Organisatie - 21 januari 2014

Onrust rondom verhuizing herbarium

tekst:
Rob Ramaker
2

De verhuizing van de Wageningse herbariumcollectie naar Leiden is flink vertraagd. Half december bleek dat slechts de helft van de gedroogde planten in het beoogde pand in Leiden past. Medewerkers vrezen ondertussen dat de toegankelijkheid en veiligheid van de collectie in gevaar komt.

De Wageningse plantencollectie is afgelopen jaren gedigitaliseerd, foto: Guy Ackermans

De geplande verhuizing van het Wageningse herbarium is een gevolg van de fusie tussen Utrechtse, Leidse en Wageningse plantencollecties uit Leiden in 1999. Op 1 januari moest de gehele collectie fysiek naar Leiden zijn verhuisd, maar half december kwam er een kink in de kabel. De Leidse collectie bleek meer ruimte in te nemen dan verwacht, zodat in het pand geen plaats was voor alle 850.000 Wageningse planten. Naturalis vond inmiddels een alternatief pand in Zoeterwoude. Dit wordt nu gereed gemaakt en moet vanaf 1 februari de Wageningse collectie herbergen.

Wageningen UR is echter niet gelukkig met de gang van zaken. Rector magnificus Kropff uitte deze onvrede onlangs in een brief aan Naturalis. ‘Die onvrede leeft niet allen bij ons,’ zegt Derk Rademaker, directiesecretaris bij de Plant Sciences Group. ‘Ook binnen Naturalis, bij andere partneruniversiteiten en in het Nationaal Herbarium Nederland.’ En ook op de werkvloer bestaan frustraties over de chaos en vele gemiste deadlines. Beheerder Folkert Aleva maakt zich bovendien grote zorgen over de collectie. Hij vraagt zich af of de planten in de alternatieve locatie wel optimaal en toegankelijk worden opgeslagen.

Waardeloos

Josefine van Leen, hoofd collectie botanie bij Naturalis, begrijpt de ergernis: ‘De planning van de verhuizing is waardeloos. Bovendien is daar niet altijd goed over gecommuniceerd.’ Toch zijn de zorgen over toegankelijkheid volgens haar niet terecht: ‘Natuurlijk wil ik als hoofd collectie dat er een fatsoenlijke ontsluiting komt voor gastwetenschappers en onderzoekers,’ zegt Van Leen. In Wageningen betekende dit dat onderzoekers zelf planten ophaalden, een situatie die veel medewerkers willen behouden. In Leiden fungeert het collectiebeheer echter als poortwachter. Onderzoekers ‘bestellen’ planten, die de beheerders ophalen. Deze maatregel hangt samen met nieuwe Arbo-richtlijnen; werknemers moeten beschermd worden tegen de giftige kwikresiduen in ouderwets geconserveerde planten.

Overigens zijn de huisvestingsproblemen als het goed is van tijdelijke aard. Uiteindelijk moet de collectie worden opgeslagen in een nieuw onderkomen bij museum Naturalis dat in 2017 wordt opgeleverd. Voorlopig staat het hele Wageningse deel echter nog op zijn oude plek in het verder lege herbariumgebouw aan de Generaal Foulkesweg.

Re:acties 2

  • Karst Meijer Herbarium Frisicum

    Als conservator van het "kleine" Herbarium Frisicum [www.herbariumfrisicum.nl] weet ik hoe belangrijk het is om heel zorgvuldig met gedroogde plantencollecties om te gaan. Schokkend is het dan ook om te lezen dat men in Leiden totaal de weg is kwijt geraakt en ons botanisch erfgoed gewoon laat weg "rotten" in obscure depots.Laat dit niet gebeuren en laten we gezamenlijk weer de draad op pakken en laten we deze trein ommiddelijk stoppen dit in het belang van de plantensystematiek en taxonomie. We hebben nu eerst wel genoeg Dinosaurussen en Walvissen.

    Reageer
  • Maja

    Dit is een brief die personeelsleden van het Herbarium verstuurd hebben aan de direkteur van Naturalis maar waar nooit een reaktie op gekomen is:

    bij de oprichting van een instituut als NCB onder toekenning van een subsidie van FES van € 30 miljoen, mag men ervan uitgaan dat het beheer en behoud van de collectie goed geregeld worden.
    Ons bleek bij een rondleiding door het beoogde herbarium gebouw echter dat er aan de gewenste omstandigheden veel schort. Hieronder een aantal punten die tijdens de rondleiding direct opvielen. Daarnaast enkele vragen met betrekking tot het behoud van de collectie. Het lijkt er op dat Naturalis haar beheers verantwoordelijkheid ernstig onderschat en dat het ontbreekt aan capaciteit en middelen om de zorg voor de collectie te waarborgen.
    Toegankelijkheid
    In Wageningen was de collectie voor onderzoekers goed en vrij toegankelijk. Voor een onderzoeker is het belangrijk om snel een aantal herbariumvellen te kunnen vergelijken. In de nieuwe situatie is het materiaal niet vrij toegankelijk doch alleen opvraagbaar en wordt het gevraagde materiaal door een derde uit de collectie gehaald. Dit werkt buitengewoon belemmerend voor het onderzoek en vermindert de gebruikswaarde van de collectie. Bovendien is de collectie in Wageningen ’s avonds en in het weekend te bestuderen iets wat voor onze (buitenlandse) gasten erg belangrijk is. Het beoogde herbarium is in het weekend en ’s avonds gesloten.
    Tafels
    In Wageningen zijn tafels beschikbaar om herbariumvellen uit te leggen en te kunnen vergelijken. In het beoogde herbarium zijn deze tafels niet aanwezig. Dit maakt het onderzoek ongemakkelijk. Uitleggen van herbariummateriaal is bijvoorbeeld belangrijk om variatie binnen de soort te kunnen vaststellen. Ook hier is het belangrijk dat dat in de collectie gebeurt en dat men vrij toegang heeft tot het collectiemateriaal.
    Ontsmetten van de collectie
    In Wageningen was een compleet geïntegreerd ontsmettingsplan aanwezig met het doel de kans op vraat in de collectie zo klein mogelijk te houden. Ontsmetten van de collectie gebeurde continu door gebruik van vriescellen in iedere herbariumzaal. Er was een omloopsysteem aanwezig waardoor de gehele collectie regelmatig werd diepgevroren. Dat het geen overbodige luxe is om een goed ontsmettingsplan te hebben bewijst het herbarium van Brussel. Daar heeft zich in de afgelopen jaren een insectenplaag voorgedaan, waardoor vele herbariumvellen zijn aangetast. Pogingen om de insecten te verdelgen door het hele gebouw tot 60*C te verwarmen en gif te gebruiken hebben tot nu toe weinig uitgehaald. Daarbij kan men zich afvragen in hoeverre het wenselijk is de collectie aan deze manieren van ‘bestrijden’ bloot te stellen.
    Schil
    Tussen de collectie en de buitenlucht bevindt zich één roldeur. Op het moment dat deze open staat hebben insecten en ander ongedierte direct toegang tot de gehele collectie.
    Klimaatsysteem
    In Wageningen was een klimaatsysteem aanwezig, in de nieuwe situatie is geen koeling aanwezig en de verwarming is slecht. Het is belangrijk om herbariumvellen op een zo constant mogelijke temperatuur te bewaren. Het herbarium in Wageningen beschikte over een klimaatsysteem waarmee dit geregeld kon worden. Op de Nieuwenhuizenweg ontbreekt elk systeem dat enigszins een verhouding tussen temperatuur en luchtvochtigheid in stand zou kunnen houden. Er zijn enkel heaters aanwezig die veel temperatuurverschillen en dus variatie in luchtvochtigheid creëren.
    Ventilatie
    In Wageningen is een gesloten ventilatiesysteem met overdruk aangebracht, wederom om insecten en stof zoveel mogelijk buiten het herbarium te houden. In Leiden ontbreekt het aan een dergelijk ventilatiesysteem, wat de kans op stof, insecten en schimmels vergroot en tevens gezondheidsrisico’s voor de medewerkers met zich meebrengt.
    Samenvoegen van collecties
    De Leidse herbariumcollecties zijn veel ernstiger met kwik besmet dan de Wageningse collecties. Doordat deze echter in dezelfde ruimte opgeslagen worden zijn de restricties die in wezen alleen voor de Leidse collectie nodig zijn, nu ook van toepassing op de Wageningse collectie. Dit is niet nodig, en maakt het voor onderzoekers wederom lastiger om de collectie daadwerkelijk te gebruiken. Daarbij komt nog een ander punt: De collecties blijven (voorlopig) fysiek gescheiden maar nieuw materiaal uit Afrika komt in de collectie van Naturalis en niet de Wageningse Afrika collectie. Zo moet men dus in twee collecties gaan zoeken in plaats van één, omdat vergelijkingsmateriaal zich op twee plekken bevindt. Niet handig.
    Calamiteiten
    Er is geconstateerd dat dozen met objecten op de grond staan. Er is géén waterafvoer omdat dit gebouw nooit als depot voor herbarium opslag bedoeld was. Dat houdt in dat de onderste dozen op dit moment blootgesteld worden aan het risico van overstromen en lekkages.
    Is er een brandalarm? Wat gebeurt er op het moment van brand? Er zijn geen sprinklers, alleen een haspel met brandslang. Ook is de collectie als één geheel ondergebracht in een ruimte die niet in compartimenten opgedeeld is. Bij brand is de kans op verlies van een groot deel van de collectie aanzienlijk.
    Ruimte(gebrek)
    Omdat niet geheel zeker is of alles in deze ruimte aan de Nieuwenhuizenweg past, is besloten om dozen op elkaar te zetten en dan ook nog eens dusdanig hoog dat het hanteren van dozen, het oppakken, een risico vormt. Niet alleen voor objecten die bij een evenwichtsverstoring makkelijk naar beneden kunnen vallen, maar ook voor degene die de dozen tevoorschijn haalt.
    Bovendien is er een beperking aan het aantal dozen dat op elkaar staat in verband met de druk op de dozen.

    Al met al zijn er vele vragen gerezen naar aanleiding van de rondleiding. Bij eerdere bedenkingen werd er door de verantwoordelijke steeds gesteld dat de trein nu eenmaal in gang gezet is.
    Maar toch mag worden gehoopt dat de trein nog te stoppen valt voordat deze ontspoort.

    Reageer

Re:ageer