Organisatie - 17 januari 2008

Onrust op hogeschool gesust

Het plotselinge vertrek van collegevoorzitter Erica Schaper, net voor de kerst, veroorzaakte verwarring onder de medewerkers van hogeschool Van Hall Larenstein (VHL). Martin Kropff startte afgelopen week een charmeoffensief in de vorm van een ronde langs de drie locaties om te horen wat er speelt en de plannen van de raad van bestuur toe te lichten. Met succes. De verwachte onrust bleven uit.

Informatiebijeenkomsten op Van Hall Larenstein in Wageningen en Leeuwarden.
Informatiebijeenkomsten op Van Hall Larenstein in Wageningen en Leeuwarden.

Foto: Guy Ackermans en Het Hoge Noorden

Martin Kropff, portefeuillehouder onderwijs en onderzoek van de raad van bestuur van Wageningen UR, reisde afgelopen week langs drie locaties van Van Hall Larenstein. De ontmoetingen met medewerkers en studenten moesten de gemoederen tot bedaren brengen nadat Erica Schaper boos was opgestapt vanwege een inmiddels ingetrokken brief. Daarin uit de raad van bestuur volgens haar kritiek op de situatie van VHL, waarin zij zich niet kan vinden. De raad zegt in de brief onder andere dat de opvolger van Schaper moet gaan werken aan het verhogen van de studentenaantallen en het verbeteren van de positie van de hogeschool in de Keuzegids Hoger Onderwijs.
Tijdens de bijeenkomsten doet Kropff optimistisch de toekomstvisie van de raad van bestuur uit de doeken. Daarin vormt ‘de dubbele ruggengraat’ van professioneel en universitair onderwijs de kracht van de samengebundelde instellingen. Een kracht die zowel uit Nederland als uit Europa grote aantallen studenten zal opleveren, aldus de rector magnificus. En dat ontgaat de buitenwereld volgens hem niet. ‘Zo wil LNV graag een hbo-vestiging in het westen van het land om allochtone studenten bij het groene onderwijs te betrekken en heeft ook Venlo zich als kandidaat gemeld voor samenwerking met VHL.’
Om dit alles te laten slagen is het wel zaak dat de VHL-directie de versterking van de positie van de hogeschool voortvarend ter hand neemt, meent de bestuurder. Daarvoor is het volgens de raad van bestuur nodig dat de directiestructuur wordt aangepast. In het voorgestelde model treedt een algemeen directeur op als boegbeeld van de hogeschool en draagt de eindverantwoording. De standplaats van deze directeur is niet van belang, vindt de raad. Hij of zij moet zichtbaar zijn op alle locaties. Kropff: ‘Van Hall Larenstein is één merk, en de directie moet daarvoor staan.’ Het is de bedoeling om zo snel mogelijk iemand aan te trekken die de leemte die Erica Schaper achter heeft gelaten, opvult.
‘De wijziging in de directiestructuur is alleen een verheldering van de situatie zoals hij al jaren in de praktijk is’, benadrukt Kropff. De raad van bestuur vormt al sinds de fusie in 2004 met Wageningen UR het college van bestuur, en is eindverantwoordelijk. Het college van bestuur van VHL mocht zich naar buiten toe onder die naam presenteren, maar was alleen een uitvoerend bestuur. Volgens Kropff is het dus een misvatting dat de invloed van de raad van bestuur van Wageningen UR in de hogeschool groter zal worden dan die nu is.

Bizarre kerstborrel
De bijeenkomsten van het personeel en studenten met Kropff verlopen rustig. In Leeuwarden krijgt het verhaal van de rector een welwillend oor van de verzamelde medewerkers en enkele studenten. Ook zijn oproep tot open discussie valt in goede aarde. Docenten geven aan dat zij in het recente verleden nauwelijks gehoord zijn en dat daardoor plannen voor onderwijsvernieuwing zijn blijven liggen. Toch blijkt naarmate de discussie op gang komt dat de fusie met Wageningen en Velp voor Leeuwarden nog geen gelopen race is. Cruciaal punt daarin blijkt de vestigingsplaats van opleidingen te zijn, en dan vooral van Diermanagement. De opleiding met de populaire internationale component Wildlife mag onder geen beding uit Leeuwarden verdwijnen, geeft de zaal te kennen. Ondanks de vergezichten van de raad van bestuur ontbreekt het in Leeuwarden aan een gevoel van noodzakelijkheid om de laatste stap richting instellingsfusie tussen Van Hall en Larenstein te zetten.
Op de locatie Velp gaat het er steviger aan toe. Een krantenartikel uit de Gelderlander van 8 januari, waarin de slechte plaats van de hogeschool in de Keuzegids Hoger Onderwijs genoemd wordt, heeft kwaad bloed gezet bij de medewerkers. De docenten zijn bang voor een self-fulfilling prophecy, waarbij de negatieve publiciteit zorgt voor minder aanmeldingen. ‘Bij de accreditatie van de opleidingen scoren we goed, op sommige punten zelfs uitmuntend’, zegt Ad Woudstra, docent bij Tuin- en landschapsinrichting. ‘De slechte cijfers uit de Keuzegids gelden vooral de Wageningse vestiging en stammen uit 2005, uit de tijd van de verhuizing daar. Als je het nu doet, is de uitslag een stuk beter.’
De felle reacties uit Velp op het krantenartikel hebben volgens docent communicatie Hermine de Wolf te maken met ‘een heel bizarre kerstborrel’ na het vertrek van Erica Schaper. ‘Haar mede-bestuurder Martin Jansen gaf toen aan dat hij in de vakantie wilde nadenken onder de kerstboom. Wij, de medewerkers, begrepen eigenlijk niet goed waar het allemaal om ging. Functioneerde het management niet goed of wij zelf niet? Er was angst voor een gecalculeerd effect, dat we zo zielig en door onze eigen problemen in beslag genomen zouden worden, en ondertussen geannexeerd werden. Wij wilden ons niet als een lam naar de slachtbank laten leiden.’

Verbindingen
Toch hoeven de medewerkers in Velp het minst bang te zijn voor de veranderingen die een definitieve fusie met zich meebrengt. De drie grote groene opleidingen zijn stabiel; de instroom van studenten groeide afgelopen jaar zelfs licht. Maar er zijn wel vragen over het nut van de instellingsfusie tussen de hogescholen. Woudstra: ‘We moeten niet doen alsof de fusie een uitgemaakte zaak is en alle problemen kunnen worden opgelost door een krachtdadige directeur die met de vuist op tafel slaat. Wat hebben we aan een grootschalige instelling zonder inhoudelijke verbinding? Laten we vanuit de inhoud kijken waar we samen kunnen werken, dan voelen we misschien de noodzaak tot fuseren.’
De fysieke nabijheid van de hoofdvestiging van Wageningen UR maakt dat bij de Wageningse hogeschoolvestiging het gebrek aan samenwerking met de universiteit gevoeld wordt. De studenten pleiten bovendien voor een betere onderwijskwaliteit en controle daarop, een onderwerp waar Martin Kropff graag op inhaakt. ‘Dit jaar is de kwaliteit van het onderwijs een speerpunt voor de raad van bestuur. Ook bij VHL moet er een goed evaluatiesysteem komen. Wij vinden de mening van studenten erg belangrijk.’
Martine van Tilburg, coördinator van de succesvolle opleiding Equine, Leisure and Sports, bestempelt de fusie met Wageningen UR als positief. ‘De naam van Wageningen UR helpt ons bij de werving van internationale studenten’, zegt ze tijdens de bijeenkomst met Kropff. Met behulp van het platform Equine Delta is de brug tussen Wageningen Universiteit en haar opleiding al drie jaar geleden geslagen. ‘Mensen moeten zelf verbindingen willen leggen. Op de inhoud vind je samenwerking, van daaruit ontstaat energie. Ik zie de toekomst wel zitten. Dit is een omslagpunt.’

Warme belangstelling
Het lijkt erop dat veel medewerkers die mening delen. Velen hadden lange tijd het idee dat de hogeschool een ondergeschoven kindje was bij Wageningen UR, en krijgen nu het gevoel serieus te worden genomen. En ook Kropff zelf blikt tevreden terug op de bijeenkomsten. De soms heftige gevoelens bij de hogeschool begrijpt hij wel. ‘Als je staat voor je zaak, ben je gevoelig voor kritiek. De mensen bij de hogeschool zijn onvoorstelbaar gecommitteerd, dus dat is een gezonde gevoeligheid.’
Kropff geeft aan dat de discussie over het eventueel terugdraaien van de fusie tussen Van Hall en Larenstein bij de medezeggenschap ligt. ‘Maar ik ga uit van een gezamenlijke toekomst voor Van Hall Larenstein. We hebben een gedeeld belang en moeten toe naar meer synergie en efficiëntie. We moeten opleidingen hebben met veel studenten. Als er voldoende belangstelling is, zijn dubbele opleidingen mogelijk. Anders moeten er keuzes worden gemaakt. Redeneer vanuit de kansen die er liggen voor de toekomst, in plaats van uit de verdediging van het verleden.’
Gun de hogeschool, de universiteit en onderzoeksinstituten de tijd om naar elkaar toe te groeien, betoogt Kropff verder. ‘Men heeft beelden van elkaar die niet kloppen. Vanuit samenwerking ontstaat er meer respect en waardering. We moeten in de positieve spiraal van een groeisituatie komen. We zijn er nog lang niet, maar de eerste stappen zijn wel gezet. De komende tijd is het belangrijk om samen meer concrete voorbeelden van die samenwerking vorm te geven.’
Binnenkort zullen meer gesprekken volgen van Kropff met het Managementplatform, de medezeggenschap en studenten en medewerkers van de hogeschool. In de tussentijd doet de warme belangstelling van Kropff, waarin de medewerkers en studenten van de hogeschool zich mogen verheugen, alvast zijn werk. De open opstelling van de rector magnificus lijkt, anders dan de ietwat krampachtige houding die de medewerkers kenden van Erica Schaper, vertrouwen te wekken.

Re:ageer