Wetenschap - 25 juli 2002

Onenigheid over stikstofbenutting Minderhoudhoeve

Onenigheid over stikstofbenutting Minderhoudhoeve

Het lijkt een vreselijk technische discussie tussen wetenschappers. Dat is het voor de leek ook, maar de uitkomst heeft wel verstrekkende gevolgen voor de bedrijfsvoering van boeren. Inzet is het gebruik van strorijke mest en de effecten op de stikstofkringloop op een bedrijf.

Het artikel over de Minderhoudhoeve, het proefbedrijf van de universiteit in de Flevopolder, in het vorige Wb zette de discussie op scherp, maar deze woedde al langer onderhuids. Strorijke mest verhoogt de stikstofbenutting op een bedrijf, meldt dr Jaap van Bruchem, van het departement Dierwetenschappen. De wetenschapper baseert zich daarbij op resultaten van de Minderhoudhoeve en boeren. De benutting van het nutri?nt is in vergelijking met de gemiddelde Nederlandse praktijk van 1989 gestegen van 24 procent tot 72 procent. Van Bruchem berekent die benutting als de afvoer van stikstof in melk, vlees en gewassen gedeeld door de aanvoer in krachtvoer en kunstmest.

Oorzaak van de hoge benutting is het gebruik van strorijke mest, verzekert Van Bruchem. Zulke mest bevordert de activiteit van het bodemleven waardoor de stikstof geleidelijk beschikbaar komt voor de plant. Die kan de stikstof dus beter opnemen zodat de benutting omhoog gaat. Tegelijkertijd verminderen daardoor de verliezen naar het milieu.

Inderdaad zijn de verliezen naar het milieu sterk gedaald, beaamt dr Egbert Lantinga van de leerstoelgroep Biologische Bedrijfssystemen. Maar dat komt niet doordat het bodemleven meer stikstof uit de mest vrijmaakt voor de planten, maar doordat het bodemleven de stikstof juist in zichzelf opslaat. In vaktermen: er vindt geen netto-mineralisatie plaats maar netto-immobilisatie. Op de Minderhoudhoeve zo'n 90 kilo stikstof per hectare per jaar, ofwel bijna evenveel als de productie aan stikstof in dierlijke mest (100 kilo per hectare per jaar).

Wat maakt dat nu uit, zal een buitenstaander zeggen. Het gaat er toch om dat de verliezen naar het milieu sterk zijn gedaald? Dat klopt. Maar een boer wil ook nog een hoge productie van zijn bedrijf halen, wat de Minderhoudhoeve overigens ook voor elkaar krijgt. Strorijke mest staat daarbij garant voor lage verliezen. De ammoniakvervluchtiging neemt af, evenals de uitspoeling van nitraat. In de theorie van Lantinga is er echter wel het gevaar van een tekort aan stikstof, zeker op de jonge gronden zoals op de Minderhoudhoeve waar de hoeveelheden bodemstikstof nog relatief laag zijn. Daarom is het volgens de wetenschapper essentieel dat de boer in zo'n geval altijd klavers in zijn gras heeft. Die binden in symbiose met bacteri?n stikstof uit de lucht die de plant direct kan gebruiken. Op de lange duur, wanneer het stikstofgehalte in de bodem het evenwicht nadert, zal de stikstoflevering van de bodem door de verhoogde activiteit van het bodemleven behoorlijk zijn toegenomen.

Op de Minderhoudhoeve vormen de klavers een belangrijk onderdeel van de bedrijfsvoering. Een tekort aan stikstof ontstaat hier dan ook niet. Wel betekent de biologische stikstofbinding een extra aanvoer van stikstof van zo'n 60 kilo per hectare per jaar gemiddeld over het bedrijf. Daarnaast vindt er ook neerslag van stikstof plaats, zo'n 30 kilo per hectare per jaar. Wie met deze cijfers opnieuw de stikstofbenutting van het bedrijf berekent, komt op 40 procent uit, aanzienlijk minder dan de benutting van 72 procent die Van Bruchem berekent. "Op termijn gaat dit percentage wel omhoog door minder immobilisatie en meer mineralisatie van stikstof en door minder biologische stikstofbinding", legt Lantinga uit. "Jammer dat we dit niet meer daadwerkelijk mogen waarnemen door het afstoten van de Minderhoudhoeve."

In een reactie geeft Van Bruchem aan dat hij, net als bij Minas, het wettelijke aangiftesysteem van mineralen, alleen de aangekochte en verkochte aan- en afvoer van stikstof rekent. Dat is een bewuste keuze. Ook de vergelijking met 1989 is op die manier berekend. Daarom vindt hij het een eerlijke vergelijking. Hij geeft wel toe dat er stikstof wordt vastgelegd door de toegenomen activiteit van het bodemleven. "Maar dat is maar tijdelijk. Op termijn, en dat gaat echt geen honderd jaar duren, in een nieuwe steady state komt al deze stikstof weer geleidelijk vrij." Verder gelooft Van Bruchem er niet in dat er een tekort aan stikstof ontstaat bij strorijke mest als hij ziet hoe goed de gewassen op de Minderhoudhoeve het daarop deden. "Akkerbouwbodems reageren sterk positief op organische mest. Daar komt bij dat de Minderhoudhoevemest een extra effect op de grasgroei en de uien heeft laten zien, meer dan dat we op basis van chemische samenstelling kunnen verklaren."

Leonore Noorduyn

Re:ageer