, zeggen de onderzoekers, gevaarlijk om te veel waarde te hechten aan absolute getallen. Vaak zijn de onzekerheden zo groot, dat er een factor twee of drie tussen de boven- en ondergrens kan zitten. In de film worden vaak de extremen als leidraad gehanteerd.
Wat uit de analyse van de Wageningse onderzoekers pregnant naar voren komt is dat de systematiek voor de berekening van de uitstoot van broeikasgassen per hectare eigenlijk niet aansluit bij wat er door verhandelen van grondstoffen en voedsel gebeurt en wat de uitstoot van een specifiek product is. De uitstoot van broeikasgassen door veehouderij in Nederland komt eigenlijk op het conto van miljoenen consumenten in het Ruhrgebied, Parijs en Londen die de Nederlandse producten eten./ Jan Braakman

Het rapport Klimaat en Veehouderij is te downloaden op www.wur.nl

Benieuwd naar de reactie van de Partij voor de Dieren op dit rapport? Reactie Partij voor de Dieren

Re:ageer