Wetenschap - 1 januari 1970

Onderzoekscholen vaak overbodig

Onderzoekscholen vaak overbodig

Onderzoekscholen vaak overbodig

Voormalig minister Ritzen heeft veel te nauwkeurig omschreven hoe onderzoekscholen eruit moeten zien. Daardoor hebben die scholen in sommige vakgebieden niets teweeggebracht. Elders leidde Ritzens beleid slechts tot frustratie. Dat schrijft de Twentse bestuurskundige Jeroen Bartelse in een studie waarop hij deze week promoveert

Bartelse wilde weten waarom onderzoekscholen in het ene vakgebied wortel hebben geschoten en in het andere niet. Zo bestonden in de chemie volgens Bartelse al genoeg structuren. Onderzoekschool worden was daar een nieuw label, meer niet. Maar bij rechten, met zijn individualistische onderzoekscultuur, past de onderzoekschool niet en werd die nauwelijks van belang geacht

Ritzen had er beter aan gedaan die verscheidenheid ruimte te bieden, vindt Bartelse. Hij had niet moeten voorschrijven wat een onderzoekschool precies is. Zo zou hij het veld gedwongen hebben tot creatief nadenken over de beste structuur

Ondanks alles zijn er ruim honderd onderzoekscholen van de grond gekomen. Zo'n school leek nodig om niet uit de boot te vallen en om mee te dingen naar geld voor toponderzoek. Daarom heeft men zich soms in vreemde bochten gewrongen om te passen in de geldende omschrijving van wat een onderzoekschool is. Tot frustratie van de betrokken onderzoekers

Dat een aantal onderzoeksgroepen niet langer waarde hecht aan de erkenning als onderzoekschool, verbaast Bartelse dan ook niets. Die zien waarschijnlijk in dat ze toch geen kans maken als toponderzoek erkend te worden. Waarom zouden ze dan nog al die moeite doen om aan de voorschriften van anderen te voldoen?

Re:ageer