Organisatie - 30 augustus 2007

Ontgroend door gekke meisjes uit Zetten

Ontgroenen is er bij de Wageningse studentenverenigingen niet meer bij. Zelfs bij KSV St. Franciscus - de enige die de traditie formeel nooit heeft afgeschaft – wordt omzichtig gesproken van Verenigings Introductie Tijd (VIT). Toch scheerde eind jaren zestig ook SSR-W de ‘klooien’ nog kaal. Aspirant-leden werden zelfs jarenlang afgevoerd naar de ‘psychiatrische inrichting’ in Zetten.

Geloof en gezelligheid zijn sleutelwoorden bij de oprichting van de reformatorische studentenunie SSR. De Wageningse afdeling hiervan ziet op 6 november 1931 definitief het licht. De leden van de nieuwe vereniging voeren in de eerste jaren heftige discussies over de gereformeerde grondslag, én ze onderwerpen nieuwkomers aan een zware ontgroening. Ook na de Tweede Wereldoorlog blijft SSR-W, met een ‘bargroep’ en een ‘bijbelgroep’, deze twee tradities trouw.
In de laatste lustrumalmanak van de vereniging wordt opgehaald hoe het er veertig jaar geleden aan toeging tijdens de novitiaatstijd. Alle mannelijke ‘klooien’ werden kaalgeschoren. Eerstejaars met lange haren werden eerst voor straf naar de kapper gestuurd en daarna alsnog geschoren. In 1967 werd een variatie bedacht en bleef één plukje haar op het hoofd gespaard. De klooien werden op alfabetische volgorde met die plukjes haar aan een lang lint vastgeknoopt. Dit zorgde voor een enorme chaos toen zo’n honderd klooien moesten gaan zitten voor de officiële opening van het novitiaat. Tegen het eind van de novitiaatstijd, die toen achttien dagen duurde, werden alle haren in de tuin verbrand. Dit zorgde voor een ontzettende stank, misschien mede doordat de mannelijke klooien het vuur moesten uitpissen.
Volgens de almanak waren er ook ‘leuke onderdelen’ van de ontgroening. Zo werd de klooien verteld dat ze een bezoek zouden brengen aan een psychiatrische inrichting in Zetten, aan de overkant van de Rijn. In werkelijkheid werd een bezoek gebracht aan de landbouwhuishoudschool in dezelfde plaats, een internaat waar meisjes uit het hele land een zogenaamde nijverheidsakte konden behalen. De meisjes speelden het spelletje mee en een leerkracht was zelfs bereid zich voor te doen als de directeur van de ‘psychiatrische instelling’.
De klooien kwamen in zalen waar meisjes zaten met stoornissen en fobieën. Zo was er bijvoorbeeld een vertrek waar meisjes zaten met een fobie voor licht, dus daar was het helemaal donker. Er was een vertrek met meisjes die een fobie hadden voor geluid, dus daar moest je doodstil zijn. In het vertrek met meisjes die een fobie hadden voor jongens, brak een complete hysterie uit. ‘Behoorlijk angstaanjagend voor die mannen natuurlijk. Als klap op de vuurpijl genas er terplekke een meisje van haar fobie en vloog één van de klooien om zijn nek’, zo verhaalt de almanak.
Slechts een enkele eerstejaars zou in de gaten hebben gehad dat ze voor de gek werden gehouden. Pas tijdens het afsluitende praatje maakte de ‘directeur’ de grap bekend, kwamen alle meisjes giechelend binnen en barstte een groot feest los.
In de jaren zestig schrapt SSR-W geleidelijk aan steeds meer regels en mores. De kledingsvoorschriften verdwijnen en ook zonder stropdas mag men voortaan de sociëteit bezoeken. In 1969 worden voor de laatste keer eerstejaars kaalgeschoren. Het bezoek aan de inrichting in Zetten gaat echter door tot ver in de jaren zeventig, tot de plaatselijke nijverheidschool wordt opgeheven.

Re:ageer