Organisatie - 1 januari 1970

Onrust onder medewerkers A&F

De medewerkers van A&F kregen op 18 januari te horen dat het instituut als zelfstandige eenheid zal verdwijnen. Ondanks de toezegging dat er binnen enkele weken meer duidelijkheid zou worden verschaft, leven ze nu - ruim een maand later - nog in onzekerheid over hun toekomst. Begin deze week uitten ze hun onvrede in een gezamenlijke brief aan de raad van bestuur. Een impressie van de onrust tijdens de lunch in de kantine van A&F.

‘Als je gewoon goed je werk doet en de sfeer is goed, dan is het moeilijk te verkroppen dat je wordt opgeheven’, stelt een medewerker van de business unit Bio-based products, die net als zijn collega’s liever anoniem wil blijven. ‘Wij dragen bij aan een bio-based economy, dat is iets waar je als instituut nu je blik op moet richten. Het zou zonde zijn als dat door puur naar de cijfers te kijken, de nek wordt omgedraaid.’
Anderen delen dat gevoel. ‘Ik zit niet in de hoek waar de meeste klappen vallen’, vertelt een collega van de unit Agrisystems and environment. ‘Maar het is heel frustrerend dat er zo over onze toekomst besloten wordt. We doen goed werk, klanten zijn tevreden. Dit oordeel klopt niet met onze belevingswereld.’
Bij de business unit Food Quality is de klap heel hard aangekomen. Van de zeventig mensen gaat een deel naar een externe partij en een deel naar de universiteit. Daarnaast verdwijnen er vijftien tot twintig banen. ‘Het was een donderslag, maar niet bij heldere hemel. De eerste veertien dagen werd er tijdens de koffie veel over gesproken, maar inmiddels is het een beetje weggezakt. Alles is al eens gezegd, er is geen nieuws’, aldus een van de onderzoekers. Haar collega: ‘We zijn een commercieel bedrijf en het werk moet gewoon af. De huidige projecten waar we aan werken zijn afgedekt en niet in gevaar. Maar het is op deze manier wel lastig om vervolgprojecten binnen te halen. Voor partners is het wel een bedenking, een reden om voorlopig af te wachten.’
De medewerkers ergeren zich het meest aan het uitblijven van de beloofde informatie. ‘Het is gewoon irritant. Ze roepen wat en vervolgens doen ze niets. Ze hadden meteen met een plan moeten komen. Nu krijg je het gevoel dat er toch weer niets gaat gebeuren. Ook voor de managers van de business units kwam het besluit koud op hun dak vallen. Het vertrouwen in het hogere management is hier niet zo groot.’ Een collega vult aan: ‘Mijn verwachting van het hogere management is dat ze in grote lijnen kunnen uitstippelen wat er moet gebeuren. Dat je van medewerkers wil horen wat hun ideeën zijn, begrijp ik. Maar je kunt niet eerst vertellen dat je wordt opgeheven en die visie vervolgens door de medewerkers laten invullen. En nu ga ik weer aan het werk.’
De raad van bestuur liet woensdagmiddag weten dat er nog deze week een uitgewerkt plan komt. / JH

Re:ageer