Organisatie - 9 november 2006

Ongelooflijk

‘Haartje in je oog?’, vraagt Tijs Breukink, als hij de tranen ziet die over de wangen van de leider der leiders naar beneden biggelen.
Aalt Dijkhuizen schudt zijn hoofd. ‘Geenszins, belangstellende Tijs’, zegt hij. ‘Ik werd een kort moment overmand door emotie.’ Dijkhuizen gebaart naar het schilderijtje aan de muur. ‘In verband hiermee.’
‘Dat lijkt mij een ingelijst exemplaar van Economische en Statistische Berichten’, zegt Breukink. ‘Het mooiste tijdschrift dat onze natie kent.’
‘De allernieuwste editie, Tijs. En ik sta erin.’
‘Pleeg een telefoontje, en eis dat de hufter die het rotstuk heeft geschreven wordt ontslagen’, aviseert Breukink. ‘Je kent mensen zat.’
‘Volgens dit blad is mijn H-factor 21’, zegt Dijkhuizen met dichtgeknepen keel.
‘Ze zeggen maar wat’, troost Breukink. ‘Ze zien alleen maar de buitenkant van je. Niemand die jou goed kent zou jou een haatfactor toeschrijven.’
‘Een H-factor van 21 betekent dat ik 21 publicaties heb die 21 keer of vaker zijn geciteerd’, zegt Dijkhuizen. ‘Dat maakt me de belangrijkste econoom van Nederland. En daarom ben ik nu beter dan Wittink.’
‘Nog beter dan Wim Wittink?’, roept Breukink uit. ‘Ongelooflijk.’
‘Nog beter dan Dick Wittink’, corrigeert Dijkhuizen.
‘Nog beter dan Dick Wittink?’, roept Breukink uit. ‘Ongelooflijk. Hoe krijg je dat voor elkaar?’
‘Ik heb als hoogleraar mijn aio’s altijd veel liefde gegeven, Tijs. Ik heb ze gestimuleerd, maar op tijd ook afgeremd als dat beter voor ze was. Ik heb ze vrijheid gegeven om zich te ontwikkelen, ook als dat ten koste van mijzelf ging. Daardoor ben ik uitgegroeid tot een vaderfiguur waar economen graag naar refereren.’
Breukink neemt Dijkhuizen een moment schattend op. ‘Meen je dat nou?’, vraagt hij.
‘Eigenlijk niet’, zegt Dijkhuizen. ‘Ik klets maar wat.’
‘Ik ook’, zegt Breukink.

Willem Koert

Re:ageer